Skip to main content
Besturen tussen burger en bedrijven
  • 30/08/2018

Besturen tussen burger en bedrijven

16 juli 2018. De mussen vallen dood van het dak, de kasseien op het Kerkplein van Horebeke happen naar adem in de brandende julizon. In het gemeentehuis hebben wij een afspraak met zes kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober. Zij gaan op zoek naar (lokale) politieke roem en, als het even kan, een zitje in de nieuwe bestuursploeg. Hoe hoog dragen deze kandidaten ‘ondernemerschap’ in het gemeentelijk vaandel?

Deel 1: Fusies van gemeenten bespreekbaar maar dan wel mét een plan 

Over kerntaken versus uitbesteden en Voka’s pleidooi voor (fusie)gemeenten van minimaal 10.000 inwoners.

De lijsttrekkers
Van links naar rechts: Egbert Lachaert (Open VLD), Kurt De Loor (sp.a), Elisabeth Meuleman (Groen), Cynthia Browaeys (Volksbelangen), Anneleen Van Bossuyt (N-VA) en Piet Buyse (CD&V).

De lijsttrekkers 

Ondernemers nodigde 6 kandidaten uit, van 6 verschillende partijen, uit 6 verschillende Oost-Vlaamse gemeenten. De helft vrouwen, de helft mannen, allen zijn lijsttrekker. Binnen dit kader leverde de puzzel van beschikbaarheden ons volgend panel op:  

  1. Egbert Lachaert (41) Merelbeke | Open VLD | lid Federaal Parlement, OCMW-voorzitter, schepen  
  2. Kurt De Loor (47) Zottegem | sp.a | lid Vlaams Parlement, OCMW-voorzitter, schepen
  3. Elisabeth Meuleman (42) | Oudenaarde | Groen | lid Vlaams Parlement, gemeenteraadslid  
  4. Cynthia Browaeys (34) | Horebeke | Volksbelangen | OCMW-raadslid 
  5. Anneleen Van Bossuyt (38) | Gent | N-VA | lid Europees Parlement  
  6. Piet Buyse (59) | Dendermonde | CD&V | burgemeester sinds 2007, voorzitter Eandis  

 

Jozef Browaeys ontvangt ons hartelijk. Al 54 jaar leidt hij de kleinste gemeente van de provincie en is zo de langst zetelende burgemeester van Vlaanderen. “Je moet niet te nauw kijken hé,” opent hij. “Er zijn wat kosten aan het gebouw, maar ik wacht op de nodige subsidies voor de werken. Ik denk dat wij nu op plaats 37 in de rangorde staan”, grapt hij.  

Onbedoeld stelt zijn kwinkslag meteen een gespreksthema scherp: de ‘levensvatbaarheid’ van hele kleine gemeenten. Het charmante Horebeke in de Vlaamse Ardennen, 2.000 inwoners en 1 bedrijf sterk, doet me onwillekeurig denken aan het Gallische dorpje uit de Asterix-strips dat moedig standhoudt tegen de Romeinse overmacht. Al vormen in Horebeke niet de Romeinen maar de actuele roep om schaalvergroting, meer bestuurskracht en ‘slimme’ dienstverlening hier de ‘dreiging’. Kortom, een leuke plek dus voor een goed gesprek. 

 

Economie op electorale agenda 

De jaren 2018 en 1976 hebben veel gemeen. 1976 was het jaar van ‘die andere historisch hete zomer’ en eindigde met een grote fusieronde die het aantal Belgische gemeenten tot een kwart (596) herleidde. Ook de verschroeiende zomer van 2018 staat inmiddels in de meteorologische hitparade. Misschien krijgen wij nog een heet najaar met gemeenteraadsverkiezingen en oplaaiende debatten over zin en onzin van gemeentelijke fusies.    
Bedrijven kunnen niet stemmen, maar van één ding zijn onze gasten rond de tafel alvast unaniem overtuigd: bedrijven  en ondernemers zijn bijzonder belangrijk voor het reilen en zeilen in een gemeente en dus is ‘economie’ een hoofdpunt op de electorale agenda’s van partijen en kandidaten. 

