Vlaanderen groeit, maar veel te traag. Een magere 1% per jaar, terwijl landen als Denemarken en Zweden richting 2% gaan. Wat doen zij anders om die groei mogelijk te maken? Zeven ondernemers kennen het antwoord. De vraag is: is de politiek bereid om naar hen te luisteren? Zeven gesprekken over wat Vlaanderen kan zijn als we durven switchen naar groei. Deze keer gaat Conner Rousseau, voorzitter van Vooruit, in gesprek met Tom Aelbrecht, gedelegeerd bestuurder bij Johnson & Johnson Pharmaceutica.
Het ecosysteem zorg en gezondheid is essentieel voor onze samenleving en heeft tegelijk een belangrijke economische dimensie. Met een vergrijzende bevolking neemt de druk op onze gezondheidszorg alleen maar toe. De cruciale vraag is dan ook: hoe houden we onze zorg toegankelijk en betaalbaar én zorgen we ervoor dat Vlaanderen zijn koppositie in biofarma kan behouden en versterken?
Voor Tom Aelbrecht begint het antwoord bij de sterke positie die we vandaag al hebben. Johnson & Johnson doet in België aan onderzoek, ontwikkeling en productie voor Europa en de rest van de wereld. “We hebben hier al die faciliteiten en zijn daar absoluut top in.” België is binnen biofarma zelfs de tweede grootste exporteur van Europa. De uitdaging is om die positie niet alleen te behouden, maar verder te versterken.
Meer doen met onze gezondheidsdata
Een belangrijke sleutel daarvoor ligt volgens Tom bij efficiëntie en digitalisering. Vandaag beschikken we over heel wat gezondheidsdata, maar die informatie is nog te versnipperd.
Wie in het ene ziekenhuis bepaalde onderzoeken ondergaat, moet bij een latere opname in een ander ziekenhuis soms dezelfde testen opnieuw laten uitvoeren. Door patiëntendata beter met elkaar te verbinden, kunnen we onnodige onderzoeken vermijden en de gezondheidszorg efficiënter organiseren. Daar wint in de eerste plaats de patiënt bij, maar het helpt ook om onze sterke positie in biofarma verder uit te bouwen. Digitalisering wordt zo een hefboom voor betere zorg én voor economische groei.
Ook het waarderen van innovatie is cruciaal. Wie ruimte geeft aan nieuwe geneesmiddelen, technologieën en onderzoek, maakt ons land aantrekkelijker voor investeringen. En net die investeringen zijn nodig om onze voorsprong te behouden.
Ik weet niet of we in deze geopolitieke, moeilijke tijden België en Europa apart kunnen zien van elkaar.
Conner Rousseau, voorzitter Vooruit
Innovatie én de betaalbaarheid ervan
Conner Rousseau ziet het belang daarvan, maar gaat in op een evenwicht dat bewaakt moet worden. Wetenschappelijke innovatie kan antwoorden bieden op grote uitdagingen in onze gezondheidszorg, maar onderzoek en nieuwe behandelingen kosten ook veel geld.
Voor de voorzitter van Vooruit moeten innovatie en betaalbaarheid daarom hand in hand gaan. We moeten wetenschappelijke vooruitgang voldoende ruimte geven, zonder de betaalbaarheid voor de samenleving uit het oog te verliezen.
Daar vinden Conner en Tom elkaar. Alle betrokken spelers moeten volgens Tom blijven werken aan de oplossingen van de toekomst. Alleen zo kunnen we onze sterke uitgangspositie behouden en tegelijk onze welvaart veiligstellen en verbeteren.
Sterker staan in Europa
Ook de geopolitieke context komt ter sprake. Voor Conner kunnen we België en Europa vandaag niet meer los van elkaar bekijken. Europa is voor geneesmiddelen en de productie ervan nog te afhankelijk van andere delen van de wereld, waaronder China. Die afhankelijkheid maakt Europa kwetsbaar. Conner wil daarom dat we als Europa sterker worden en tegelijk dringend werk maken van meer efficiëntie.
Tom is het daarmee eens, maar benadrukt dat we ook zelf een aantal sleutels in handen hebben. Zeker als het over productie gaat, moeten we beschermen wat vandaag goed werkt en bekijken waar we onze positie nog kunnen versterken.
Want een koppositie is geen garantie voor de toekomst. België is vandaag de nummer twee in Europa voor de export van biofarma. “We moeten vermijden dat onze nummer twee-positie een nummer drie, vier of vijf wordt”, waarschuwt Tom.
Van nummer twee naar koploper
Op dat punt liggen de standpunten dicht bij elkaar. Conner ziet vooral kansen om de instrumenten die vandaag al goed werken verder te optimaliseren en te versnellen.
Daarbij blijft voor hem één voorwaarde centraal staan: innovatie moet betaalbaar blijven en de voordelen ervan moeten breed gedeeld worden. Als dat evenwicht er is, ziet hij alle ruimte om samen te werken en onze koppositie verder uit te bouwen.
De switch naar groei begint hier dus niet van nul. Vlaanderen en België beschikken vandaag al over sterke onderzoeks- en productiefaciliteiten, veel kennis en een internationale toppositie in biofarma. De uitdaging is om die voorsprong niet als vanzelfsprekend te beschouwen, maar verder te versterken: door gezondheidsdata slimmer te gebruiken, innovatie te waarderen, efficiënter te werken en onze positie binnen Europa te versterken.
Zo kan de switch naar groei in zorg en gezondheid twee keer renderen: voor onze welvaart en voor de patiënt.








