Skip to main content
  • Home
  • Ontdek hieronder de meestgestelde vragen en antwoorden over HR
ViaVoka: het antwoord zit in ons netwerk

Ontdek hieronder de meestgestelde vragen en antwoorden over HR

Algemene vragen

Welke financiële informatie deel je met uw medewerkers?

Ondernemer A

Ik ben zeer transparant over de resultaten, wat hard geapprecieerd wordt door de werknemers. Zo delen wij de maandelijkse omzet en EBITDA, de realisatie van de doelstellingen van het afgelopen kwartaal en de doelstellingen van het volgende kwartaal en de strategie en doelstellingen voor de komende 3 jaar tijdens een jaarlijkse meeting van 1 dag. 

Ondernemer B  

Naast het delen van de resultaten is het belangrijk om met hen te bespreken hoe ze binnen hun team en persoonlijk kunnen bijdragen tot de resultaten. Dit kan bijvoorbeeld door ook KPI's te bepalen inzake aantal klachten, afval, leverbetrouwbaarheid, etc. Openheid brengt in principe meer bij dan alles geheim en gesloten te houden. 

Ondernemer C 

Wij zijn al vele jaren vrij open over de resultaten t.o.v. onze medewerkers. Elk jaar bespreken we de jaarrekening. Dit verhoogt de betrokkenheid. Zowel in goede jaren als in jaren waar het wat moeilijker gaat. Contacteer me gerust indien je meer ervaringen wil delen hier over. 

 Ondernemer D

Het is niet voor iedereen interessant om de financiële gegevens van een bedrijf te kennen. Ik raad aan om een strategisch kernteam te vormen met mensen die kunnen meedenken met de bedrijfsleider. Andere medewerkers hebben enkel behoefte aan een aantal operationele cijfers en de vergelijking met het budget.  

Hoe werf ik personeel uit Nederland aan?

Volgende zaken geven alvast een eerste idee over de regelgeving: 

  • In beginsel gelden de Belgische sociale zekerheidswetten. Alle formaliteiten inzake de Belgische sociale zekerheid moeten door de Belgische werkgever uitgevoerd worden, met uitzondering van de ziekteverzekering. Hiervoor moet de Nederlandse werknemer zelf een formulier E-104 aan zijn Nederlandse Zorgverzekeraar vragen en afleveren aan een Belgische verzekeringsinstelling.  

  • In principe zal de Nederlandse werknemer in België belastingen betalen over zijn in België verdiende loon. De Belgische werkgever houdt dus bedrijfsvoorheffing in. Uitzonderingen op deze regel zijn: 

    • De grensarbeider werkt wel in België maar voor een niet in België gevestigde werkgever en gedurende maximaal 183 dagen in een periode van 12 jaar. 

    • De grensarbeider werkt voor een Nederlands overheidsorgaan in België. 

    • De grensarbeider werkt als (hoog)leraar of onderwijzer in België. In dat geval zal u de eerste twee jaar van uw tewerkstelling betalen in Nederland. 

  • Nederlandse grensarbeiders zijn gelijkgesteld met de Belgische werknemers voor het kiesrecht en de verkiesbaarheid van de ondernemingsraad. 

  • De Nederlandse grensarbeider kan in het kader van het educatief verlof een opleiding volgen in België en doorbetaling ontvangen van loon.  

  

Bij Grensinfopunt kan u terecht voor algemene info en advies omtrent grensoverschrijdende tewerkstelling België-Nederland. Als Grensinfopunt kunnen wij u dooorverwijzen naar andere (inter)nationale organisaties in ons netwerk en in het netwerk van de GrensInfoPunten. Stel uw vraag via ons online formulier: https://grenzinfo.eu/nl/

Vlaams OpleidingsVerlof (VOV)

Het Vlaams OpleidingsVerlof (VOV) wordt gewijzigd door het sociaal akkoord ‘Alle Hens aan Dek’, dat werknemers en werkgevers afsloten samen met de Vlaamse overheid. Het doel is meer werknemers op te leiden en daarbij krijgt de werkgever nu ook het recht dit zelf te initiëren. 