Egbert Lachaert (Open VLD)
Egbert Lachaert (Open VLD)

Kurt De Loor: “Gemeenten moeten een bedrijfsvriendelijk klimaat creëren, want zonder bedrijven geen tewerkstelling, geen welvaart.” 

Egbert Lachaert: “Bedrijven kunnen niet stemmen, maar er zitten wel veel mensen achter die bedrijven. Zij zetten zich elke dag in, nemen risico’s, steken geld in een zaak. Wij moeten die mensen echt respecteren, want tenslotte leveren zij de belastinginkomsten waar wij als lokaal bestuur mee gaan werken. Er zijn ambtenaren die daar oog voor hebben, maar er zijn er ook die het heel evident vinden dat die inkomsten er zijn. Daarom vraag ik altijd: Is elke regel die je oplegt aan een ondernemer goed doordacht en efficiënt?” 

Elisabeth Meuleman: “De tijd dat een gemeente enkel gerund wordt door gekozen politici, is voorbij. Er is veel meer aandacht voor burgerparticipatie. Ik denk dat het ook moet en kan dat bedrijven partners worden in het mee uittekenen van het beleid. Wij pleiten ervoor om dat gesprek veel meer aan te gaan.” 

 

 

Piet Buyse: “Ik denk dat er geen bestuur bestaat dat geen rekening houdt met bedrijven als belangrijke spelers in de stad.” 

Anneleen Van Bossuyt: “Om te wonen en te werken in de stad heb je ondernemers nodig. Hun rol kan moeilijk overschat worden.” 

 

De kern van de taak 

Voka vraagt dat gemeenten zich minder met puur uitvoerende taken – zoals groenonderhoud - zouden bezighouden en deze overlaten aan bedrijven. Akkoord?” 

Cynthia Browaeys: “Er is in Horebeke maar één bedrijf, een vroegere melkerij dat nu een aardappelbedrijf is en volgens het Gewestplan mag er ook geen industrie komen. Het groenonderhoud wordt door de gemeente zelf uitgevoerd.” 

Egbert Lachaert: “Voor mij is dat een pragmatische discussie. Als je als gemeente een nieuw initiatief start, moet je je altijd afvragen: ‘Is dat iets dat wij zelf moeten doen of kunnen wij dat met partners extern oplossen?’ Met heel uitvoerende taken heb ik gemengde ervaringen. De keuken in ons woonzorgcentrum gaan wij nu opnieuw zelf doen omdat de kwaliteit niet fantastisch was en het uiteindelijk meer geld kost dan wanneer wij het zelf doen.”  

 

"Ik geloof in pps op een kleinere, lokale schaal” – Elisabeth Meuleman (Groen)

Elisabeth Meuleman (Groen)

 

Kurt De Loor: “Ik heb eerst even geluisterd omdat ik weet dat er wellicht in de richting van sp.a wordt gekeken bij zo’n vraag. Het is niet omdat je uitbesteedt dat het goedkoper, efficiënter en beter gebeurt. Mensen en ook bedrijven verwachten van een lokaal bestuur altijd meer en ze hebben gelijk om de lat hoog te leggen. Het komt er dan op aan om te kijken hoe wij onze dienstverlening zo efficiënt mogelijk kunnen organiseren en kwalitatief houden. Dat is de insteek en niet een ideologisch discours over de kerntaken. We stellen vast dat je bijvoorbeeld op vlak van armoedebeleid als regisseur weinig armslag hebt als je zelf geen actor bent. Daarmee heb ik niet gezegd dat je als lokaal bestuur alles zelf moet doen.” 

Piet Buyse: “Je moet op zoek gaan naar de beste aanpak van het probleem. Ons groenonderhoud gebeurt voor een deel door de stadsdiensten, door sociale werkplaatsen en door aannemers. Die laatste doen het gespecialiseerde werk: je moet geen eigen boomchirurgen in huis halen. Wij investeren jaarlijks rond de 6 miljoen euro; dat gaat allemaal naar aannemers. Maar als er een steen losligt in een voetpad moet je snel naar je technische dienst kunnen bellen om dat vandaag op te lossen. Al zal het misschien overmorgen zijn (lacht).” 

