Overslaan en naar de inhoud gaan
  • Vlaanderen
  • Uitbreiding indirecte emissiekosten versterkt industrie, maar bijkomende stappen blijven nodig

Uitbreiding indirecte emissiekosten versterkt industrie, maar bijkomende stappen blijven nodig

Voka nationaal
  • 29/05/2026

De Vlaamse regering heeft een belangrijk principieel akkoord bereikt over de uitbreiding van de compensatie voor indirecte emissiekosten (ICL). Daarmee wil ze meer energie-intensieve bedrijven beschermen tegen hoge elektriciteitsprijzen en tegelijk de energietransitie ondersteunen. Voor Voka is dit een noodzakelijke stap vooruit, maar geen eindpunt. De energienorm in haar totaliteit moet zorgen voor structureel lagere elektriciteitskosten voor onze industrie aan haalbare voorwaarden. Dat blijft vandaag de absolute prioriteit voor ondernemingen.

Wat vraagt Voka?

Voka pleit al jaren voor een concrete en volledige invulling van de energienorm, via een combinatie van federale en regionale maatregelen. Concreet stelden we, samen met 21 sectoren, voor om ICL maximaal in te zetten voor zo’n 124 installaties (een 70-tal bedrijven bovenop de bestaande 37 begunstigden) in Vlaanderen. ICL is een essentieel en bewezen instrument om de impact van ETS-koolstofkosten op elektriciteitsprijzen te compenseren en koolstoflekkage te vermijden.

Maar ook een deel van de energie-intensieve industrie valt buiten ICL of heeft bijkomende ondersteuning nodig. Het Europese CISAF-kader laat toe om elektriciteitskosten verder te verlagen via gerichte steun. Met een bijkomende inspanning van zo’n 150 miljoen euro op jaarbasis zou Vlaanderen een doelgericht industriebeleid kunnen voeren door een combinatie van ICL en CISAF. Als ook de federale tariefkorting er komt, komt er opnieuw uitzicht op competitiviteit ten opzichte van onze buurlanden. Bij de voorwaarden tot steuntoekenning mag voor ons geen sprake zijn van “goldplating” bovenop de Europese regels.

Wat is nu beslist?

Met het akkoord kiest de Vlaamse regering ervoor om de bestaande ICL-regeling uit te breiden naar bijkomende sectoren en sneller toe te passen.

  • De steun wordt uitgebreid naar onder meer chemie, voeding, houtverwerking en keramiek
  • Het aantal begunstigden kan daardoor aanzienlijk toenemen, bovenop de huidige 37 bedrijven
  • De uitbreiding volgt Europese aanpassingen, waarbij 20 bijkomende sectoren erkend zijn als blootgesteld aan indirecte koolstofkosten.
  • De middelen komen uit ETS-opbrengsten en blijven gericht op bedrijven met het grootste risico op koolstoflekkage

Voka is tevreden dat de Vlaamse regering snelheid maakt om de maatregel uit te breiden en nog toe te passen voor dit jaar. Maar er moet opgelet worden met goldplating op de ondersteuningsvoorwaarden en de beslissing mag geen eindpunt zijn.

Voka pleit al jaren voor een concrete en volledige invulling van de energienorm via een combinatie van federale en regionale maatregelen

Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka

Cruciaal: vermijd goldplating op voorwaarden

De uitbreiding van ICL gaat gepaard met herinvesteringsverplichtingen, maar volgens Voka is het essentieel dat deze realistisch blijven en niet verder gaan dan wat Europa voorschrijft. Nu geldt al dat vaak minstens 50% van de steun moet worden hergeïnvesteerd wanneer bedrijven niet voldoen aan strenge EU-efficiëntiebenchmarks en zijn bedrijven bovendien verplicht zijn tot bijkomende energie-efficiëntiemaatregelen via de Energiebeleidsovereenkomsten, wat verder gaat dan Europese minimumvereisten. “ICL is in essentie een compensatie voor een beleidskost, geen klassieke subsidie. Extra voorwaarden bovenop het Europese kader ondergraven het level playing field met onze buurlanden,” zegt Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka.

Daarnaast wijst Voka op de economische realiteit: investeringscycli in industrie lopen vaak over 10–15 jaar, sommige bedrijven hebben al verregaande duurzaamheidsinvesteringen gedaan en het huidige economische klimaat laat niet altijd toe om binnen enkele jaren bijkomende investeringen te realiseren. De 'flexibiliteit' in herinvesteringsvoorwaarden zoals Vlaanderen vermeldt, moet dan ook zo ruim mogelijk ingevuld worden wat betreft uitvoeringstermijn en technologieën.

De uitbreiding van ICL is noodzakelijk, maar moet deel uitmaken van een breder pakket. Alleen zo kunnen we de energienorm effectief realiseren en onze industrie hier verankerd houden

Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka

Wat zijn de volgende stappen?

Voor Voka zijn er twee belangrijke vervolgdossiers:

  1. CISAF op tafel bij begrotingsbesprekingen in september
    ICL alleen volstaat niet voor alle energie-intensieve bedrijven. Bovendien past Vlaanderen ICL niet toe voor alle bedrijven die eronder kunnen vallen. Europese CISAF-kader laat toe om de elektriciteitsprijzen te verlagen tot 50€/MWh en een bredere groep bedrijven te ondersteunen (tot honderden ondernemingen in Vlaanderen). Voka vraagt dat Vlaanderen deze piste actief benut en dat gerichte CISAF-steun onderdeel wordt van de begrotingsbesprekingen in september.
  2. Werk maken van haalbare ICL-voorwaarden
    Bij de concrete uitwerking van de uitbreiding vraagt Voka dat er geen bijkomende goldplating bovenop Europese regels komt en dat voldoende flexibiliteit voorzien wordt voor de herinvesteringsplicht (termijn en invulling).

Naar een volwaardige energienorm

Met de uitbreiding van ICL zet Vlaanderen een belangrijke stap in de goede richting. Tegelijk is voor Voka duidelijk dat een competitieve energiecontext meer vergt dan één maatregel. Pas met een gericht toepassing van CISAF én een tariefmaatregel die de transmissienetkosten voor energie-intensieve bedrijven mildert, kan er sprake zijn van een broodnodige en volwaardige energienorm.

“De uitbreiding van ICL is noodzakelijk, maar moet deel uitmaken van een breder pakket. Alleen zo kunnen we de energienorm effectief realiseren en onze industrie hier verankerd houden,” concludeert Frank Beckx.

Contactpersonen

imu - vzw - sdworx
imu - vzw - wolters
imu - vzw - pom
ING
Orange
SDWorx