“Moeilijk jaar achter de rug, maar in 2026 is regio Oostende ‘the land of opportunity’”
De ondernemingen in regio Oostende hielden zich in 2025 staande in een klimaat van politieke en economische turbulentie. Oorlog in Oekraïne, geweld in het Midden-Oosten, fragmentatie van de wereldeconomie, een tarievenopbod, begrotingsdiscussies, politieke traagheid en Chinese dumpingpraktijken vergroten de onzekerheid. Daardoor worden investeringen uitgesteld, aanwervingen on hold gezet en stijgt het aantal faillissementen. Toch tonen ondernemers veerkracht. Ze blijven kansen creëren en grijpen. In 2026 zullen die kansen er in overvloed zijn. Nu is het aan de overheden om het tempo te volgen.
Tom Bulcke, Voka-regiovoorzitter Oostende: “Laat me beginnen met bij het begin van dit jaar mijn waardering uit te spreken voor alle ondernemers uit de regio. Hun ambitie, volharding en veerkracht waren in 2025 van een heel hoog niveau. In een jaar dat werd gekenmerkt door politieke en economische onzekerheid, bleven zij kansen creëren en grijpen. Hun bijdrage aan de welvaart wordt vaak onderschat, maar het bewustzijn over de cruciale rol die ondernemers spelen in de economische ontwikkeling groeit. Dankzij hun inzet en doorzettingsvermogen blijft de regio Oostende zich daarbij onderscheiden als een dynamische en toekomstgerichte omgeving voor ondernemerschap.”
Kansen om mensen te activeren, op te leiden én aan te trekken
De krapte op de arbeidsmarkt blijft één van de grootste groeiremmers. “Het succes van onze ondernemingen staat of valt met de mensen op de werkvloer, maar jaar na jaar wordt het lastiger om vacatures ingevuld te krijgen. De mismatch tussen vacatures en het opleidingsniveau of de skills van mensen is in deze regio misschien wel het meest uitdagend”, stelt Tom Bulcke, Voka-regiovoorzitter Oostende.
Regio Oostende telt verhoudingsgewijs veel werkzoekenden zonder werk en niet-beroepsactieven, terwijl bedrijven tegelijk blijven zoeken naar geschikte medewerkers. Voka West-Vlaanderen vraagt daarom een activeringsbeleid dat een versnelling hoger schakelt: intensievere begeleiding, meer (her)opleiding en betere matching richting knelpuntvacatures. In 2026 komt bovendien een nieuwe beweging op gang: door de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkering wordt een grotere groep mensen opnieuw (of sneller) beschikbaar voor de arbeidsmarkt. “Dat is een kans, maar het zal niet vanzelf leiden tot meer ingevulde vacatures. Laat ons vooral vermijden dat mensen verschuiven van werkloosheidsuitkering naar leefloon. Dat betekent: activeren, opleiden en begeleiden naar de juiste job”, zegt Thomas Buys, regioverantwoordelijke Oostende bij Voka West-Vlaanderen.
Maar zelfs met maximale activering en opleiding blijven tekorten bestaan. Van technische profielen en zorgfuncties tot horecamedewerkers, IT’ers en ingenieurs. Daarom is gerichte instroom van internationaal talent nodig. Wie we aantrekken, moet snel en degelijk ondersteund worden met huisvesting, taal en integratie. Voka West-Vlaanderen blijft daarom pleiten voor een International House West Flanders in Oostende, als centraal aanspreekpunt voor ondernemingen en internationale medewerkers.
Naast talent aantrekken is het de bedoeling om ook talent hier te houden. De regio Middenkust biedt daarin een uitgesproken troef: een goede mix van work-life balance met aantrekkelijke woonfaciliteiten, relatief verkeersvlotte verbindingen en boeiende vrijetijdsmogelijkheden.