Kurt De Loor: “Of volgende week.” (lacht harder) 

Elisabeth Meuleman: “Wij moeten ook nadenken over nieuwe vormen van samenwerken. Ik geloof in pps (publiek-private samenwerking) op een kleinere, lokale schaal. Gemeenten willen investeren, er is nood aan sportcentra, scholen en andere infrastructuur. Als wij onze lokale ondernemingen mee kunnen mobiliseren in kleine pps-constructies die werkgelegenheid bieden, dan zijn er pistes mogelijk. In het kader van de circulaire economie moeten wij veel meer naar een diensteneconomie voor bedrijven gaan in plaats van alles aan te kopen. Als gemeenten moeten wij veel meer denken aan gebruikerscontracten die in het belang zijn van het bedrijf en van de duurzaamheid.”  

Anneleen Van Bossuyt: “Als een gemeente een dienstverlening wil aanbieden is het belangrijk om een open oproep te doen naar bedrijven. Zo zijn wij bijvoorbeeld voorstander om privacygevoelige data waarover de overheid beschikt, ter beschikking te stellen van bedrijven die een app willen ontwikkelen in het kader van de mobiliteit. Dat is ook een vorm van samenwerking tussen gemeenten en bedrijven.” 

 

"Als een gemeente een dienstverlening wil aanbieden, is het belangrijk om een open oproep te doen naar bedrijven” – Anneleen Van Bossuyt (N-VA)

Anneleen Van Bossuyt (N-VA)

 

Kurt De Loor: “Als bestuurder zouden wij in onze taak ferm tekortschieten mochten wij niet op zoek gaan naar de meest efficiënte manier om belastinggeld in te zetten waarbij ook de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid gegarandeerd wordt.” 

Egbert Lachaert:”Als bestuur moet je altijd een soort marktanalyse maken van hoe een bepaald probleem zich kan ontwikkelen. Er zijn bestuurders die denken: ‘Een probleem stelt zich en je moet dat zelf oplossen’. Maar vaak lopen andere actoren al met het plan om dat op te lossen. Je moet als overheid gewoon faciliteren zodat zij het kunnen doen. Die vraag moet je permanent stellen en dat is een veel interessanter kerndebat dan over die deeltaken al dan niet uit te besteden.” 

Wat zouden jullie in eigen gemeente kunnen uitbesteden? 

Anneleen Van Bossuyt: “In Gent werd een zeer polariserend circulatieplan ingevoerd dat al heel wat schade heeft berokkend. Er is een supercomputer met heel veel data. We hadden kunnen zeggen aan bedrijven zoals Waze en Be-Mobile: ‘Kunnen jullie ons helpen om naar mobiliteitsoplossingen te zoeken?’. Voor Gent is dit een voorbeeld waar wij beter hadden uitbesteed.” 

Piet Buyse: “Bedrijven hadden in Dendermonde dringend nood aan een snelle glasvezelverbinding. Zij zeiden: ‘Het duopolie in dit land plundert ons. Men rekent astronomische prijzen aan.’ Wij hebben dan het openbaar domein ter beschikking gesteld. Als bedrijven met een probleem of vraag zitten moet je daar heel sterk voor open staan en meedenken buiten het rigide administratieve kader. Sinds we dat doen, horen wij geen gezaag meer over bedrijfsbelasting.”  

 

Zorgen om de zorg 

Gemeenten lijken dus wel bereid om de eigen activiteiten kritisch onder de loep te nemen en eventueel af te stoten. Al ligt één domein toch erg moeilijk: de zorg. 

Elisabeth Meuleman: “Dat ligt bij ons veel moeilijker. Als je met mensen bezig bent, heb je niet altijd de meest kostefficiënte manier van werken maar het is een kost die je wel wil maken. Tijd voor mensen in zorginstellingen, tijd voor kinderen.” 

