Overslaan en naar de inhoud gaan
  • Oost-Vlaanderen
  • Tussen labo en wereldmarkt: de kansen en knelpunten van de Gentse biotechsector

Tussen labo en wereldmarkt: de kansen en knelpunten van de Gentse biotechsector

Oost-Vlaanderen
  • 22/06/2026

De voorbije 25 jaar groeide Oost-Vlaanderen – met Gent als kloppend hart – uit tot een van de meest geconcentreerde biotechregio’s van Europa. Rond UGent, hogescholen onderzoeksinstellingen, ziekenhuizen, start-ups en internationale bedrijven ontstond een ecosysteem dat wetenschappelijke doorbraken omzet in economische én maatschappelijke impact. Maar terwijl China miljarden investeert en de Verenigde Staten risicokapitaal bij de vleet aantrekken, staan we in Europa voor een cruciale vraag: hoe behouden we onze positie in een sector die steeds bepalender wordt voor gezondheid, voeding en duurzaamheid?
 

Ons biotechpanel voor deze coverstory:

  • Christine Durinx, algemeen directeur VIB en o.a. verantwoordelijk voor onderzoek. 


     
  •  Annick Verween, binnen VIB actief in planetary health. Verantwoordelijk voor het ondersteunen van start-ups met IP van buiten VIB, via  biotopeby VIB. 


     
  • Laurens Pauwels, UGent-professor in de plantenbiotechnologie aan de faculteit bioingenieurswetenschappen en gespecialiseerd in technologieontwikkeling.


     
  • Kristof Van Emelen, ceo van Obulytix, dat een nieuwe generatie van antibiotica ontwikkelt


     
  • Bart Kregersman, oprichter van Biolynx, dat via fermentatie nieuwe ingrediënten ontwikkelt voor o.a. de voedingssector

Biotech, u zegt?

De biotechsector gebruikt ‘levende’ bouwstenen om gezondheid, voeding, industrie en milieu te verbeteren, waarbij DNA-moleculen, (planten)cellen, micro-organismen (bacteriën, gisten, schimmels) en virussen de hoofdpersonages zijn. Klassiek heb je drie domeinen in biotech (zie hieronder). Maar de jongste jaren spreekt men even vaak over biotech die zich richt op humane of planetaire gezondheid.

1. Medische biotech (rode biotech)
👉 Focus op gezondheid en geneeskunde
•    Nieuwe medicijnen ontwikkelen 
•    Vaccins maken 
•    Ziektes (zoals dementie) opsporen via diagnostiek
•    Gentherapie om kankers te bestrijden
Kortweg: biotech om mensen gezond te houden of te genezen

2. Industriële biotech (witte biotech)
👉 Focus op het duurzamer maken van industriële productie
•    Bacteriën en andere micro-organismen gebruiken om duurzamere producten te produceren
•    Chemische processen en producten vervangen door biogebaseerde 
Kortweg: biotech om dingen te maken zonder het milieu te schaden

3. Agtech en food biotech (groene biotech)
👉 Focus op landbouw en voeding
•    Gewassen verbeteren (meer opbrengst) 
•    Planten resistenter maken tegen ziektes en droogte via NGT (new genomic technics)
•    Nieuwe voeding en ingrediënten ontwikkelen, o.a. op basis van fermentatie
Kortweg: biotech om duurzamer en slimmer voedsel te produceren
 

 

Tekst Sam De Kegel

Wie ’s ochtends zijn zuurdesembrood aansnijdt of ’s avonds een glas zelfgemaakte kefir inschenkt – waaronder ondergetekende – is zonder het te beseffen met biotechnologie bezig. In een potje op het aanrecht doen miljoenen micro-organismen hun werk: bacteriën zetten lactose om in melkzuren, creëren smaak en maken voedsel langer houdbaar. Het is een eeuwenoude vorm van biotech, lang voordat dat woord bestond. Biotechnologie op huis-, tuin- en keukenniveau.  

Vandaag vinden dezelfde processen plaats in hightech laboratoria – alleen gebruiken wetenschappers die om medicijnen te maken, duurzamere materialen te ontwikkelen of onze voedselproductie te verbeteren. “Eigenlijk gaan we de ingenieurscapaciteit van Moeder Natuur gebruiken om tot concrete toepassingen te komen”, verwoordt Christine Durinx, algemeen directeur van Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), het beeldend.