1) Niet langer enkel een recht van de werknemer op betaald verlof. Ook de werkgever kan initiatief nemen richting opleiding van zijn werknemers. 

Vlaanderen wil de leergoesting van de werknemers aanwakkeren, want competenties zijn de grondstof van de Vlaamse economie. Bij wijze van experiment krijgt u als werkgever de expliciete rol om opleidingen voor te stellen aan uw werknemers zodat ze hun toekomstkansen in de sector of op de Vlaamse arbeidsmarkt versterken.

Een duwtje in de rug door de werkgever richting opleiding kan werknemers over de drempel(s) tillen. Zeker in die gevallen waar zij zelf weinig vragende partij zijn of het nut van een opleiding niet inzien. Let wel, van een verplichting door de werkgever kan geen sprake zijn, vandaar de term gemeenschappelijk initiatiefrecht.

De opleidingen die de werkgever voorstelt aan de werknemer hoeven niet gerelateerd te zijn aan de huidige job. Opleidingen die strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de huidige job zijn en blijven in principe ten laste van de werkgever. Vlaams opleidingsverlof blijft het individueel recht van de werknemer om opleiding te volgen en daartoe afwezig te zijn op het werk. 

Een werknemer die zowel zijn eigen opleidingskeuze volgt als ingaat op het voorstel van de werkgever verdubbelt zijn recht op VOV en kan maximaal 250 VOV-uren opnemen.

2) Ook kleinere opleidingen worden mogelijk

Daarnaast is er een bijkomende wijziging om sneller te voldoen aan de minimumvoorwaarde van 32 uur opleiding. Deze voorwaarde wordt afgetoetst over alle inschrijvingen heen, en niet enkel bij éénzelfde opleidingsverstrekker. Meerdere korte opleidingen hebben ook meerwaarde en kunnen de leergoesting bevorderen!

We stellen nu vast dat een groep van werknemers de minimale 32 uur beschouwen als drempelverhogend en weinig tot niet te motiveren zijn voor dergelijke opleidingen. Door toe te laten dat ook kleinere modules kunnen gevolgd worden en de werkgever hier terugbetaling krijgt van de uren, wordt een drempel verlaagd.

3) Digitaal en blended leren 

Tot slot wordt ook de regelgeving van het Vlaams opleidingsverlof aangepast aan de realiteit van e-leren. De huidige coronacrisis leidde op dit vlak alvast tot een versnelling in het digitaliseren en op afstand volgen van opleidingen.

De definitie van contactleren wordt verruimd en ook blended leren, een combinatie van contactleren en afstandsleren, komt in aanmerking voor VOV

Alle info

De wijzigingen gaan in vanaf schooljaar 2020-2021 en staan in detail omschreven op deze website.

Vakantieplanning 2021

Vakantieplanning 2021

  1. ​We zetten graag nog eens de regels rond het jaarlijks vakantieverlof op een rij voor u: 
    • Het jaarlijks vakantieverlof wordt opgenomen naar keuze van het personeelslid en met inachtneming van de behoeften van de dienst.
    • Bij opsplitsing van het jaarlijks vakantieverlof heeft elk personeelslid recht op minstens twee weken ononderbroken vakantieverlof. Dit moet ervoor zorgen dat elk personeelslid even tot rust kan komen.
    • Er kan bij het opstellen van de vakantieplanning ook rekening worden gehouden met de nood aan kinderopvang voor een belangrijk deel van de personeelsleden tijdens deze periode van coronamaatregelen. Zij zullen naast het jaarlijks vakantieverlof, ook gebruik kunnen maken van inhaalverlof, verlof om dwingende redenen of de verschillende vormen van ouderschapsverlof (bijv. het systeem van 1 week )(voor meer details over deze verlofstelsels kan worden verwezen naar rubriek 3 - Verlofstelsels voor opvang kinderen tijdens schoolvakanties).
    • De overdrachtsregels rond het jaarlijks vakantieverlof worden toegelicht in (2)
    • % Opgelet! Hou bij de aanvraag en de toekenning van het jaarlijks vakantieverlof ook rekening met eventuele quarantainemaatregelen. Maak hier de nodige afspraken rond met je diensthoofd en met het oog op de behoeften van de dienst, bijv. telewerk, extra vakantiedagen, inhaalrust,…
    • Alle details rond de impact van quarantainemaatregelen op de arbeidsorganisatie zijn terug te vinden in omzendbrief nr. 685 van 1 september 2020 - Richtlijnen in het kader van de bijzondere COVID-19-maatregelen voor de personeelsleden van het federaal openbaar ambt inzake de organisatie van het werk.
       
