52 hectare ambitie, 20 jaar slopende procedures: het is een van de laatste grote greenfields in Vlaanderen. 52 hectare, perfect ontsloten en al in 2003 ingekleurd als industriegebied door de Vlaamse overheid. En toch ligt de Siesegemkouter in Aalst, die moet transformeren tot een Health & Care Valley, na meer dan twintig jaar later nog altijd braak. De gekende boosdoener? Jawel, vergunningen.

Tekst Laurens Fagard
In 2003 besliste Vlaanderen dat de Siesegemkouter, een landbouwgebied tussen Aalst en Erpe-Mere, industriegebied zou worden. Wat volgde is een dossier dat al jarenlang aansleept en vrijwel elke pathologie van het Vlaamse vergunningensysteem in zich draagt. Vergunningen die worden vernietigd, procedures die telkens opnieuw beginnen, beroepen die jaar na jaar worden aangetekend door dezelfde partijen met hetzelfde doel.
"Ik begrijp dat je tegen beslissingen bezwaar moet kunnen aantekenen", zegt Katrien Beulens, schepen kmo en industrie in Aalst, die het dossier opvolgt. "Maar dat je jaar na jaar blijft procederen om je initiële doel te behalen (de Siesegemkouter terug als landbouwgrond inkleuren, red.), dat vind ik maatschappelijk niet verantwoord."
De maatschappelijke ambitie voor de site is er nochtans. Naast de 36 ha groenzone die ingericht wordt, wil Aalst op de andere 52 ha een Health & Care Valley ontwikkelen, een innovatief bedrijventerrein waar ondernemerschap, onderwijs, onderzoek en zorg samenkomen. Zo ondertekenden de stad Aalst, AZORG, UGent, VUB, PMV, POM, Cordeel Group, vzw Zorginnovatiehub Aalst en NV Siesegem Noord een intentieverklaring om samen te werken. “Voorlopig blijven die partners nog aan boord, maar er zijn er ook al uitgestapt helaas”, zegt Katrien. "Als je geen timing kunt geven, haken mensen af. Bedrijven werken niet met een horizon van 'misschien over tien jaar'."
Mallemolen van procedures
De juridische geschiedenis van de Siesegemkouter leest als een thrillerverhaal met onverwachte plotwendingen. Eerder sneuvelde er al een vergunning en ook in oktober 2025 was dat het geval, toen minister Brouns wel akkoord ging, maar de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat niet deed op basis van twee specifieke redenen. Een geplande knip in de Blauwenbergstraat om de buurt te ontlasten van verkeer uit het bedrijventerrein, moet al bij de aanvang van de eerste fase uitgevoerd worden, net als een structurerend groenelement dat onmiddellijk moet aangelegd worden.
“Dat zijn op zich voorwaarden die perfect uitvoerbaar zijn”, zegt Katrien. “Maar de vernietiging van de vergunning opent ook de deur voor nieuwe beroepen. Zelfs wanneer de Raad een vergunning vernietigt op basis van twee van de tien ingeroepen middelen, blijven de overige acht in de lucht zweven. Bij een volgende vergunning kunnen die opnieuw worden opgeworpen, terwijl de Raad beter meteen over alles een uitspraak doet. Nu kunnen ze theoretisch blijven vernietigen op steeds andere gronden. Dat is redelijk kafkaiaans."
Vier mensen, een kwarteeuw vertraging
De procedures worden steevast aangetekend door een kleine vzw met een handvol leden. “Geen van hen heeft naar verluidt een direct belang in de buurt. En toch is het de vzw die al jarenlang het dossier blokkeert. Dat een project van die maatschappelijke omvang geblokkeerd kan worden door vier of vijf mensen die geen persoonlijk belang hebben, is een fundamenteel probleem in onze regelgeving", zegt Katrien.
Buurgemeente Erpe-Mere tekende ook beroep aan, maar daar is het gesprek intussen constructiever mee geworden. “De bezorgdheid van die gemeente is ergens wel begrijpelijk omdat er een van de drie verbindingswegen tussen Aalst en Erpe-Mere door het bedrijventerrein loopt en bij de ontwikkeling moet worden geknipt. Als die knip er vroeg komt, vreest Erpe-Mere extra druk op de N9, een gewestweg die al dagelijks overbelast is. Aalst zoekt actief naar een werkbare oplossing.”
“Tegelijk wordt daarmee een structureel pijnpunt blootgelegd. De knip staat in het gewestelijk RUP, opgelegd door Vlaanderen zelf. Maar de mobiliteitsinfrastructuur die nodig is om dat op te vangen (investeringen aan de N9, alternatieve verbindingen, enz.), moet lokaal worden opgelost. Als het gewest beslist dat de ontsluiting via gewestwegen moet, dan verwacht ik ook dat het gewest mee investeert om dat mogelijk te maken.”
Ruimte die op is
“Wat het dossier zo schrijnend maakt, is de context. De Denderregio is socio-economisch één van de zwakkere regio's in Vlaanderen. Er is een hogere werkloosheid, meer uitgaande dan inkomende pendel en een jobratio die structureel achterblijft. Het Vlaamse regeerakkoord erkent dat expliciet via het toegekende GTI-statuut (Geïntegreerde Territoriale Investering) die de regio toegang geeft tot Europese investeringsmiddelen. En de Siesegemkouter is één van de laatste grote greenfields die de ruimte biedt om daar iets aan te doen.”
"Ruimte is schaars", aldus Katrien. "Dit is de laatste kans van deze omvang. Als we dit niet kunnen realiseren, is de kans weg." Cordeel, de private partner in het project, draagt al jaren kosten zonder enige opbrengst. Drie universiteiten staan klaar. De intentieverklaring is getekend. Alles staat klaar om te ontwikkelen. Enkel de vergunning ontbreekt nog.”
Het actieprogramma van minister Brouns, dat misbruik van beroepsprocedures wil aanpakken en de attentieplicht voor bezwaarindieners wil verstrengen, biedt wel hoop voor de toekomst. Maar wettelijke verankering kost tijd.
En die tijd dringt voor de Siesegemkouter.