Kurt De Loor: “We voelen sterk de politieke druk om dat te commercialiseren of te privatiseren.“ 

Private spelers in de zorg kan toch als de overheid een juist kader definieert? 

Kurt De Loor: “Er zijn al minimumnormen maar die liggen veel te laag, hé. Herinner u de Pano-reportage van vorig jaar rond de woonzorgcentra. Ik ben ook van oordeel dat zorgtaken geen commercieel winstoogmerk mogen hebben, vandaar dat wij in Zottegem er bewust voor kiezen om ons woonzorgcentrum in openbare handen te houden, ook al zijn er privé- en commerciële initiatieven. We werken perfect samen.” 

Piet Buyse (CD&V)
Piet Buyse (CD&V)

Piet Buyse: “Het is belangrijk dat je een speler blijft in die sector. Iedereen klaagt steen en been over de kostprijs van bejaardenvoorzieningen. Maar als je weg bent als actor kan je helemaal niet meer wegen op het prijsbeleid, noch op het kwaliteitsbeleid. Ik vind wel dat er private spelers mogen zijn, maar ik heb er wel al één moeten sluiten! Ik heb ook al een buitenschoolse kinderopvang moeten sluiten…” 

Egbert Lachaert: “Je maakt een omgevingsanalyse om te zien wat je moet doen en wat niet. Voor woonzorgcentra zijn er - voor mij als lokale bestuurder - een aantal thema’s van belang: de kwaliteit, de betaalbaarheid en de toegankelijkheid voor iedere burger. Dat is de enige baseline die je in gedachten moet houden. Als dat niet gegarandeerd kan worden door de private sector - wat in mijn gemeente (Merelbeke) het geval is - dan heb je als overheid de plicht dit te voorzien.”  
“In het begin van de legislatuur was er druk om meer mensen aan te nemen in de thuiszorg omwille van wachtlijsten, maar ondertussen zag je het aantal initiatieven door mutualiteiten, vzw’s en private spelers toenemen. In plaats van zelf de privé te beconcurreren met overheidsgeld hebben wij een zorgnetwerk gemaakt met al die actoren. Nu zijn er amper nog wachtlijsten. Ik had het ook anders kunnen doen en vijf mensen aanwerven. Belangrijk is een goede regierol te vervullen. Hetzelfde geldt voor assistentieflats.” 

Piet Buyse: “Je moet de rol ook durven omkeren in de richting van ondernemers en zeggen: ‘In welk marktsegment zijn zij geïnteresseerd?” 

 

Fusies bespreekbaar, intercommunales felbesproken  

Wat denken jullie over de minimale schaal voor gemeenten van 10.000 inwoners waar Voka voor pleit? 

Cynthia Browaeys: “Wij zijn niet voor fusies. Momenteel loopt alles perfect zoals het is. Als het gaat over speelpleinen, zwembad of sporthal dan is het bij ons simpel: je gaat gewoon naar Brakel, Oudenaarde, Zwalm of Zottegem.” 

Piet Buyse: “Die het dan wel betalen!” (algemeen gelach). 

Elisabeth Meuleman: “Als wij alle kleine gemeentekes moeten onderhouden met elk een administratie en een gemeentebestuur, dan kan het toch efficiënter.” 

“Er zijn een aantal fusies beslist.” 

Kurt De Loor: “Er zijn er zeven, maar allemaal om de verkeerde reden. Ofwel uit politieke overwegingen ofwel is het ‘zich afzetten tegen’: Zingem-Kruishoutem tegen Oudenaarde omdat ze niet willen ‘ingepalmd worden’. De reden zou moeten zijn om de dienstverlening te verbeteren en de bestuurskracht te verhogen.” 

Ondernemers: Hoe sta je er zelf tegenover? Zie je een fusie zitten voor Zottegem, momenteel een stad van ruim 26.000 inwoners?  

