Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 24/08/2026

Hoe onderwijs een ondernemingscultuur aanwakkert bij jongeren.

Op campussen en in klaslokalen groeit stilaan een nieuwe visie op onderwijs: jongeren niet alleen opleiden voor een job, maar hen ook leren initiatief nemen én experimenteren. Onderwijsinstellingen moeten immers niet alleen diploma's afleveren, maar ook en vooral ondernemende geesten vormen. Van keuzevakken als Leer Ondernemen tot het begeleiden van student-ondernemers: hoe ondersteunt ons onderwijs de ondernemers van morgen?

De hoofdrolspelers in deze coverstory: 

 

Van studentenkamer tot wereldbedrijf

Sommige van de grootste technologiebedrijven ter wereld zagen het levenslicht … op de schoolbanken. Drie bekende voorbeelden:

Bill Gates (Microsoft)
Richtte Microsoft in 1975 op terwijl hij student was aan Harvard. Hij stopte zelfs zijn studies om zich volledig op het bedrijf te richten. 

Mark Zuckerberg (Facebook/Meta)
Lanceerde Facebook in 2004 vanuit zijn studentenkamer aan Harvard, aanvankelijk exclusief voor medestudenten. 

Larry Page & Sergey Brin (Google)
Ontwikkelden de eerste versie van Google als doctoraatsstudenten aan Stanford University, waar het project begon vanuit hun studentenkamer. 

 

Tekst Sam De Kegel

Terwijl de zomer langzaam uitdooft, vullen de aula’s van UGent, KULeuven, HOGENT, Odisee, Arteveldehogeschool en Luca School of Arts zich binnenkort opnieuw met tienduizenden studenten. Ze komen terug voor een nieuw academiejaar, gewapend met laptops en goede voornemens. Voor de meesten draait het de komende maanden om lessen, examens en stages. Maar voor een groeiende groep staat er nog iets anders op het spel: een eerste onderneming. Misschien een AI-toepassing die ontstond uit een schoolopdracht. Of een technologische innovatie die met wat geluk uitgroeit tot een veelbelovende start-up. Het zijn verhalen die steeds vaker voorkomen op Vlaamse campussen.

Waar ondernemerschap vroeger vaak pas na de studies begon, groeit vandaag het besef dat een ondernemerscultuur veel sneller moet worden aangewakkerd. Niet alleen omdat onze economie nood heeft aan meer ondernemers, maar ook omdat de vaardigheden die daarbij horen – initiatief nemen, kansen zien, creatief denken en omgaan met onzekerheid – belangrijker worden voor iedereen.
De ondernemers van morgen worden niet geboren wanneer ze hun eerste vennootschap oprichten. Ze worden gevormd en gekneed tijdens hun schooltijd.
Dat inzicht wint snel terrein. Want hoewel Vlaanderen beschikt over sterke kennisinstellingen, excellente onderzoekers en hoogopgeleide jongeren, toch blijft de stap naar ondernemen voor velen groot. En dat raakt rechtstreeks aan de economische toekomst van onze regio.

Ondernemend leren

Europa worstelt vandaag met een toenemende concurrentiedruk vanuit de Verenigde Staten en Azië, met China op kop. Nieuwe technologiebedrijven ontstaan er sneller, groeien er gezwinder en vinden er gemakkelijker kapitaal, hoewel het Gentse techecosysteem echt wel wereldwijd zijn voet zet naast pakweg Boston, Londen of Hongkong. Ook het veelbesproken Draghi-rapport over de competitiviteit van Europa waarschuwde eerder al voor het gebrek aan ondernemerschap en schaalgrootte binnen de Europese economie. Willen we onze welvaart veiligstellen, dan moeten we niet alleen investeren in kennis. We moeten ook investeren in mensen die met die kennis iets durven te doen.

Precies daarom krijgt ondernemerszin een prominente plaats in de HITT-strategie van Voka Oost-Vlaanderen. Daarin wordt een toekomst geschetst waarin ondernemerscultuur tegen 2050 een breed gedragen maatschappelijke houding is. Jongeren leren al op school kansen herkennen, problemen oplossen en ideeën omzetten in actie. Niet in één afzonderlijk vak, maar verweven doorheen hun volledige opleiding. Die beweging is vandaag in het onderwijs in gang gezet, al kan alles altijd beter. Ondernemerschap is al lang niet meer exclusief gelinkt aan economische opleidingen. Vraag aan tien ondernemers hoe ze ondernemer geworden zijn en je krijgt tien verschillende antwoorden. Sommigen groeiden op in een ondernemersgezin. Anderen zagen een gat in de markt of kwamen op een idee dat groter werd dan verwacht. Wat hen verbindt, zijn niet hun diploma’s maar hun houding. Ze zagen kansen waar anderen problemen zagen. Ze durfden experimenteren en mislukken.

