Overslaan en naar de inhoud gaan
  • Oost-Vlaanderen
  • Vergunningen als hefboom voor welvaart: wie ziet nog ‘the bigger picture’?

Vergunningen als hefboom voor welvaart: wie ziet nog ‘the bigger picture’?

Oost-Vlaanderen
  • 29/06/2026

Een derde van de vergunningsaanvragen voor industrie en bedrijvigheid leidt niet tot een vergunning. Wie er toch een krijgt, heeft 10% kans op een beroepsprocedure. En als die bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen belandt, wordt 70% vernietigd. Het Actieprogramma Vergunningen van minister Brouns wil daar verandering in brengen. Robin Verbeke (Voka vzw) en Michiel Boodts (Embridge) leggen uit hoe.
 

De kern in vijf punten

Het probleem zit niet in de vergunningsprocedure zelf. Die is in vergelijking met andere Europese landen vrij snel. Het is wat eraan voorafgaat en wat erna komt. Dit zijn vijf structurele knelpunten waar het actieprogramma iets aan wil doen.

  1. Het voortraject duurt te lang en is te onzeker. 
    De opmaak van een omgevingsvergunningsaanvraag kan gerust enkele jaren in beslag nemen, terwijl de methodologieën en regelgeving ondertussen veranderen. Recht op vooroverleg met de overheden en een bijzondere bewijswaarde voor studiewerk zijn potentiële oplossingen.
     
  2. Adviesinstanties spreken elkaar tegen. 
    Overheidsdiensten geven tegenstrijdige adviezen, wat vergunningverleners in een onmogelijke positie brengt. Het wegwerken van bindende adviezen en het versterken van geïntegreerde adviezen waarbij adviesinstanties een eensgezind standpunt innemen, zullen dit kunnen verhelpen.
     
  3. Beroep indienen is te gemakkelijk en zonder gevolgen. 
    Wie geen bezwaar indiende tijdens het openbaar onderzoek, kan later toch beroep aantekenen. De attentieplicht wil dit tegengaan: wie zijn bezwaren niet vroeg op tafel legt, verliest zijn beroepsrecht.
     
  4. Erkende deskundigen worden te gemakkelijk tegengesproken. 
    Een ecoloog die vaststelt dat er geen beschermde soorten zijn, kan worden overruled door een buurtbewoner die komt aandraven met cijfers van online waarnemingen. De bijzondere bewijswaarde voor het studiewerk van erkende deskundigen wil dit rechtzetten.
     
  5. Vernietiging is te vaak de enige uitkomst.
    Motiveringsgebreken die in één zin hersteld kunnen worden, leiden tot vernietiging en een nieuwe procedure. Andere instrumenten zoals bemiddeling of herstelbesluiten moeten vaker worden ingezet.
Tekst Laurens Fagard

Eind 2025 keurde de Vlaamse Regering het Actieprogramma Vergunningen goed, een ambitieus hervormingstraject dat voortvloeit uit het werk van een gemengde expertencommissie. Die commissie formuleerde 45 adviezen en 140 aanbevelingen, unaniem goedgekeurd door een breed samengestelde groep van juristen, lokale bestuurders, omgevingsexperten en zelfs de rechters van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State. Ook Michiel Boodts, geïnterviewde in het stuk dat volgt, zetelde in deze commissie. Minister Jo Brouns spreekt van een vergunningenrevolutie. Het programma wil de vergunningverlening sneller, robuuster en voorspelbaarder maken, voor ondernemers, maar ook voor wie wil bouwen of renoveren. 

Dat is nodig. In 2025 werden slechts 42.287 bouwvergunningen toegekend, het laagste niveau sinds 2002. Het aantal vergunningsaanvragen voor grotere industriële projecten zakte naar 457, bijna een vijfde onder het gemiddelde van de vijf jaar daarvoor. Intussen neemt het aantal beroepsprocedures toe. Voka Oost-Vlaanderen ijvert voor een snelle en integrale uitvoering van het programma. Op uitnodiging van de organisatie zakte minister Brouns af naar Aalst voor een dialoog met een honderdtal ondernemers, een bewust gekozen locatie want het dossier rond de Siesegemkouter zit er al meer dan 20 jaar vast in juridische procedures en illustreert de problematiek als geen ander.

De cijfers liegen er niet om. Waar zit het probleem?

Robin Verbeke: "Iedere vergunningsaanvraag is een investeringsbeslissing, of het nu gaat om een gevelisolatie bij een gezinswoning of een nieuwe fabriek. Als het aantal aanvragen daalt naar een historisch dieptepunt, is dat de kanarie in de koolmijn én tekenend voor het economisch klimaat. Dat zijn de projecten die je over drie à vier jaar niet zal hebben. Nochtans dragen veel van de projecten actief bij aan verschillende doelstellingen, gaande van mobiliteit, biodiversiteit en de industriële transitie. Het probleem ligt vooral bij de voorspelbaarheid en rechtszekerheid.”