Daarnaast kent onze regio een sterke horeca- en toerismesector die economische waarde creëert én de aantrekkelijkheid van de regio mee bepaalt. In Oostende is ongeveer 10% van alle tewerkgestelden gelinkt aan toerisme. Met het nieuwe directeursduo bij Toerisme Oostende is er momentum om die sector verder te versterken en zo meer mensen naar de regio te halen én hier te houden. De ambitie is helder: van regio Oostende de meest aantrekkelijke regio van Vlaanderen maken om te ondernemen, te werken en te wonen.
Ook blijven we werken om de brug tussen onderwijs en arbeidsmarkt te versterken. Levenslang leren is nog te weinig evident en jongeren moeten vroeger in contact komen met technische en STEM-competenties. “Voka West-Vlaanderen wil in 2026 een mobiel Talentcenter uitrollen en bekijkt of dit ook in Oostende halt kan houden om jongeren te helpen bij een juiste studiekeuze”, geeft voorzitter Tom Bulcke mee.
Daarnaast is er extra aandacht nodig voor het hoger onderwijs in de regio, onder meer voor het Vlaams Luchtvaartopleidingscentrum (VLOC). Daar is een sterke instroom in vooral de bacheloropleiding drone applications, maar ook in de bachelor luchtvaarttechnologie. Dat is uitstekend nieuws, maar vraagt meer stageplaatsen én extra studentenhuisvesting. Voka West-Vlaanderen zal samen met werkgevers actief zoeken naar kwalitatieve stages en roept publieke en private spelers op om extra studentenhuisvesting in Oostende te realiseren.
Haven, Noordzee en blauwe economie: van studiewerk naar investeringen
We hopen dat in 2026 het strategisch masterplan voor de blauwe economie eindelijk van de grond komt. Dit vloeit voort uit de ambitienota en het actieplan ‘Blauwe Economie’ voor regio Middenkust die in 2024 werden opgeleverd. De bedoeling is om een sterk merk en duidelijke identiteit voor de regio uit te bouwen en dus de blauwe economie te promoten. Het uiteindelijke doel is mensen aantrekken om hier te werken, wonen en studeren. “We zien dat er hiervoor vorig jaar zaadjes geplant zijn en dat juichen we toe. Er zijn dan ook veel ingrediënten aanwezig om die merkidentiteit uit te bouwen. Alleen kunnen we hier nog niet zo veel vruchten van plukken op het terrein. Ik pleit er daarom voor om een versnelling hoger te schakelen en meer samen te werken met de verschillende stakeholders in de ruimere regio. We laten hier nog kansen liggen”, merkt Bulcke op.
In dit nieuwe jaar krijgt de Oostendse haven met de nieuwe CEO ad interim, de kans om een nieuwe koers te varen. Voka West-Vlaanderen rekent erop dat hij de ruimte en het mandaat krijgt om de opmaak van een duurzame strategie in de steigers te zetten, de werking te versterken en vooral een investeringsagenda op te bouwen die niet blijft steken in studies.
Een sleutelproject in die investeringsagenda is de nieuwe terminal of kaaimuur in de oostelijke havendam. Vandaag zijn middelen voorzien voor studie en onderzoek, maar 2026 moet het jaar worden waarin Vlaanderen ook kiest voor uitvoering van dit Vlaams strategisch project. “Voka West-Vlaanderen vraagt daarom dat er in het vervolg van het Geïntegreerd Investeringsprogramma (GIP) niet alleen studiebudgetten, maar ook uitvoeringsmiddelen worden ingeschreven. Die kaaimuur is essentieel om de offshore cluster te behouden en uit te bouwen, zeker wanneer de Prinses Elisabethzone en het energie-eiland verder vorm krijgen. Ze helpt bovendien om grote schepen verder van het stadscentrum te houden en de haven beter klaar te maken voor klimaatverandering”, stelt Thomas Buys.
Parallel loopt ook de Toekomstvisie Havens binnen het Strategisch Beleidsplan Kustvisie, met een focus op klimaatadaptatie en stijgende zeespiegel. Vanuit de Vlaamse administratie werd aangegeven dat Kustvisie wordt geactualiseerd en in de eerste helft van 2026 definitief goedgekeurd zou worden. Voka West-Vlaanderen pleit samen met de Oostendse Havengemeenschap voor een zeewaartse uitbreiding van de haven, met de nieuwe terminal als cruciale bouwsteen, zodat continuïteit voor private havenbedrijven én klimaatbestendigheid hand in hand kunnen gaan.