Kurt De Loor: “Absoluut. Ik heb vorige zomer de oefening gemaakt voor Zuid-Oost-Vlaanderen. Ik heb trouwens op een bepaald moment de papa van Cynthia (burgemeester Jozef Browaeys van Horebeke, red.) op mijn dak gekregen (lachje). De discussie wordt altijd heel emotioneel gevoerd en ik begrijp dat. Maar de mensen verwachten steeds meer van hun bestuur en terecht. Dan moet je kijken hoe je de dienstverlening kan optimaliseren en garanderen. Inwoners uit grotere gemeenten blijken ook meer tevreden over de dienstverlening. Het gaat dan over het aanbieden van een bibliotheek, zwembad, speelpleinwerking, maar ook over ruimtelijke ordening en stedenbouwkundige zaken. Zottegem is nu evenmin in staat om alle diensten goed uit te bouwen en een goede service te bieden.” 

Zou Zottegem beter kunnen werken voor de ondernemingen mocht de stad 45.000 inwoners tellen? 

Kurt De Loor (sp.a)
Kurt De Loor (sp.a)

 

Kurt De Loor: “Daar ben ik van overtuigd. Nu worden de middelen heel versnipperd ingezet. Herzele heeft een cultuurzaal, St.-Lievens-Houtem heeft een cultuurzaal en wij gaan nu ook nog een zaal zetten. Drie aanpalende gemeenten uit dezelfde politiezone gaan drie zalen hebben. Kan dat niet efficiënter?  

Je zou kunnen zeggen: werk meer samen. Er zijn al meer dan 2.000 samenwerkingsverbanden. Moeten wij er dan nog extra creëren in dat spinnenweb? En wat is de democratische legitimiteit van die samenwerkingsverbanden? Ik ben persoonlijk voor fusies al weet ik ook dat schaalgrootte niet automatisch garant staat voor meer bestuurskracht. Veel hangt ook af van bestuurders en van medewerkers.” 

 

 

“Fusies? Er zijn er zeven, maar allemaal om de verkeerde reden” – Kurt De Loor (sp.a)

 

Anneleen Van Bossuyt: “Economie en arbeidsmarkt vragen een bovenlokale aanpak. Dat is in het belang van ondernemers en inwoners. Met alle respect, maar in een gemeente met 2.000 inwoners is dat niet mogelijk. Het is wel belangrijk om een stevige onderbouw te hebben en daarvoor is een economische en sociologische affiniteit nodig met de gemeenten waarmee je fuseert. Elke gemeente of stad moet zich afvragen: ‘Kan ik nog een voldoende kwaliteitsvolle dienstverlening aanbieden en ben ik voldoende slagkrachtig om nieuwe uitdagingen aan te pakken?” 

Elisabeth Meuleman: “Hoeveel intercommunales zijn er niet? Waarom zijn er intercommunales? Omdat het logischer is om krachten te bundelen. Het probleem is dat die weinig democratisch samengesteld zijn en weinig transparant zijn. De burger heeft daar geen vat op en ondernemingen evenmin. Wij zijn dan ook eerder voorstander van ofwel fusies en grotere gemeenten ofwel van een niveau dat wij stads- en streekgewesten hebben genoemd. Dan heb je bijna geen provincies meer maar logische demografische, economische samenwerkingen met democratisch verkozen afgevaardigden die verantwoording moeten afleggen.” 

Piet Buyse: “Als ik mijn collega eventjes mag tegenspreken. De beslissingen die het Vlaams Parlement in het decreet ‘lokaal bestuur’ net genomen heeft, gaan net in de andere richting. In de intercommunales wordt de vertegenwoordiging van de gemeenten fors afgezwakt.” 

Elisabeth Meuleman: “Ik zit niet in de meerderheid in het Vlaams Parlement.” 

Kurt De Loor: “Vandaar dat wij pleiten voor fusies, verplichte fusies van gemeenten. Ik pleit ook niet voor intercommunales. Sommige zullen altijd moeten blijven bestaan. In Vlaanderen alleen al hebben wij meer dan 2.000 samenwerkingsverbanden waarvan het leeuwenaandeel de voorbije 10 of 15 jaar is tot stand gekomen. Dan zijn wij fout bezig.” 

