Vlaanderen groeit, maar veel te traag. Een magere 1% per jaar, terwijl landen als Denemarken en Zweden richting 2% gaan. Wat doen zij anders om die groei mogelijk te maken? Zeven ondernemers kennen het antwoord. De vraag is: is de politiek bereid om naar hen te luisteren? Zeven gesprekken over wat Vlaanderen kan zijn als we durven switchen naar groei. Deze keer gaat Bart De Wever, eerste minister van België, in gesprek met Jan Remeysen, CEO van BASF Antwerpen.
De energie-intensieve industrie staat zwaar onder druk. Nochtans vormt dit ecosysteem een belangrijke pijler van onze economie. Van chemie, staal en metaal tot papier, karton, keramiek, cement, voeding en recyclage: dit ecosysteem creëert veel toegevoegde waarde en vormt de basis voor heel wat andere economische activiteiten. De uitdaging voor de komende jaren? Niet zozeer méér groeien, maar ervoor zorgen dat deze industriële basis hier verankerd blijft en opnieuw sterker en competitiever wordt.
Energie als achilleshiel
Eén van de grootste uitdagingen voor de energie-intensieve industrie is de kostprijs van energie. Jan Remeysen kijkt daarbij in de eerste plaats naar gas, dat in Europa aanzienlijk duurder is dan in andere delen van de wereld. Voor heel wat industriële bedrijven is gas bovendien niet alleen een energiebron, maar ook een belangrijke grondstof. Dat prijsverschil weegt dus rechtstreeks op hun concurrentiepositie.
Ook Bart De Wever erkent de urgentie. Een energiepolitiek op lange termijn moet meer zekerheid bieden. De combinatie van kernenergie en hernieuwbare energie moet daar volgens hem een antwoord op bieden, al verdwijnt het kostennadeel daarmee niet meteen.
Om de competitiviteit tijdens de energietransitie te beschermen, ziet De Wever daarom ook een rol voor de overheid. Europese bedrijven kampen immers niet alleen met hogere energieprijzen, maar concurreren tegelijk met goedkopere producten uit onder meer de Verenigde Staten en China. “Duurdere energie én daarenboven dumping, dat valt niet te overleven”, zegt De Wever.
Die combinatie zet de Europese industrie dubbel onder druk. Willen we industriële productie hier houden, dan moeten ondernemingen opnieuw onder competitieve voorwaarden kunnen produceren.
Zelfs de meest creatieve ondernemer kan niet ondernemen in een omgeving die niet competitief is.
Bart De Wever, eerste minister van België
Industrie als motor van welvaart
De energie-intensieve industrie speelt tegelijk een belangrijke rol in onze economische waardecreatie. Jan Remeysen vindt dat we die rol soms te veel uit het oog verliezen. “De maatschappij vergeet soms dat groei vanuit ondernemingen en industrie komt.” Rond industriële bedrijven zit bovendien een breed netwerk van leveranciers en dienstverleners dat mee profiteert van hun activiteiten en investeringen.
Tegelijk staat de industrie voor een ingrijpende transitie. Om klimaatneutraal te worden, zijn de komende jaren grote investeringen nodig. Daarvoor moeten ondernemingen voldoende slagkracht behouden. Wanneer hun concurrentiekracht afneemt, komt ook hun vermogen om te investeren in die transitie onder druk.
Bart De Wever legt daarbij de link met onze welvaartsstaat. “Men vergeet inderdaad vaak dat er bij een herverdeling effectief iets te herverdelen is.” Economische groei vormt voor hem de basis om sociale bescherming en publieke dienstverlening te kunnen financieren. Zonder voldoende waardecreatie wordt het steeds moeilijker om die op lange termijn betaalbaar te houden.
Daar komt de internationale concurrentie bovenop. Europa moet zich meten met economische machtsblokken als de Verenigde Staten en China. Om gelijke tred te houden, moeten onze economie en overheid volgens De Wever efficiënter en competitiever worden.
Ruimte om te ondernemen
Wat kunnen ondernemers zelf doen? “Doen wat ze vandaag doen”, zegt De Wever. België heeft volgens hem geen gebrek aan gemotiveerde en geëngageerde ondernemers. Zowel sterke familiebedrijven als grote internationale ondernemingen zijn hier stevig verankerd en willen hier blijven investeren.
Maar zelfs de meest ondernemende bedrijven kunnen alleen groeien wanneer de omstandigheden goed zitten. Energiekosten, regelgeving en internationale concurrentie bepalen mee of nieuwe investeringen uiteindelijk hier of elders gebeuren.
Voor Jan Remeysen ligt daar een belangrijke opdracht. Bedrijven moeten de ruimte en slagkracht krijgen om hun productie te vernieuwen en te verduurzamen, zonder zichzelf uit de internationale markt te prijzen. Ondernemingen moeten dus blijven investeren, innoveren en verduurzamen. Tegelijk moeten de voorwaarden aanwezig zijn om dat vanuit een competitieve uitgangspositie te kunnen doen.
Onze industrie hier verankeren
De switch naar groei betekent voor de energie-intensieve industrie in de eerste plaats voorkomen dat bestaande economische activiteit verdwijnt. Vlaanderen en België beschikken over sterke industriële clusters, veel kennis, infrastructuur en ondernemingen die hier stevig verankerd zijn. Maar die positie staat onder druk. Competitieve energieprijzen, eerlijke internationale concurrentie en voldoende ruimte om te investeren en te verduurzamen zijn cruciaal om die industriële basis te behouden.
Daar vinden Jan Remeysen en Bart De Wever elkaar absoluut in. Ondernemingen willen hier blijven investeren, maar moeten dat ook onder competitieve omstandigheden kunnen doen. Want ook in een economie die steeds digitaler en meer dienstengedreven wordt, blijft industrie een belangrijke motor van waardecreatie.
De switch naar groei begint hier dus met het versterken van wat we vandaag al hebben: onze industrie competitief houden, investeringen hier verankeren en ondernemingen de ruimte geven om de transitie richting de toekomst te maken.