“Ook bier en kaas maken is biotechnologie”, vult Annick Verween aan. Zij begeleidt start-ups via het pre-zaaifonds biotopeby VIB. “Laten we de definitie gerust wat opentrekken. Bij VIB doen we heel veel diep onderzoek, high level biotechnologie. Maar een biotechnoloog hoeft niet per se drie PhD’s te hebben en de ganse dag in zijn of haar labojas rond te lopen in een fancy labo.”

Gent, vruchtbare biotechbodem

Gent is één van Europa’s krachtigste biotechnologische broedplaatsen. Van groene biotech tot medische doorbraken in oncologie en gepersonaliseerde geneeskunde: het zit hier allemaal op enkele vierkante kilometers. Niet toevallig: dertig jaar lang hebben VIB, UGent, ziekenhuizen, bedrijven én overheid samen een ecosysteem gebouwd dat draait rond systeemdenken: samenwerking én kruisbestuiving. Christine Durinx: “Er is hier een voortdurende wisselwerking tussen kennisinstellingen, ziekenhuizen, VIB dat al sinds 1996 veel biotechtalent levert én natuurlijk vele grote en kleinere biotechbedrijven. Het Wintercircus levert dan weer digitaal talent, clusterorganisatie Biovia spreekt namens de biotechbedrijven én de overheid ondersteunt. Dat ecosysteem zie je nauwelijks elders in de wereld.”

Dat vertaalt zich ook in het opstarten en aantrekken van een indrukwekkende lijst ondernemingen en onderzoeksinstellingen. Een aantal bedrijven worden geboren vanuit de universiteit, ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen. Maar het ecosysteem trekt ook bedrijven aan die zich graag in Gent vestigen omdat ze er de samenwerkingen en het talent vinden die ze nodig hebben.

Argenx, uitgegroeid tot het grootste biotechbedrijf van Europa, ontwikkelt vanuit Gent innovatieve antistoffentherapieën voor auto-immuunziekten. Fujirebio focust op diagnostiek voor neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer. Sanofi investeert in mRNA-onderzoek en productiecapaciteit, terwijl Legend Biotech inzet op geavanceerde celtherapieën tegen hematologische kankers. In de ‘groene‘ biotech groeien spelers zoals Aphea.Bio, gespecialiseerd in het ontwikkelen van biologische bestrijdings- en biostimulerende producten, uit tot belangrijke schakels binnen het ecosysteem.

Net voor het ter perse gaan kreeg B-COS, de eerste spin-off vanuit het nieuwe Fast Lane programma van de UGent, nog een miljoen euro om nieuwe biologische gewasbeschermingsmiddelen te ontwikkelen met behulp van precisiefermentatie. Verderop in deze editie leest u hoe Biolynx  en Obulytix aan de weg timmeren. Zij en nog vele andere beloftevolle bedrijfjes illustreren hoe breed de Gentse biotechcluster vandaag vertakt is: van medische innovaties over industriële tot agtech toepassingen.

“Wat ons zeker uniek maakt, is dat we zowel human health als planetary health hier samen op een postzegel groot hebben. In de VS zijn dat vaak twee gescheiden ecosystemen”, zegt Annick. “Bovendien hebben we hier vlakbij dat digitale ecosysteem, wat de kruisbestuiving gemakkelijker maakt.”

Die wisselwerking tussen biotech en digitale technologie, met AI op kop, wordt alleen maar belangrijker. “In bijna elk biotechproject zit vandaag een digitale component. Het belang van artificiële intelligentie zal enkel groeien. Binnen biotech zitten we op bergen data die voorlopig nog onderbenut worden. Als we daar machine learning op loslaten, kunnen we zeker versnellen.”

Wie denkt dat China pas binnen twintig jaar sterker zal zijn in biotech, moet ik ontgoochelen: dat gebeurt nu al."

Christine Durinx | algemeen directeur VIB

China versnelt, Europa twijfelt

Tegelijk groeit wereldwijd ook het besef dat biotech een strategische sector is geworden. Net zoals bij halfgeleiders of artificiële intelligentie draait het niet langer alleen om wetenschap, maar ook om economische macht en geopolitieke autonomie. En wie op zijn lauweren rust, dreigt snel achterop te raken. De vraag is dus hoe Gent – en bij uitbreiding Vlaanderen – haar positie de komende tien jaar kan behouden in een wereld waarin China en de Verenigde Staten massaal investeren.