  2. De federale verlofregeling voorziet dat de overdracht van het jaarlijks vakantieverlof maximaal kan voor één jaar. Sommige organisaties hebben specifieke overdrachtsregels (bijv. max. 10 vakantiedagen overdragen die moeten opgenomen worden vóór 15 april of vóór 1 mei).  Misschien kunnen bepaalde personeelsleden het overgedragen jaarlijks vakantieverlof niet op tijd opnemen.
    Elke leidend ambtenaar kan akkoord gaan met een uitbreiding of aanpassing van de overdrachtsregels die van toepassing zijn op zijn organisatie (bijv. op vraag van een personeelslid door een toename van het werk of als algemene uitzondering enkel voor het vakantieverlof van 2020). De maximale overdrachtsregel van 1 jaar en de mogelijkheid om vakantieverlof op te sparen zijn ongewijzigd van toepassing of met andere woorden het (overgedragen) vakantieverlof van 2020 moet opgenomen worden vóór 31 december 2021.
     
  3. Personeelsleden kunnen misschien ook een aanvraag doen voor extra vakantiedagen in de paasvakantie omdat de combinatie werk en kinderopvang moeilijker verloopt.
    Vakantieverlof wordt aangevraagd naar keuze van het personeelslid en wordt goedgekeurd door de werkgevende overheid. Extra vakantieverlof kan worden aangevraagd door het personeelslid rekening houdend met de vakantieplanning voor het volledig  jaar 2021 en de werkplanning.
     
  4. Personeelsleden hebben vakantieverlof aangevraagd en bekomen en wensen dit nu te herroepen?
    Vakantieverlof wordt aangevraagd naar keuze van het personeelslid en wordt goedgekeurd door de werkgevende overheid. Er zijn soms ook afspraken gemaakt met de collega’s.
    Het vakantieverlof kan worden herroepen door het personeelslid en de werkgevende overheid mits akkoord. Bovendien moet hier ook rekening gehouden worden met de vakantieplanning voor het volledige jaar 2021, de werkplanning en de accumulatie van vakantiedagen.
     
  5. Er werd beslist om de paasvakantie uit te breiden met één week en deze te laten starten op 29 maart 2021 i.p.v. op 5 april 2021.

    Net zoals bij de verlenging van de herfstvakantie van 2020 is de regeling van omzendbrief nr. 686 van 28 oktober 2020 - Richtlijnen in het kader van de bijzondere COVID-19-maatregelen voor de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt inzake de organisatie van het werk en de opvang van de kinderen bij (tijdelijke) sluiting van scholen, kinderdagverblijven en centra voor opvang van kinderen met een handicap van toepassing op de extra vrije week.

Telewerk

Welke werkgevers moeten het telewerkregister invullen?

De maatregel is van toepassing op alle werkgevers, zowel in de privé als de publieke sector. Hij geldt dus ook voor de ondernemingen waar niemand telewerkt. De ondernemingen uit gesloten sectoren moeten echter geen aangifte doen.

Let op: horecazaken die take-away aanbieden, zijn niet gesloten en moeten dus een aangifte doen.

Lees alle details op Lex4You

Welke gegevens moet u meedelen bij uw aangifte?