Piet Buyse: “Het piepkleine dorpje Mespelare was tot 1977 een autonome gemeente. Wij gaan nu het hele dorp heraanleggen. Dat gaat niet enkel over geld, maar ook over ingenieurs, over knowhow, over kunnen onderhandelen met Aquafin. Er wordt nu om de verkeerde reden gefusioneerd. Wat je nodig hebt, noem ik roots and wings. Mensen hebben ‘roots’ nodig. Geworteld zijn. Maar de ‘wings’ is de kracht die je nodig hebt om vooruit te gaan met jouw gemeenschap. En daar heb je dan weer power voor nodig. Als je gaat samenwerken in een groter geheel moet je die authenticiteit en die ziel van kleine gemeenschappen echt bewaken. De kerken zijn leeg maar het kerktorengevoel bestaat nog altijd.” 

Elisabeth Meuleman: “En dat is een valkuil hé. Soms vinden de deelgemeenten dat er te weinig aandacht is…” 

Egbert Lachaert: “Als er nog eens vrijwillige fusies komen, is het voor mij van belang dat men deze tijdens de eerste twee jaar van de legislatuur vastlegt en niet het laatste jaar. En dat men aan Vlaanderen echt een businessplan voorlegt: hoeveel personeel ga je inzetten, waar ga je op inzetten en hoe zie je de langere termijn? Vandaag zie ik fusies gebeuren en dat plan ligt daar niet. Het is gewoon een principesbeslissing en men doet maar. Op het einde van de rit ben ik er absoluut niet zeker van dat die fusies die er nu zijn, efficiënter gaan werken dan voordien.” 

De lijsttrekkers
Van links naar rechts: Kurt De Loor (sp.a), Cynthia Browaeys (Volksbelangen), Piet Buyse (CD&V), Elisabeth Meuleman (Groen), Egbert Lachaert (Open VLD) en Anneleen Van Bossuyt (N-VA)

Is in Merelbeke een fusie bespreekbaar met de grote stad Gent? 

Egbert Lachaert: “Dat zou heel ver gaan. Wij zijn een gemeente met een dubbel gelaat, van heel verstedelijkt tot heel landelijk, aan het begin van de Vlaamse Ardennen. Merelbeke telt bijna 25.000 inwoners. Op zich is dat heel leefbaar. Het is niet zo dat wij voor alles naar de stad Gent kijken. Je moet je verantwoordelijkheid nemen als kerngebied in jouw regio. Ik denk dat wij ten zuiden van Gent ook een eigen kern geworden zijn, de laatste jaren. Met een eigen handelscentrum, eigen bedrijvigheid, eigen dienstverlening waar veel gemeenten rond ons beroep op doen. Ik denk dat een fusie met Gent zich niet stelt.” 

Laat Gent een begerig oog vallen op een bepaalde gemeente? 

Anneleen Van Bossuyt: “Deelgemeenten voelen zich vaak achteruit gesteld ten opzichte van de stad en dat merk je in Gent heel erg. Als je met mensen uit de deelgemeenten praat hoor je: ‘Men pakt het probleem van het sluikstorten aan in het centrum maar bij ons is er ook een probleem’. Het is belangrijk om de deelgemeenten te blijven betrekken bij het beleid en je moet het beleid ook richten op die deelgemeenten.” 

Elisabeth Meuleman: “Zeer herkenbaar.” 

Kurt De Loor (plagend): “In Dendermonde is er zelfs aandacht voor Mespelare.” 

TEKST: Jan Van Gyseghem
FOTO: Wim Kempenaers 

Lees het artikel in Ondernemers:

De lijsttrekkers

Contactpersoon

Geert Moerman

Gedelegeerd bestuurder

Wij moeten ondernemers echt respecteren, want zij leveren de belastinginkomsten waar wij als lokaal bestuur mee gaan werken

Mensen hebben ‘roots’ nodig. Geworteld zijn. Maar de ‘wings’ is de kracht die je nodig hebt om vooruit te gaan met jouw gemeenschap

Domestic Services
Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
BovaEnviro+
G4S
Soundfield
Jobat