In ons onderwijs zien we ook steeds meer een switch van het klassieke idee van ‘leren ondernemen’ naar het bredere concept van ‘ondernemend leren’. De vraag is niet langer hoeveel studenten later een bedrijf zullen oprichten. De vraag is hoe onderwijs jongeren kan leren om ondernemend in het leven te staan. Ingenieurs in spe werken aan concrete innovatieprojecten voor bedrijven. Studenten gezondheidszorg zoeken oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Creatieve profielen leren hoe ze hun talent professioneel kunnen vermarkten. Studenten worden daarbij uit hun comfortzone gehaald. Ze moeten zelf oplossingen bedenken en omgaan met onzekerheid.

(lees verder onder de foto)

Uitreiking van de Gentrepreneur Awards op 12 mei 2026 in het Wintercircus – © LV Photography

Durf ondernemen, de pioniersfase

Wie het over ondernemerschap binnen het hoger onderwijs heeft, komt in Gent onvermijdelijk uit bij één naam: Koen De Bosschere. Hij richtte in 2011 Durf Ondernemen, beter bekend als DO! op. Toen deze professor en burgerlijk ingenieur Computerwetenschappen mee aan de wieg stond van het initiatief, was deze gedachte vernieuwend, zeg maar disruptief. Universiteiten moesten niet enkel onderzoekers, wetenschappers en werknemers afleveren. Ze moesten ook ondernemers helpen vormen, een fundamentele mentaliteitswijziging. Ondernemerschap werd ook niet langer beschouwd als iets voor economen of handelsingenieurs. Ook ingenieurs, biologen, artsen, psychologen én computerwetenschappers konden ondernemer worden. Misschien moesten ze dat zelfs (veel) vaker doen. 

Koen: “Ik ben sinds 2008 voorzitter van HiPEAC, Europa’s grootste netwerk voor computertechnologie, dat mensen uit het vakdomein van hardware, software en systeemontwerp samenbrengt. Op een event in Edinburgh werd in 2008 het project Prospect voorgesteld, om lokale eerstejaars in Computerwetenschappen een app te laten ontwikkelen. Ze moesten die in een app store gooien en kijken of mensen die gebruikten. Zo leerden ze omgaan met potentiële klanten en ‘ondernemer’ te worden. Ik was toen in Gent ook op zoek naar een manier om van Computerwetenschappen een ‘coole’ opleiding te maken en dacht: waarom doen we hier niet hetzelfde? Ik sprak Christiaan Versluys, toen directeur Onderwijs binnen UGent, aan. Student-ondernemerschap bestond nog helemaal niet. Ik bedacht de term Durf Ondernemen en wou een afzonderlijk statuut van student-ondernemer lanceren. ‘Kost dat geld?’, vroeg men. ‘Neen’, zei ik. En zo geschiedde. Nadien wierf ik Steve Stevens aan, die al iets gelijkaardigs deed in HOGENT voor een bedrijfskundige opleiding. Ook bij Arteveldehogeschool groeiden dezelfde ideeën. In 2012 organiseerden we samen een eerste event voor student-ondernemers.”

In die pioniersjaren was er flink wat lobbywerk nodig om het statuut van student-ondernemer aantrekkelijker tr maken. Zo moest elke student eerst nog een afzonderlijk attest bedrijfsbeheer behalen, maar dat werd afgeschaft. Koen: “Veel belangrijker was het initiatief om in het decreet hoger onderwijs in te schrijven dat elke student minimale competenties rond ondernemerschap – ‘ondernemend handelen’ heette dat – moest verwerven tijdens zijn opleidingstraject. Ook doctoraatsstudenten of ‘onderzoeker-ondernemers’ – denk aan iemand die in bijberoep bier wil brouwen – kregen later die kans. 
VLAIO speelde een cruciale rol via financiering. Na verloop van tijd waren er voor alle Gentse onderwijsinstellingen vier mensen fulltime bezig met student-ondernemerschap. Daaruit is uiteindelijk Gentrepreneur ontstaan: één merk op één plek om student-ondernemers in Gent te begeleiden.”