U moet de volgende info aan de RSZ meedelen:

  • Het aantal personen dat op regelmatige basis aanwezig is in uw onderneming tijdens de maand waarvoor de aangifte gebeurt. Uitzendkrachten, zelfstandigen, werknemers van onderaannemers die regelmatig aanwezig zijn op de werkvloer moet u ook in de aangifte opnemen. Hetzelfde geldt ook voor bijvoorbeeld langdurig zieken of werknemers in tijdskrediet
  • Het aantal personen dat tewerkgesteld is in een functie waarin niet kan getelewerkt worden (zelfs niet gedeeltelijk)
    • Voor dit aantal moet u ook rekening houden met het aantal personen die regelmatig aanwezig zijn in uw onderneming en waarmee u geen arbeidsovereenkomst heeft afgesloten (zoals uitzendkrachten, zelfstandigen,…)
    • U moet hierbij geen rekening houden met personen die slechts deels telewerken of personen die slechts af en toe aanwezig zijn in uw onderneming

De namen van de betrokken personen moeten niet opgenomen worden. U moet enkel de aantallen vermelden.

Voorbeeld: u stelt 10 arbeiders en 10 bedienden tewerk en enkel de bedienden kunnen telewerken. Bovendien zijn twee externe personen elke dag in uw onderneming aanwezig. Dan moet u de volgende aantallen communiceren: 

  • Het aantal personen dat gewoonlijk aanwezig is in de onderneming: 22
  • Het aantal personen in een functie waarvoor telewerk niet mogelijk is: 10

Lees alle details op Lex4You.

Wat als u meerdere vestigingseenheden heeft?

 

U moet per vestigingseenheid één formulier invullen. Meerdere personen kunnen de tool gebruiken en de gegevens invullen voor de vestigingseenheid waarvoor zij verantwoordelijk zijn.
 
Natuurlijk kunt u ook één persoon vragen om voor alle vestigingseenheden de formulieren in te vullen. Het vestigingsnummer dat u moet invullen vindt u in de Public Search van de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Ondernemingen met meer dan 20 vestigingseenheden kunnen de gevraagde gegevens met betrekking tot alle vestigingseenheden indienen via de toepassing aan de hand van een gestructureerd excelbestand

Lees alle details op Lex4You.

Het formulier

Het formulier vindt u op de website van de RSZ terug.
 
U moet inloggen met uw e-id of Itsme om de gegevens van uw onderneming in te voeren. U vindt ook een gedetailleerde uitleg op de website van de RSZ.

Wanneer moet u het formulier invullen?

Wees gerust: gelukkig niet elke dag! De gevraagde gegevens moeten één keer per maand worden ingegeven.
 
De registratie moet elke maand voor een bepaalde datum gebeuren:

  • De gegevens voor de maand april 2021 moet u ten laatste op dinsdag 6 april 2021 registeren
  • De gegevens voor de maand mei 2021 moet u ten laatste op donderdag 6 mei 2021 registeren
  • De gegevens voor de maand juni 2021 moet u ten laatste op zondag 6 juni 2021 registeren

Wijzigingen in de loop van de maand moet u niet aangeven.

Lees alle details op Lex4You.

Zijn er sancties voorzien als de situatie op de werkvloer niet overeenstemt met het register?

De tool is ontwikkeld om de controles op het telewerk te vergemakkelijken. Als de inspectiediensten vaststellen dat de situatie op de werkvloer niet overeenstemt met de gegevens die aan de RSZ werden doorgegeven, is er geen sanctie voorzien. De inspectie zal immers nagaan of u het verplicht telewerk naleeft. Doet u dat niet, dan kan u wel gesanctioneerd worden, met een sanctie van niveau 2.

Voorbeeld: u heeft de volgende gegevens meegedeeld:

  • Het aantal werknemers in uw onderneming: 20 (10 bedienden en 10 arbeiders)
  • Het aantal werknemers in een functie waarvoor telewerk niet mogelijk is: 10 (arbeiders)

Tijdens een inspectie zijn er evenwel 2 bedienden op de werkvloer aanwezig. Dan moet u kunnen rechtvaardigen waarom die bedienden aanwezig zijn. En de reden voor hun aanwezigheid moet legitiem zijn (bijvoorbeeld: het onthaal van een nieuwe werknemer, de vervanging van een defecte laptop,…)

Het is dus wel van belang dat de situatie op de werkvloer zo veel mogelijk overeenstemt met wat u de RSZ heeft meegedeeld.

Lees alle details op Lex4You.

Contactpersoon

Stel uw vraag via:

Domestic Services
Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD  Worx
BovaEnviro+
G4S
Soundfield
Jobat