Michiel Boodts: "Een veelgehoorde misvatting is dat Vlaamse vergunningsprocedures te lang duren. De procedure in eerste aanleg is op zich één van de kortste in Europa. In het voortraject neemt bijvoorbeeld de opmaak van een milieueffectenrapport vaak veel tijd in beslag, onder meer omdat regelgeving of beoordelingskaders tijdens het proces wijzigen. Daardoor moet soms opnieuw worden gestart. Maar ook het natraject zorgt voor grote vertragingen: beroepsprocedures, procedures bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en opeenvolgende beroepsrondes waarbij telkens nieuwe middelen worden opgeworpen. Zo ontstaat soms een carrousel van procedures, waardoor dossiers jarenlang blijven aanslepen.”

(lees verder onder de foto)

Ceo Embridge Michiel Boodts

Michiel, jij zat mee in de gemengde expertencommissie. Wat zijn voor jou de belangrijkste aanbevelingen?

Michiel: “De grote sterkte van het advies van de expertencommissie is dat het unaniem is goedgekeurd door alle leden: juristen, vertegenwoordigers van de administratie, milieu-experten, vertegenwoordigers van de administratieve rechtscolleges en afgevaardigden van gemeenten en provincies. Dat brede draagvlak is belangrijk, omdat het aantoont dat dit geen eenzijdig ondernemersstandpunt is, maar een gezamenlijk voorstel om de vergunningsprocedure robuuster en voorspelbaarder te maken. Belangrijk in het advies is dat elke actor in de procedure op zijn verantwoordelijkheid wordt gewezen: de aanvrager, de adviesinstanties, de vergunningverlenende overheid, het betrokken publiek én de rechtscolleges. Alles begint bijvoorbeeld bij een kwalitatief sterk dossier, hetgeen de verantwoordelijkheid is van de aanvrager. Tegelijk vragen we aan het betrokken publiek om bezwaren en opmerkingen zo vroeg mogelijk in de procedure naar voren te brengen, zodat daar nog zinvol kan worden op ingespeeld.”

Robin: "De attentieplicht is voor mij ook cruciaal. Wie zijn bezwaren niet indient tijdens het openbaar onderzoek en ze pas opwerpt bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, dwingt die Raad om met het zwaarste wapen te schieten, namelijk de volledige vernietiging van de vergunning. Terwijl datzelfde bezwaar in een vroeger stadium misschien gewoon opgelost had kunnen worden met een extra boom of een geluidsscherm. Wie dat spel bewust speelt, handelt te kwader trouw."

Die attentieplicht klinkt logisch, maar neem je dan het recht op beroep niet af?

Michiel: "Het Grondwettelijk Hof heeft eerder geoordeeld dat je beroepsrecht niet zomaar kunt ontzeggen aan iemand die tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaar heeft ingediend. De reden is logisch: tijdens dat onderzoek weet je nog niet hoe de overheid het dossier inhoudelijk heeft beoordeeld en in welke richting de uiteindelijke beslissing zal gaan. Daarom stelt de expertencommissie voor om in tweede aanleg (administratief beroep) de ontwerpbeslissing ook in het openbaar onderzoek te leggen. Zo krijgen betrokkenen zicht op de manier waarop de overheid de aanvraag beoordeelt en kunnen zij, indien nodig, gericht reageren. Wie op dat moment nog steeds geen bezwaren of opmerkingen formuleert, terwijl alle relevante informatie beschikbaar is, zou in principe ook geen beroep meer moeten kunnen instellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Dat creëert een eerlijker evenwicht tussen inspraak en rechtszekerheid.”

Robin: "Een overheid die haar beslissing transparant kenbaar maakt, verdient ook een procedure die mensen dwingt om tijdig hun kaarten op tafel te leggen. Wie inspraak wil, moet zich consequent gedragen. Dat is deel van het samenspel tussen een vergunningsaanvrager, de verschillende overheden én het betrokken publiek."

De Vlaamse Regering wil de toegang tot de rechter beperken voor wie commerciële of strategische motieven heeft. Maar waar ligt die grens?

Michiel: "Dat is de moeilijkheid, en daarom is dit een van de meest delicate adviespunten. Maar je kan moeilijk ontkennen dat de situatie vandaag ronduit absurd is. Wie beroep indient, kan een dading afsluiten en daar financieel voordeel uit halen. Bedragen van enkele honderdduizenden euro’s zijn niet abnormaal. Dat maakte de Pano-reportage van vorig jaar zeer duidelijk. Het is een verdienmodel op zich geworden. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?"

