Bij de start van het nieuwe jaar buigt Voka - Kamer van Koophandel West-Vlaanderen zich traditioneel over de economische cijfers van West-Vlaanderen. Daaruit blijkt dat West-Vlaamse bedrijven zich voorlopig staande houden in een jaar van geopolitieke en economische turbulentie. Handelsspanningen, de oorlog in Oekraïne, Europese traagheid en Chinese dumpingpraktijken zorgen daarbij voor toenemende onzekerheid. Terwijl de omzet in onze provincie nog stijgt, remt de investeringsgroei af en nemen faillissementen toe. Overheden hebben een verpletterende verantwoordelijkheid om ondernemers opnieuw vertrouwen te geven.
West-Vlaanderen in cijfers
Op 20 januari 2025 legde Donald J. Trump voor de tweede maal de eed af als president van de VS. Het startschot van een jaar dat, zowel politiek als economisch, turbulent zou blijken. De Amerikaanse ‘wederkerige’ handelstarieven, met een invoerheffing van 15%, de oorlog in Oekraïne, de traagheid van onze Europese beleidsmakers en de Chinese dumpingpraktijken zijn slecht nieuws voor onze open economie. Ze creëren onzekerheid bij onze West-Vlaamse ondernemers.
Ondanks die turbulentie kenden West-Vlaamse bedrijven in de periode van juli 2024 tot en met juni 2025 een omzetstijging van 2,9%. In het Vlaams Gewest was de omzetstijging beperkter, met slechts 1,4%. In een woelig jaar lijken onze West-Vlaamse bedrijven stand te houden, maar voorzichtigheid blijft geboden, want dat beeld geldt niet voor elke onderneming.
De geopolitieke en economische turbulentie weegt op het ondernemersvertrouwen en remt de investeringsgroei af. West-Vlaanderen blijft een belangrijke investeringsregio binnen Vlaanderen, maar verliest de laatste jaren duidelijk terrein. Na een lange periode waarin de provincie 17 à 19% van alle Vlaamse bedrijfsinvesteringen vertegenwoordigde, is dat aandeel in 2024 teruggevallen tot 15,7%. Ook verzwakt de investeringsdynamiek: tussen juli 2024 en juni 2025 daalden de West-Vlaamse bedrijfsinvesteringen licht met 0,2%, een daling die zelfs oploopt tot 2,2% in vergelijking met juli 2022 – juni 2023. Deze cijfers wijzen op toenemende onzekerheid bij ondernemers.
De faillissementscijfers ogen bovendien sterk verontrustend. De West-Vlaamse ondernemingsrechtbank registreerde 833 faillissementen, een stijging van 10,8% tegenover vorig jaar. In het Vlaams Gewest stijgt het aantal faillissementen met 5.3%. Net als de voorgaande jaren worden vooral dezelfde sectoren getroffen: met een historisch zwakke bedrijvigheid blijft de bouwnijverheid koploper met 204 faillissementen, gevolgd door de horeca (171) en de groot- en detailhandel (162).
Hoewel het duidelijk is dat veel bedrijven zich in economisch woelig vaarwater bevinden, blijft het aanduiden van één duidelijke oorzaak moeilijk. Volgens een eerste inschatting lijken vooral bedrijven die al langer onder druk stonden nu alsnog te bezwijken — de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen.
Tot slot de starters: in de eerste jaarhelft van 2025 werden 7.024 nieuwe ondernemingen geregistreerd. In vergelijking met dezelfde periode in 2024 kent onze provincie een beperkte aangroei van 0,85%, terwijl het Vlaams Gewest een lichte daling kent van 0,63%.
Op langere termijn zijn er wisselende evoluties. Ten opzichte van 2023 zien we een daling met 1,33%, terwijl we in vergelijking met 2019 een stijging van 10,63% optekenen.
Economische vooruitzichten
De West-Vlaamse rem op investeringen weerspiegelt het dalende ondernemersvertrouwen. Uit een Voka-enquête bij 200 West-Vlaamse bedrijven, afgenomen eind november 2025, blijkt dat 6 op de 10 ondernemers het economisch klimaat als negatief tot bijzonder negatief inschatten. Nog verontrustender is dat 8 op de 10 ondernemers geen verbetering verwachten de komende 12 maanden. De orders zitten bij de meerderheid van de bedrijven (58%) onder het normale niveau.
Ook het Federaal Planbureau schat de economische vooruitzichten voor ons land somber in. In 2026 verwacht men een bescheiden Belgische bbp-groei van 1,1%, waarna in 2027 de economische groei verder vertraagt tot slechts 0,9%, vooral als gevolg van een scherpe terugval van de overheidsinvesteringen en de invoering van ETS2, het tweede Europese systeem voor emissiehandel.
Blijven groeien in turbulente tijden
Onze regeringen staan voor een duidelijke opdracht: het uittekenen van een groeistrategie die onze bedrijven opnieuw perspectief biedt. Nu niet voluit de industrie ondersteunen, dreigt ons op termijn veel meer welvaart te kosten. Het recente begrotingsakkoord van de federale regering zet alvast een eerste stap door de komende drie jaar 700 miljoen euro vrij te maken om de energiefactuur van ondernemingen te verlagen. Dure energie blijft immers een van de belangrijkste oorzaken van de verzwakkende positie van onze West-Vlaamse industrie.