Ook Ventilus is een strategisch dossier voor de regio. De hoogspanningsverbinding is niet alleen onmisbaar voor de elektrificatie van West-Vlaanderen, maar ook noodzakelijk voor de verdere ontwikkeling van de offshore energiesector op de Noordzee en de ondersteuning van de havenclusters van Oostende en Zeebrugge. “We hopen dat de Vlaamse regering begin 2026 de vergunningen verleent en er een transparant en billijk compensatiekader voor bedrijven wordt voorzien. Dat flankerend beleid is cruciaal om draagvlak te versterken, procedures te vermijden en een snelle realisatie van Ventilus te verzekeren”, zegt voorzitter Tom Bulcke.
Daarnaast blijft de vergunningverlening in het algemeen een knelpunt: traag, complex en te vaak het slachtoffer van bezwaren en procedures. Voka West-Vlaanderen kijkt uit naar de vertaling van het actieprogramma inzake vergunningverlening in concrete regelgeving en verwacht meer oplossingsgerichtheid vóór, tijdens en na de aanvraag. In regio Oostende worden nog te veel dossiers geweigerd of stopgezet.
Binnen diezelfde ambitie vraagt Voka West-Vlaanderen ook een regelluwe zone in de haven. “We pleiten voor alle duidelijkheid niet voor een regelvrije ruimte, maar wel voor een proeftuin met een helder kader waar er kan getest en geëxperimenteerd worden. Van drones en onbemande vaar- en onderwatertuigen tot hoogtechnologische toepassingen in de defensie-industrie en initiatieven in aqua- en maricultuur”, stelt Buys.
“In regio Oostende en bij uitbreiding West-Vlaanderen hebben we ook alle troeven in handen om de dronesector te laten groeien en bloeien. Te land, ter zee en in de lucht. De regelluwe zone waarvan sprake kan het testen van die drones makkelijker maken. Maar er zijn ook nog vele andere opportuniteiten die op vandaag al voorhanden zijn. Denk dan aan het Drone Dock, The Blue Accelerator, het VLOC, de vele bedrijven in de regio die actief zijn in de dronesector, het onderzoeksproject rond Vertiports,... Te veel om op te noemen, maar dit toont gewoonweg aan dat deze regio de Vlaamse drone-hotspot bij uitstek is en zelfs nog meer aan het worden is”, stelt Tom Bulcke.
Zo zal er binnenkort een wind- en regensimulator in Oostende beschikbaar zijn, die het testen van drones in extreme weersomstandigheden toelaat. Ook wil Voka West-Vlaanderen samen met de andere partners van Drone Port West-Vlaanderen een gecontroleerd luchtruim met luchtverkeersleiding voor (autonome) drones boven de Noordzee en een luchtbrug tussen de twee West-Vlaamse luchthavens mogelijk maken.
“De verschillende dreigingen met drones boven luchthavens en militaire basissen van het afgelopen jaar brachten drones helaas op een negatieve manier in beeld. Dat betekent echter niet dat we de positieve impact, die vele malen groter is, en de vele nuttige toepassingsgebieden ervan in vraag moeten stellen. Drones zijn op vandaag al alomtegenwoordig en vormen een ontegensprekelijk onderdeel van onze toekomst. We kunnen drones dan ook breed inzetten: voor onderzoek op en onder water, mijnenbestrijding, expresscargo met bijvoorbeeld transporten in de medische wereld, toepassingen in de landbouw, inspecties en onderhoud in de industrie en offshore-economie, interventies van hulpdiensten en zelfs voor het realiseren van urban air mobility in de nabije toekomst via eVTOL-toestellen (Electric Vertical Take-Off and Landing-toestellen)”, zegt Bulcke.