Robin: "De toegang tot de rechter moet bewaard blijven, dat staat ook in het advies. Maar dan wel een proportionele toegang tot de rechter. Een belang aantonen is door sommigen nu wel heel ruim opgevat. En vaak is het zelfs niet eens een persoonlijk nadeel. Vandaag volstaat het om te zeggen dat je af en toe langs een kruispunt fietst om een beroep in te dienen. Met als gevolg dat een project jarenlang kan geblokkeerd worden. Dat is disproportioneel."

Iedereen staart zich blind op de boom, maar niemand kijkt nog naar het bos”

Het plan geeft een bijzondere bewijswaarde aan studies van erkende deskundigen. Waarom is dat zo belangrijk?

Robin: "Omdat het systeem nu toestaat dat een rechter een erkend deskundigenadvies naast zich neerlegt op basis van een tegenstrijdige opinie van een willekeurige buurtbewoner. Net terwijl die deskundigen juist zijn erkend omwille van hun wetenschappelijke en technische expertise. Ik heb als voormalig advocaat zelf dossiers gehad waarbij de enige discussie draaide rond de vraag of er genoeg was onderzocht, niet of er effectief een milieuprobleem was. Of er vijf vrachtwagens al dan niet waren meegeteld in de stikstofberekening. Dat heeft geen enkele relevantie voor de werkelijke impact op het milieu, maar het volstond voor een vernietiging."

Michiel: "De Vlaamse overheid erkent deze deskundigen net omdat zij over specifieke expertise beschikken om complexe milieueffecten objectief te beoordelen. Hun rol is essentieel binnen de vergunningsprocedure. Als je die expertise vervolgens zonder degelijke inhoudelijke motivering zomaar naast je neerlegt, ondergraaf je het systeem zelf. Tegenargumenten moeten uiteraard mogelijk blijven, maar dan op basis van evenwaardige en onderbouwde argumenten. Anders creëer je vooral onzekerheid en eindeloze dicussies over de studie in plaats van over de werkelijke impact van een project.”

(lees verder onder de foto)

Adviseur Omgeving & Ruimtelijke Ordening bij Voka Robin Verbeke

Tien jaar geleden klonken gelijkaardige beloftes om het vergunningenlandschap te veranderen. Wat is er fundamenteel anders aan dit actieprogramma?

Robin: "Zoals Michiel al aangaf werd het rapport unaniem goedgekeurd door verschillende partijen. Nu, de urgentie is dan ook voor iedereen voelbaar. De vergunningsaanvragen voor industrie en bedrijvigheid zitten op een historisch dieptepunt, nieuwbouwwoningen ook. Dat was tien jaar geleden wel anders. En ook al spreekt minister Brouns van een revolutie, het is eerder een evolutie. Je kunt niet alles afschaffen en opnieuw beginnen. Je moet verder bouwen op wat werkt en bijschaven wat niet werkt."

Zijn er landen of regio’s die het fundamenteel beter doen dan ons?

Michiel: "Noord-Frankrijk en Wallonië vallen op door hun ondernemingsvriendelijker klimaat. Je ziet dat veel Vlaamse ondernemers, zeker uit West-Vlaanderen, daar naartoe trekken. Scandinavische landen doen het beter in het voortraject. Mensen worden er vanaf het begin meegenomen, waardoor er achteraf weinig beroepen zijn. Er heerst een vorm van burgerzin die wij missen."

Robin: "Nederland wordt vaak als voorbeeld aangehaald, maar dat is niet altijd meer terecht. Zij kampen met netcongestie, een wooncrisis en een stikstofprobleem dat wij ook maar al te goed kennen. En in China krijgt men vergunningen op twee weken rond, maar milieubescherming staat daar niet hoog op de agenda. Vlaanderen heeft op zich al een aantal sterke fundamenten. De procedure in eerste aanleg behoort tot de kortste van Europa en biedt in wezen een degelijk kader.”

Is Vlaanderen alleen voldoende, of is er ook actie nodig op Europees niveau?

Robin: "Vlaanderen kan niet alles alleen oplossen. Europese richtlijnen zoals de habitatrichtlijn, de kaderrichtlijn water en de natuurherstelwet werden niet geschreven met het oog op een verstedelijkte regio als Vlaanderen. Je kunt ons niet vergelijken met uitgestrekte landen zoals Polen of Spanje. We moeten op Europees niveau vragen om pragmatische regelgeving met voldoende flexibiliteit voor regio's. Het ambitieniveau moet zeker niet lager, maar er moet maatwerk mogelijk zijn. Ook op Europees niveau is er nood aan een brede vergunningshervorming, naar het voorbeeld van het werk dat Vlaanderen nu doet.”