Veertien jaar later is die ondernemende visie stevig ingeburgerd binnen onze onderwijsinstellingen. Via keuzevakken, coaching en intensieve stagetrajecten – ook bij start-ups – worden studenten aangemoedigd om hun ideeën te ontwikkelen en om te zetten in concrete projecten. Koen: “De helft van alle student-ondernemers in UGent komen uit de ingenieursfaculteiten en faculteit Economie, maar ook in de faculteit Geneeskunde zie je steeds meer student-ondernemers. Denk aan een kinesist die een tool of app lanceert om meer te bewegen of sneller te revalideren. Dat hoeft niet veel te kosten.”

“Niet elke student hoeft ondernemer te worden – de ondernemer heeft tenslotte ook mankracht nodig die voor zijn bedrijf wil werken – maar elke student moet wel leren ondernemend te denken”, beklemtoont Koen. 
De arbeidsmarkt heeft steeds minder behoefte aan mensen die enkel uitvoeren wat anderen bedenken. Ze zoekt mensen die zelf ideeën ontwikkelen, risico’s goed inschatten en verandering in gang zetten. “Je hebt, kort door de bocht, twee categorieën: mensen met een interne locus of control: ik ben heer en meester over mijn eigen toekomst en kneed de omgeving zoals ik die wil. En je hebt mensen met een externe locus of control, die gebeurtenissen vaker toeschrijven aan omstandigheden, toeval of de invloed van anderen”, zegt Koen fijntjes.

Niet elke student hoeft ondernemer te worden – de ondernemer heeft tenslotte ook mankracht nodig die voor zijn bedrijf wil werken – maar elke student moet wel leren ondernemend te denken."

Koen De Bosschere | founding father van student-ondernemerschap

Iedereen welkom

Ondernemerschap bloeit zelden in isolatie. Succesvolle ondernemers verwijzen bijna altijd naar de invloed van mentoren, netwerken én inspirerende mensen. Daarom investeren onderwijsinstellingen in ecosystemen waarin studenten elkaar ontmoeten, ideeën uitwisselen, coaching krijgen en ondernemers ontmoeten. “Op welke school je idee ontstaat, doet er eigenlijk niet toe”, zegt Koen onomwonden. “De plaats die je nadien zelf kiest als ondernemer– omdat er kapitaal of talent aanwezig is in een aantrekkelijk ecosysteem – is cruciaal. Ik denk niet dat een universiteit zelf kan zorgen voor dat ecoysteem. Dat wordt gecreëerd door de bedrijven zelf en door de Voka’s van deze wereld. Denk aan het bruisende ecosysteem in het Wintercircus. Je voelt daar de energie! Wij, als lesgevers, moeten ervoor zorgen dat die jongeren zo goed mogelijk voorbereid zijn om een rol in het ecosysteem op te nemen, als ondernemer of als ondernemende medewerker.”

Bij Gentrepreneur, dat nu in het Wintercircus huist, bundelen Universiteit Gent, HOGENT, Arteveldehogeschool, Odisee-Hogeschool, KU Leuven - Gent en Luca School of Arts de krachten om ondernemerschap bij studenten te stimuleren. Wat ooit versnipperde initiatieven waren, groeide uit tot één gezamenlijk platform. Manager Jolien Coenraets was zelf student-ondernemer in 2011. “Ik studeerde Computerwetenschappen aan UGent en Koen De Bosschere was één van mijn proffen. Toen begon er net wat te borrelen rond student-ondernemerschap. Ook aan de hogescholen zag je embryonale en versnipperde initiatieven.”

Haar eigen bedrijfje – een app om mensen te stimuleren om meer met de fiets naar het werk te komen, op zich een topidee – was geen lang leven beschoren, en zo belandde ze aan de andere kant van het spectrum. “Eerst probeerde ik binnen UGent het onderwijs ondernemender te maken, vooral binnen de ingenieursfaculteiten. Daarna groeide ik door naar algemene ondersteuning binnen DO! UGent (Durf Ondernemen). Op 1 september 2024 hebben de Gentse onderwijsinstellingen de krachten gebundeld en zijn we gestart met Gentrepreneur (10 VTE nu, red.). Sindsdien zijn er geen aparte diensten meer voor extra-curriculaire ondersteuning van studenten. We begeleiden hen dus in hun plannen die niet gebonden zijn aan hun vakken of credits.”