“In China is biotech vandaag een absolute prioriteit”, weet Christine. “Als China een beslissing neemt en zich achter een gemeenschappelijk doel zet, bereiken ze dat ook. Kijk maar hoe ze de luchtvervuiling in Shanghai op enkele jaren tijd hebben aangepakt. China heeft de Verenigde Staten nu al ingehaald wat betreft publicaties in toptijdschriften. Wie denkt dat China pas binnen twintig jaar sterker zal zijn in biotech, moet ik ontgoochelen: dat gebeurt nu al.”

Volgens Annick Verween zit de kracht van de Verenigde Staten dan weer vooral in de snelheid waarmee kapitaal gemobiliseerd wordt. “Wetenschappelijk staan we in Europa nog bijzonder sterk. Maar de schaal en snelheid van investeringen in de VS zijn van een ander niveau.”

(lees verder onder de foto)

Bij VIB doen ze heel veel diep onderzoek, high level biotechnologie.

Gevecht om internationaal talent

Ook toegang tot internationaal talent wordt steeds crucialer. Volgens Christine Durinx dreigt Vlaanderen daar kansen te missen door de strikte taalvereisten in het hoger onderwijs.

“We hebben veel talent van eigen bodem, maar dat volstaat niet”, zegt ze. “Toen ik in Zwitserland werkte en er een vacature werd opengezet, kregen we zestig tot honderd cv’s. Hier zijn we al blij met twintig.”

Buitenlandse professoren moeten in Vlaanderen binnen vijf jaar een hoog niveau Nederlands behalen (B2-niveau, mondeling en schriftelijk). Dat schrikt internationale topkandidaten af. “Wij concurreren met pakweg Zwitserland, Duitsland of de VS. Daar liggen de salarissen hoger. Ons ecosysteem is een troef, maar een senior onderzoeker van 45 jaar wil komen om onderzoek te doen, niet om vele uren per week te investeren in zo’n intensieve taalopleiding.”

Volgens haar moet Vlaanderen pragmatischer durven omgaan met Engelstalig onderwijs. “En laat mensen focussen op hun kernjob: onderzoek doen.”
Daarnaast pleit ze voor een warmere internationale cultuur. “Een van onze topprofessoren werd hier – toen hij zich probeerde uit te drukken in het Nederlands in een doe-het-zelfwinkel – afgesnauwd met: ‘Ga toch terug naar uw land.’ Dat soort zaken blijft hangen.”

De financiële paradox van biotech

Naast talent blijft vooral financiering een grote, structurele uitdaging. Biotechbedrijven hebben steevast jaren onderzoek en ontwikkeling nodig vooraleer een product op de markt komt. En net dat lange traject maakt investeerders voorzichtig. “De voorbije jaren zijn we al verschillende beloftevolle bedrijven kwijtgeraakt omdat er onvoldoende geld kon worden opgehaald”, zegt Christine. “Er is nochtans veel geld in Europa, maar het zit vast.”

Institutionele beleggers zoals pensioenfondsen investeren volgens haar nog veel te weinig in biotech start-ups. “In de VS wordt tot tien keer meer venture capital geïnvesteerd dan in Europa. De toegang tot kapitaal in Europa wordt belemmerd door culturele en structurele factoren zoals risico-aversie en investeringskaders die risiconame tegengaan.”

Dat probleem speelt des te sterker omdat biotechbedrijven moeten concurreren met AI- of softwarebedrijven die veel sneller rendement kunnen tonen. “Zelfs de grote Europese fondsen vinden tien jaar wachten op dat rendement vaak te lang”, zegt Annick. “Biotech vraagt patient capital: investeerders die bereid zijn om op langere termijn te denken en te financieren. Daar is echt nood aan.”

Daarom pleiten beide vrouwen voor meer zogenaamd katalytisch kapitaal: investeringen die bewust een ecosysteem helpen groeien, ook al komt de return pas later. “Overheden kunnen daar een belangrijke hefboom zijn. Want als iedereen terugdeinst voor risico, ontstaat er een enorme financieringskloof.”

Europa dreigt bovendien te veel te focussen op toegepast onderzoek, omdat dat sneller tastbare resultaten oplevert.

“Fundamenteel onderzoek is cruciaal”, beklemtoont Christine. “Daar ontstaan de echte revoluties. Natuurlijk is dit risicovol, want veel zaken mislukken. Maar zonder dat soort onderzoek krijg je geen grote doorbraken.”

Vooral de overgang van labo naar levensvatbare start-up blijft moeilijk financierbaar. “Dat is vandaag een van de grootste gaten in het systeem.”