Daarnaast blijft ook de loonkost zwaar doorwegen op de competitiviteit van onze ondernemingen. Volgens het begrotingsakkoord wordt de loonindexering in 2026 en 2028 bevroren voor het gedeelte boven 4.000 euro bruto. De besparing die dit oplevert voor onze bedrijven wordt echter maar voor de helft toegekend; de andere helft vloeit terug naar de staatskas. Bovendien heerst er nog veel onduidelijkheid over de concrete toepassing van deze maatregel. Deze onzekerheid moet voor ondernemingen dringend worden weggewerkt.
Ook de Vlaamse regering moet aan de slag. De Vlaamse productiviteits- en competitiviteitsagenda, uitgewerkt door minister-president Matthias Diependaele, moet uitgroeien tot een geïntegreerde regeringsagenda en het kompas worden voor elke minister.
Een van de belangrijkste werven is de hervorming van de vergunningverlening. Na de oplevering van het adviesrapport door de gemengde expertencommissie eind september, is het aan de Vlaamse regering om werk te maken van een rechtszeker en robuust vergunningenkader.
Daarnaast vormt het tekort aan bedrijventerreinen een rem op de groeiambities van West-Vlaamse ondernemingen. De recente beslissing van de Vlaamse regering om in te stemmen met de acht terreinvoorstellen in het PRUP Bedrijvigheid economische subregio Roeselare was een broodnodige stap in de goeie richting. Maar het traject is nog lang niet afgerond. In 2026 moeten zowel de Vlaamse regering als de provincie West-Vlaanderen de nodige stappen ondernemen zodat het nijpend tekort aan ruimte om te ondernemen eindelijk wordt aangepakt.
Een eeuwigdurende koppijn voor onze West-Vlaamse bedrijven blijft de krapte op de arbeidsmarkt. Ondanks een lichte stijging van het aantal werkzoekenden tot 35.485 in november 2025 — een toename van 8,5% ten opzichte van vorig jaar — blijft de druk op de arbeidsmarkt extreem hoog. De economische turbulentie zorgt wel voor enige afkoeling, maar niet genoeg om de krapte te verlichten. Met slechts 2,43 werkzoekenden per openstaande vacature blijft de spanningsratio in West-Vlaanderen te laag.
Ook de enorme golf van langdurig inactieven zal het nijpend tekort niet oplossen. Volgens de RVA zullen tussen 2026 en midden 2027 in Vlaanderen 62.676 werklozen hun uitkering verliezen. Werkgevers doen hun best, maar de grootste verantwoordelijkheid ligt bij de overheden. Er wordt te weinig gedaan om jongeren te behoeden voor langdurige werkloosheid. 6% van de min-25-jarigen heeft geen diploma, en duaal leren kampt nog met groeipijnen. Door duaal leren aantrekkelijker en effectiever te maken, kan Vlaanderen langdurige werkloosheid aanzienlijk terugdringen.
Een bijkomende uitdaging voor de Vlaamse regering in het bestrijden van de krapte op de arbeidsmarkt is het aantrekken van internationaal talent. Door gericht en selectief hoog-, midden- en laaggeschoolden van buiten onze landsgrenzen aan te trekken, kan het nijpend arbeidstekort effectief worden teruggedrongen.
Tot slot moet er verder werkgemaakt worden van de broodnodige infrastructuur, zoals een derde rijstrook op de E403, de bouw van de nieuwe zeesluis in Zeebrugge en de verdere opwaardering van het Kanaal Roeselare–Leie, om onze regio opnieuw ademruimte te geven. Ze verhogen niet alleen de bereikbaarheid, maar versterken ook de aantrekkingskracht van onze provincie als investeringslocatie.
Veerkracht en groei
De geopolitieke en economische turbulentie leidt tot toenemende onzekerheid bij onze ondernemers. Wereldwijde handel wordt meer gefragmenteerd en risico’s stijgen. Onze overheden hebben een verpletterende verantwoordelijkheid om een stabiel en rechtszeker kader te bieden aan zowel ondernemers als consumenten.
Terwijl de West-Vlaamse investeringsgroei afremt, is dit het moment waarop onze regeringen voluit de kaart van het ondernemerschap moeten trekken. Laat de Vlaamse productiviteits- en competitiviteitsagenda uitgroeien tot het kompas van de Vlaamse regering. Zorg dat de basisvoorwaarden voor ondernemerschap stevig zijn ingevuld: talent, ruimte, infrastructuur en rechtszekerheid. Realiseer met het strategisch platform MAKE2030 een structurele verlaging van de energiekosten, de uitbouw van toekomstgerichte energie-infrastructuur en een doorgedreven administratieve vereenvoudiging.
Ook onze ondernemingen moeten blijven investeren, niet alleen in automatisering en digitalisering, maar ook in onderzoek en ontwikkeling. Ook internationalisering is in deze tijden meer dan ooit een must.
Tot slot moeten we onze maatschappelijke weerbaarheid versterken door sectoren zoals de defensie-industrie een volwaardige plek in Vlaanderen te geven en ze uit de taboesfeer te halen. Veerkracht is niet het afweren van verandering, maar het vermogen om je telkens opnieuw aan te passen aan een nieuwe realiteit. Doen we dat niet, riskeren we het verlies van onze welvaart; doen we dat wel, dan creëren we de voorwaarden om ook in turbulente tijden te blijven groeien.