(lees verder onder de foto)

Jolien Coenraets, manager van Gentrepreneur © Bebellephotography

Bij Gentrepreneur onderscheiden ze drie fases: Ik heb interesse in ondernemen maar nog geen idee; ik heb een idee maar ben nog niet opgestart; ik heb al een onderneming. “Ze zijn allemaal welkom. In 2025 begeleidde Gentrepreneur 807 studenten, in 2026 zal dit gelijklopen, maar we begeleiden hen nu een stuk intensiever. Tijdens het academiejaar organiseren we ook tussen de 20 en 30 activiteiten.”

Waarom was het zo nodig om als scholen de krachten te bundelen? “We zagen soms rare effecten. Als een student van onderwijsinstelling wisselde, waren ze plots hun coach – waarmee ze een vertrouwensband hadden opgebouwd – kwijt. Ook de programma’s liepen uiteen of in sommige scholen was de werking uitgebreider dan in andere.”

Rijpingskamer

De verhuis naar het Wintercircus gaf Gentrepreneur extra zichtbaarheid én was dus het moment om alle aparte cellen of ‘merken’ om ondernemende studenten te begeleiden, te bundelen. “Ook onze coöperatieve vennootschap, The Company, waarin studenten kunnen ondernemen onder ons ondernemingsnummer, zit nu onder één dak bij Gentrepreneur.”

Het gros van het team bestaat uit coaches. “We doen heel veel één-op-ééncoaching, naast groepssessies. Wij helpen hen en dagen hen uit. Soms moeten ze groter denken, soms net iets concreter”, lacht ze. “We ondersteunen ook op vlak van marketing, communicatie, boekhouding en administratie. Daarnaast organiseert Gentrepreneur heel wat events. “Die dienen vooral om te inspireren en te netwerken. Via The Pitch brengen we onze tien beste start-ups in contact met potentiële investeerders. We werken ook samen met Voka Oost-Vlaanderen, zoals bij het traject The Expedition. En we delen hun events met onze doelgroep. We zijn een doorgeefluik om ondernemende jongeren op de juiste plek te krijgen. Zie ons als een rijpingskamer, en gratis, dankzij de steun van VLAIO, Stad Gent, de Provincie Oost-Vlaanderen en onze partners.

Sommigen trekken van bij ons naar het Bryo-programma van Voka of naar andere start-upprogramma’s. Ze vergroten bij ons hun ondernemende skills vooraleer ze een volgende stap zetten.” 

We zijn een soort doorgeefluik om ondernemende jongeren op de juiste plek te krijgen. Zie ons als een rijpingskamer”.

Jolien Coenraets | manager van Gentrepreneur

Attitude kweken

Ondernemerschap is besmettelijk, dat is zeker. Jolien: “Wie in een zelfstandige thuis opgroeit, krijgt veel tips en heeft al een klankbord. Voor anderen is die stap veel groter, zij hebben meer begeleiding nodig. Maar als je jong bent, ben je nog ongebonden: je hebt nog geen lening of gezin … Lukt het niet, kan je nog altijd terugvallen op je diploma. We vinden alle vormen van ondernemerschap waardevol en geloven hard in de idee dat ‘wat nu nog niet is, kan komen.’ Vaak switchen ze onderweg van idee. Kijk naar Pureto (het restaurant waar puree de hoofdrol speelt, red.). We begeleidden hen eerst bij het creëren van websites, maar uiteindelijk kozen ze voor een restaurant. Wij zetten vooral in op de ontwikkeling van vaardigheden en attitude. En hier in het Wintercircus bouwen ze ook een netwerk op of leren ze niches kennen. Veel start-ups in het Wintercircus zijn bezig met een niche voor een probleem waarvan de meesten het bestaan zelfs niet kenden. Maar evengoed hebben we hier ook jonge ondernemers die zelfstandig fotograferen op events, voetverzorging doen … Al die ondernemende schakels zijn belangrijk in onze maatschappij.”  