Michiel: “De Europese Unie zou daarin ook consequenter mogen zijn. Op Europees niveau wordt sterk ingezet op strategische autonomie, industriële verankering en het versterken van onze concurrentiepositie tegenover de Verenigde Staten en China. Maar die ambities botsen op hun grenzen als noodzakelijke projecten lokaal jarenlang vastlopen in vergunningstrajecten. Je kunt moeilijk pleiten voor een sterkere Europese industrie en tegelijk toelaten dat investeringen in energie, infrastructuur of productie structureel worden vertraagd. Er is nood aan regelgeving die hoge milieubescherming combineert met een realistische uitvoerbaarheid op het terrein.”

Robin: “Tekenend is dat veel van de vernietigde projecten juist bijdragen aan heel wat doelstellingen. Denk hierbij aan een duurzaam industrieel elektrificatieproject, een nieuwe spoorontsluiting richting een havengebied of een waterstofleiding tussen de havens van Gent en Antwerpen. Stuk voor stuk projecten wiens vergunning is vernietigd. Dan denk ik wel dat de slinger doorslaat en er niet meer gekeken wordt naar the bigger picture. We staren ons blind op de boom en zien het bos niet meer. Dat zal nochtans wel nodig zijn om onze welvaart te behouden én onze klimaatambities te halen.”

Stel dat we dit gesprek over vijf jaar opnieuw doen. Wat zou voor jullie het bewijs zijn dat het actieprogramma gewerkt heeft?

Robin: "Dat ik aan een ondernemer kan zeggen dat als hij dit traject volgt, hij weet waar hij uitkomt. Vandaag kan ik dat niet zeggen. Voorspelbaarheid en rechtszekerheid, daar gaat het over. Een kordate uitrol van het Actieprogramma Vergunningen is cruciaal. Het en-en-en-verhaal is hierbij van belang. Alle hervormingsvoorstellen hangen nauw aan elkaar. Het evenwicht zit in het geheel. Als je enkel bepaalde onderdelen overneemt en andere weglaat, riskeer je dat de beoogde hervorming haar effect mist."

Michiel: “Voor mij is de hervorming geslaagd wanneer een vergunninghouder er opnieuw op kan vertrouwen dat een verleende vergunning in principe ook uitvoerbaar is. De overheid moet zorgvuldig kunnen toetsen en desnoods weigeren. Maar eenmaal een vergunning op correcte wijze is verleend, vloeien daar rechten uit voort. Daar mag niet lichtzinnig mee worden omgegaan. Rechtszekerheid is essentieel voor elke investering.”

Communiceren over vergunningen? Voorzichtigheid regeert!

Toen we individuele bedrijven benaderden om te getuigen over hun moeizaam vergunningentraject – van een uitbreiding op bestaand terrein over een nieuwe (hoog)bouw tot een verhuis naar een nagelnieuwe locatie – merkten we hoe voorzichtig ze reageerden. “Nee, we blijven liever uit de schijnwerpers, want het kan de lopende onderhandelingen ondermijnen.” “Ons project zit nog in een startfase, we houden ons liever gedeisd.” Of: “Na acht jaar zijn we eindelijk on speaking terms met de lokale overheden, dus liever niet.” Tot: “We willen geen extra kwaad bloed zetten bij actiecomités, buren, etc.”

Het zegt veel over de angst voor nog meer stilstand en vertraging. Door de complexe bevoegdheidsverdeling in ons land. Door actiecomités die al te gemakkelijk beroepsprocedures opstarten. Terwijl die bedrijven enkel vooruit willen én extra jobs creëren, zonder de (bouw)regels met de voeten te treden.

Net voor we ter perse gingen, liep nog een persbericht van EnergyVision binnen. Dat wil honderden kleine waterkrachtcentrales uitrollen langs de Belgische rivieren, sluizen en dammen. Om er elektriciteit mee op te wekken. Daarvoor heeft het bedrijf volgens ceo Maarten Michielssens geen subsidies nodig, maar wel een beleidskader en concessies voor microwaterkracht. “Het Belgische vergunningen- en beleidskader is het grootste probleem om waterkracht breed uit te rollen, waardoor dergelijke projecten vooral in het buitenland gerealiseerd worden.” 

Gent Festival
imu - ov - Adverteren bij Voka
Proximus
Wintercircus
Deloitte Private
Flancco
ING
Mensura
SDWorx