Skip to main content
  • 17/02/2021

Over kleine en grote zaken

Een cursief over het wel en wee op de Oost-Vlaamse werkvloer. Elke gelijkenis met bestaande personen en/of situaties is louter toeval.

foto

Tekst Sam De Kegel – illustratie Lise Vanlerberghe

Corona doet rare dingen met een mens. Onlangs verdiepte ik me op Netflix in de ontstaansgeschiedenis van het uitroepteken in de reeks Explained. 

Ik ben nooit een aanhanger geweest van het exclamation point. Een uitroepteken is de megafoon van de schreeuwer, zei een vriend me ooit. Ik ben zelf dus spaarzaam met uitroeptekens en gebruik ze enkel als ik écht extatisch ben, of écht boos. Of hanteer ze als je écht de beste bent. ‘I am the greatest!’, riep mijn favoriete bokser. 
Maar als het ettertje van de klas, de werkvloer of het parlement zich dopeert met lijntjes-met-een-punt-onder, dan is het uit zwakheid. Make America great again! Nee, dus. 

Als eindredacteur, een beroep dat weldra uitgestorven is, doe ik niets liever dan uitroeptekens elimineren, zolang het nog kan. Weg ermee! Uitroepteken. Een columnist die om de haverklap een uitroepteken zet, heeft weinig talent om een punt te maken. Een journalist die het waagt een uitroepteken in een intro te plaatsen, mag een punt zetten achter onze taalvriendschap. Een manager die op die manier druk probeert te zetten om mijn artikel te verminken, vervloek ik hevig. 

Het zijn lastige tijden voor steller dezes. Want uitroeptekens beleven een wedergeboorte, nadat ze ooit bijna verbannen waren. Het uitroepteken is waarschijnlijk van Latijnse afkomst, als punctus admirativus of punctus exclamativus. Katholieke missionarissen verspreidden het eeuwenlang wereldwijd, maar tussen 1920 en 1940 (vraag me niet waarom!) begonnen schrijvers het uitroepteken te associëren met sensationele koppen in de riooljournalistiek of met sentimentele romans geschreven door dames.

In de 21ste eeuw floreren uitroeptekens echter weer, vooral op het internet en social media, maar evengoed in advertenties. Om ons dingen aan te smeren die we niet nodig hebben. Om ons te misleiden, dus. Daarom blijf ik op mijn hoede. 

Uitroeptekens zijn vriendelijk, maar ze kunnen ook te vriendelijk worden. Slijmerig zelfs. Uitroeptekens kunnen vrolijk zijn, maar ze kunnen ook te vrolijk worden. Mensen die de hele dag al huppelend door het leven gaan, wantrouw ik altijd een beetje. 
‘Word nooit te gelukkig’, adviseerde de maffiavader zijn dochter in die andere weergaloze Netflix-reeks Vivir sin permiso (een aanrader!). Hij had evengoed kunnen zeggen: ‘Wees heel zuinig met uitroeptekens, anders neemt niemand je nog serieus.’ 

Al riskeer je natuurlijk om onverschillig, zelfs kil, over te komen als je schrijft: ‘Proficiat met je zwangerschap.’ Bijna iedereen(!) zet dan een uitroepteken. Maar ik plaats liever een punt. Think small. Punt. (ooit gebruikt voor een Kever-advertentie begin jaren 60). 

Eén leesteken verfoei ik meer dan het uitroepteken: de interrobang, uitgevonden door de directeur van een Amerikaans reclamebureau die een nieuw leesteken wilde bedenken dat het vraagteken en het uitroepteken combineerde. Meestal schrijft men het nu gewoon na elkaar: What the fuck ?! of !? 

Kan een interpunctieteken failliet gaan? Over dat soort vragen ligt steller dezes wakker. Komma’s, punten, puntkomma’s, vraagtekens, uitroeptekens, ze zullen geen levens veranderen, maar ze hebben wel bestaansrecht. Ze brengen orde in de chaos. 

Er duiken ook steeds nieuwe ‘leestekens’ op om gevoelens of intonatie over te brengen, zoals emoticons, memes en gifs. Die lijken allemaal te zeggen: ‘Begrijp me a.u.b. niet verkeerd.’ Want een mens wordt heel snel verkeerd begrepen. 

Panta rhei. Alles stroomt, niets blijft, orakelde de Griekse wijsgeer Heraclitus. 
Dat geldt ook en vooral voor de wereld van de leestekens.  😊

Domestic Services
Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
BovaEnviro+
G4S
Soundfield
Jobat