Naast het gecontroleerd luchtruim boven de Noordzee, dringen zich ook keuzes op hoe de zee wordt gebruikt. De ruimtelijke invulling van de Noordzee vraagt in 2026 duidelijkheid via de opmaak van het Marien Ruimtelijk Plan. Voka West-Vlaanderen is voorstander van minstens één CIA-zone (zone voor commerciële en industriële activiteiten) waar kmo’s kunnen innoveren en experimenteren op zee. “Mariene planning mag echter geen zero-sum game worden. De ene gebruiker mag er niet op vooruitgaan ten koste van de ander. We pleiten voor echt multifunctioneel ruimtegebruik, een gelijk speelveld voor alle sectoren en slim omgaan met de schaarse ruimte op zee”, zegt Thomas Buys.
Ruimte en mobiliteit: bedrijventerreinen, Torhoutsesteenweg en luchthaven als hefboom
Niet alleen op zee, maar ook op land raakt de ruimte om te ondernemen stilaan ingevuld. Omdat nieuwe bedrijventerreinen realiseren jaren voorbereiding vraagt, moet 2026 het jaar worden waarin een ‘Middenkust Ruimtelijk Plan’ vorm krijgt: waar ligt nog goed ontsloten ruimte om te ondernemen, hoe benutten we bestaande zones beter en hoe zorgen we voor kwaliteitsvolle inpassing en een vlotte vergunningverlening?
Er liggen nog kansen: een uitbreiding op bedrijventerrein De Kalkaert in Middelkerke (ongeveer vijf hectare), mogelijkheden in Oostende langs de Torhoutsesteenweg (N33) nabij de Kromme Elleboog en zuidwaarts nabij de kruising N33/E40 in Gistel. “We zijn alvast tevreden dat Gistel de opmaak van het RUP ‘De Koolaerd’ in het bestuursakkoord inschreef en hiermee aan de slag wil, al vergt dat vooraf onder meer een Beleidsplan Ruimte Gistel en wellicht de onderbouwing van de ruimtebehoefte”, zegt Bulcke.
De N33 zelf blijft tegelijk een cruciale mobiliteitsas voor de regio die dringend een opwaardering nodig heeft. Het Agentschap Wegen en Verkeer voert momenteel een studie uit die eind 2026 klaar zal zijn. In tussentijd neemt Stad Oostende maatregelen om de veiligheid en doorstroming te verhogen. Daarvan zouden de eerste acties tegen juni 2026 zichtbaar zijn op het terrein, na correcte afstemming met de betrokken ondernemingen. Op langere termijn zijn structurele ingrepen nodig, onder meer aan het kruispunt met de Rolbaanstraat. Vandaag is de Rolbaanstraat de enige ontsluiting voor meerdere bedrijven langs de N33 en logistieke activiteiten op de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge. Nu de luchthaven ook een nieuwe vergunning beet heeft en verder zal groeien, zal ook dit kruispunt binnenkort aan een upgrade toe zijn.
Ostend-Bruges Airport heeft immers de ambitie om met haar nieuwe vergunning duurzaam door te groeien in cargo, passagiers, business aviation, elektrisch vliegen, drones, trainingsvluchten en gespecialiseerde operaties. “De luchthaven zet tegelijk stappen in verduurzaming, met onder meer het op één na grootste zonnepark van ons land, de elektrificatie van haar wagenpark en het creëren van een biodiversiteitszone op de luchthaven. In het verdere groeitraject heeft Oostende-Brugge trouwens kansen om complementair te zijn aan Brussels Airport, dat meer en meer verzadigd raakt”, zegt Thomas Buys.
Tot slot: er leeft bezorgdheid over de investeringen in de modernisering van de bestaande infrastructuur. Door de moeilijke budgettaire context van de vele lokale besturen dreigen noodzakelijke investeringen naar de achtergrond te verschuiven. “Hierdoor wordt er opnieuw achterstand gecreëerd die later alleen maar een duurdere inhaalbeweging veroorzaakt. Laat ons nu de keuze maken om te investeren in morgen”, besluit voorzitter Tom Bulcke.





