“Samen inhaalbeweging maken op vlak van productiviteit”
In het Accelerator Project van Flanders Make bundelden 6 grote bedrijven – waarvan 4 West-Vlaamse: CNH, Picanol, Vandewiele en Crop’s – gedurende 3 jaar de krachten om in hun productieprocessen te innoveren. “Wil onze maakindustrie mee blijven met het technologisch supersnel evoluerende Oosten, dan moeten we niet alleen onze producten maar ook onze processen verbeteren. Het verder verspreiden van de resultaten van het Accelerator Project helpt om de productiviteit van onze hele maakindustrie te versterken”, zegt Tom Verbaeten van CNH.
Tom Verbaeten leidt als gedelegeerd bestuurder van CNH België de sites in Zedelgem (landbouwmachines) en Antwerpen (tractoronderdelen). Daarnaast is hij binnen de internationale groep CNH wereldwijd verantwoordelijk voor de supplychain. De multinational is de op één na grootste fabrikant van landbouwmachines ter wereld, met geïntegreerde oplossingen en geavanceerde technologie waarmee landbouwers in elke fase van de cyclus hun productiviteit en winstgevendheid kunnen verhogen. CNH is een zwaargewicht met meer dan 35.000 medewerkers, 40 fabrieken en 49 R&D-centra die garant staan voor 9 premiummerken en 11.000 geregistreerde patenten. In 2024 bedroeg de omzet 19,8 miljard dollar.
Toch kijkt Verbaeten zorgelijk. “Wanneer ik de wereld rondreis, dan zie ik een groeiende kloof tussen Europa en landen als India en China. Terwijl we hier vaak over Industrie 4.0 spreken, blijft onze snelheid van de implementatie van innovaties achter bij wat we in die andere regio’s zien. Zij versnellen de automatisering en het gebruik van nieuwe technologie – bijvoorbeeld AI, 3D-printen, geavanceerde robotica, interne logistiek volledig met automatisch geleide voertuigen (AGV) – in een tempo en met een kostenefficiëntie die ons uitdagen om onze aanpak te heroverwegen. De wereldwijde innovatiecyclus versnelt. Om relevant te blijven, moeten wij dat tempo bijhouden en onze mensen de juiste tools geven.”
Welke rol speelde daarin het driejarige Accelerator Project dat in november 2025 afliep?
“Veel bedrijven in de maakindustrie hebben verschillende producten maar hanteren gelijklopende processen. In plaats van die elk apart te bestuderen en proberen te verbeteren, kun je veel sneller en kostenefficiënter oplossingen bedenken die voor alle ondernemingen toepasbaar zijn. Dat is de filosofie achter het Accelerator Project van Flanders Make. Gedurende 3 jaar hebben we met 6 grote bedrijven de krachten gebundeld: Picanol uit Ieper, Vandewiele uit Kortrijk, Crop’s uit Wielsbeke, Atlas Copco uit Antwerpen, Sabca uit Lummen en CNH uit Zedelgem en Antwerpen. Met Vlaamse overheidssteun werkte elk bedrijf een aantal praktische cases uit in samenwerking met telkens een private R&D-dienstverlener. De praktisch toepasbare resultaten worden gedeeld met de andere partners én worden verspreid naar de hele Vlaamse maakindustrie. Zo creëer je een echte acceleratie, een versnelling voor ons industriële ecosysteem.”
Wat werd er bijvoorbeeld bij CNH ontwikkeld?
“Wij hadden 6 concrete projecten waarin we door digitalisering grote vooruitgang boekten. Dat ging van het verbeteren van het beheer van de safety stock tot een slimmere interne mobiliteit met AGV’s in de assemblage. We ontwikkelden ook geautomatiseerde systemen voor het plannen van het verfgebruik en voor het functioneel testen van onze landbouwmachines. Bij de andere 5 deelnemers werden andere processen verbeterd. In plaats van tijd en geld te verliezen door elk apart het spreekwoordelijke warm water te laten uitvinden, zijn de bekomen resultaten in andere ondernemingen implementeerbaar.”
De Belgische industrie moet dringend de productiviteit verhogen, want we zijn onze voorsprong verloren.
Tom Verbaeten
Hoe werd dit gefinancierd?
“In totaal investeerden de 6 bedrijven 65 miljoen euro in de mensen – intern en extern – en machines. Daarbij verleende het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) in totaal 11 miljoen euro subsidies. Met CNH kregen we 1,85 miljoen euro steun voor onze eigen mensen en 1 miljoen euro voor extern onderzoek en ontwikkeling. Daar moet ik aan toevoegen dat wij over een periode van 4 jaar in Zedelgem maar liefst 150 miljoen euro investeerden in het optimaliseren van onze activiteiten.”
Leidde uw deelname aan het Accelerator Project effectief tot een versnelling van uw business?
“Het Accelerator Project was een cruciale sleutel voor de productielijn van ons vernieuwende model New Holland CR11. Dat is een baanbrekende, innovatieve maaidorser die maar liefst 45 meter breed kan maaien, boordevol sensoren zit en de facto autonomer kan werken. In de ontwikkeling van dit topproduct hebben we 4 jaar geïnvesteerd en we willen er de komende jaren op de wereldmarkt het verschil mee maken. Vooral de investeringen waarmee we ons productieproces optimaliseerden, maken het vandaag mogelijk om dit complexere model kwaliteitsvol te produceren.”
Wat brengt de toekomst?
“Het mag hier niet stoppen. In de eerste plaats moeten de innovaties die dankzij het Accelerator Project bij de 6 bedrijven tot stand kwamen verder in de maakindustrie verspreid worden. Er is trouwens een grote bereidheid voor een tweede Accelerator Project. De belangrijkste boodschap die we willen blijven benadrukken, is dat de Belgische industrie dringend de productiviteit moet verhogen. Het was ooit onze grote sterkte, maar we zijn onze voorsprong verloren. Ik zeg vaak dat ik graag zou hebben dat de overheid de bedrijven zou verplichten om jaarlijks een rapport van hun productiviteitsinspanningen voor te leggen, net zoals dat nu voor duurzaamheid verplicht is. Als we willen dat onze maakindustrie de concurrentie met China en India overleeft, dan is er een grote inhaalbeweging nodig. En die enorme uitdaging kunnen de bedrijven niet alleen oplossen: daar hebben we het besef en de medewerking van de hele maatschappij voor nodig.”