Talent omzetten in initiatief

De bedoeling is niet om van elke jongere een ondernemer te maken. Wel om elk kind te leren dat ideeën pas waarde krijgen wanneer je er iets mee doet. 
We zijn opgegroeid in een cultuur die zekerheid vaak hoger inschat dan risico. Terwijl ondernemerschap precies het tegenovergestelde vraagt: experimenteren, proberen, bijsturen en opnieuw beginnen. Ook daar heeft onderwijs een cruciale rol te spelen. Wie tijdens zijn schooltijd leert dat falen geen eindpunt is maar een leermoment, zal later sneller risico's durven nemen. Jolien: “Al durven we ook tegen sommige studenten zeggen: ‘Misschien ben je niet gemaakt om ondernemer te worden. Of ga op zoek naar een goede co-founder.’ Sommigen nemen soms te veel financiële risico’s. Zoals een stock van 10.000 euro inslaan terwijl er nog geen verkoop gepland staat en er te weinig financiële reserves zijn.”

(lees verder onder de foto)

De verhuis van Gentrepreneur naar het Wintercircus gaf hen extra zichtbaarheid © LV Photography

Gentrepreneur begeleidt ook ‘ondernemende student-onderzoekers’, maar komt bewust niet in het vaarwater van TechTransfer van UGent. Jolien: “We werken er wel mee samen. Maar als er IP, dus eigendomsrechten, van UGent mee gemoeid is, moeten ze via TechTransfer, al mogen ze bij ons altijd advies vragen. Een doctoraatsstudent die bijvoorbeeld zelfstandig wetenschapsjournalist wil worden, kan bij ons terecht. TechTransfer focust vooral op veelbelovende innovaties naar de markt brengen. Wij focussen op welke vaardigheden je nodig hebt en hoe je zelfvertrouwen groeit als ondernemer. Veel onderzoekers ontberen dat zelfvertrouwen.”

Eind 2023 telde Vlaanderen 8.636 student-zelfstandigen. In Vlaanderen groeide het aantal zelfstandigen onder de 26 jaar tussen 2013 en 2023 met 57%. Belangrijk voor de spectaculaire evolutie was de start van de statuten student-ondernemer en student-zelfstandige (zie kaderstuk voor de verschillen). Toch ziet Voka nog veel onbenut potentieel. In de HITT-strategie wordt de ambitie uitgesproken om tegen 2050 maar liefst een kwart van de studenten in het hoger onderwijs te bereiken met een statuut als student-ondernemer of student-zelfstandige. Vandaag ligt dat aandeel rond 3 procent.  Die ambitie is niet louter economisch geïnspireerd. Ze vertrekt vanuit de overtuiging dat een ondernemende samenleving sterker, innovatiever en weerbaarder wordt. Ondernemerschap begint trouwens niet aan de universiteit of hogeschool. De basis wordt nog (veel) vroeger gelegd en zit verweven doorheen het volledige onderwijs. Leer jongeren al op jonge leeftijd kansen herkennen, samenwerken, problemen oplossen en verantwoordelijkheid opnemen. Zoals via STEM-projecten, programmeerinitiatieven of leerlingen die bedrijven bezoeken.

Als Oost-Vlaanderen tegen 2050 echt een regio wil worden waar een ondernemerscultuur deel uitmaakt van het DNA, dan begint het al op schoolbanken. In een klaslokaal waar nieuwsgierigheid wordt beloond. In een project waarin studenten zelf oplossingen bedenken. In een ontmoeting met een ondernemer die vertelt hoe een idee werkelijkheid werd. En in een veilige omgeving die jongeren het vertrouwen geeft om iets te proberen.

 

Student-ondernemer of student-zelfstandige?

De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar er zijn belangrijke verschillen.

Student-zelfstandige

  • Heeft een officieel sociaal-juridisch statuut met KBO-nummer. 
  • Combineert studies met een zelfstandige activiteit op eigen houtje.  
  • Is aangesloten bij een sociaal verzekeringsfonds. 
  • Geniet van fiscale en sociale voordelen, zolang hij/zij voor voldoende studiepunten deelneemt aan examens.

Student-ondernemer

  • Krijgt vanuit zijn onderwijsinstelling faciliteiten om een ondernemingsproject uit te bouwen. 
  • Kan rekenen op flexibiliteit rond examens, stages of aanwezigheid. 
     
Gent Festival
imu - ov - Adverteren bij Voka

Artikel uit publicatie

AB Sound
Proximus
Wintercircus
Deloitte Private
Flancco
ING
Mensura
SDWorx