We moeten stoppen met overal een beetje goed in te willen zijn. Als we internationaal willen meespelen, moeten we volop durven inzetten op waar Vlaanderen vandaag al in uitblinkt: deeptech en biotech."

Annick Verween | binnen VIB actief in planetaire gezondheid

Nieuwe genomische technieken: gamechanger voor landbouw?

Alsof financiering nog niet complex genoeg is, botsen biotechbedrijven in Europa ook op een uitgebreid en vaak traag regelgevend kader. Dat geldt zeker voor innovaties rond genbewerking. Europa keek jarenlang bijzonder wantrouwig naar genetische modificatie. Het gebruik van genetisch gemodificeerde planten valt in de Europese Unie onder regelgeving die leidt tot een langdurig, kostbaar en onzeker toelatingsproces. Bovendien is na een goed doorlopen toelating de marktacceptatie nog steeds onzeker. Maar nieuwe technieken zoals CRISPR-Cas9 – ontdekt in 2012 maar sinds 2022 in een stroomversnelling – zorgen voor een (mentaliteits)shift.

Laurens Pauwels, UGent-professor in de plantenbiotechnologie: “Met die technologie kunnen onderzoekers uiterst gericht genetische aanpassingen uitvoeren in het DNA van planten. Het grote verschil met klassieke genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s): bij deze zogenaamde New Genomic Techniques (NGT’s) wordt geen vreemd DNA toegevoegd, maar worden kleine, gerichte wijzigingen aangebracht die ook spontaan in de natuur zouden kunnen voorkomen. In plaats van DNA toe te voegen, ga je eigenlijk stukjes DNA wegknippen. Het revolutionaire aan deze technologie is dat je dit ook relatief eenvoudig kan doen.” 

Klassieke veredeling is alsof je met een papieren landkaart rijdt, genbewerking is de GPS, om het met een metafoor te kaderen. Laurens: “De eerste voorbeelden van gewassen die aangepast zijn met deze technologie komen nu stilaan op de markt.”

Als Europa die markt echt opent – er is ondertussen consensus in de Europese Raad voor een specifieke regelgeving rond NGT’s, midden juni volgt wellicht een finale stemming in het Europees Parlement – kan dat gigantische mogelijkheden creëren volgens de professor. “Het zal innovatie enorm versnellen, want bedrijven zullen er dan durven in investeren. Het zal ook onze competitiviteit wereldwijd verhogen. Vergeet niet dat ze in China momenteel ook heel sterk inzetten op onderzoek in plantenbiotechnologie en landbouwonderzoek omdat ze geopolitiek minder afhankelijk willen zijn van voedselimport uit andere landen.” 

Innovaties in de biotech leveren volgens professor Pauwels grote voordelen op voor zowel landbouwers als consumenten. “Een landbouwer wil ziektes of plagen vermijden op zijn of haar gewassen en gebruikt nog vaak pesticiden om die gewassen te beschermen. De European Green Deal zet strikte targets om pesticiden en meststoffen te verminderen. Maar dan moet je natuurlijk alternatieve gewasbeschermingsmiddelen en fertilizers hebben. Die NGT’s kunnen een deel van de oplossing zijn.”

(lees verder onder de foto)

Christine Durinx vindt fundamenteel onderzoek cruciaal. Daar ontstaan immers de echte revoluties. 

In Nederland lopen momenteel aan de Wageningen University & Research (WUR) na 11 jaar stilstand opnieuw veldproeven, nu met aardappelen die via deze nieuwe genomische technieken resistenter zijn tegen Phytophthora, een schimmelziekte die vandaag nog intensief met pesticiden bestreden wordt. “We kunnen dit probleem echt oplossen met biotechnologie, maar een plant maken die beschermd is tegen alle mogelijke plagen, is natuurlijk nog een ander paar mouwen.”   

De European Green Deal zet strikte targets om pesticiden en meststoffen te verminderen. Maar dan moet je natuurlijk alternatieve gewasbeschermingsmiddelen en fertilizers hebben. Nieuwe Genomische Technieken kunnen een deel van de oplossing zijn."

Laurens Pauwels | UGent-professor in de plantenbiotechnologie

Het ontbrekende puzzelstuk: opschaling

Volgens Christine Durinx ontbreekt in Vlaanderen nog een cruciale schakel tussen onderzoek en commercialisering: een non-profit GMP-pilootfaciliteit. GMP staat voor Good Manufacturing Practice: streng gecontroleerde productieomgevingen waarin eiwitten, antilichamen, virale vectoren en plasmide-DNA-therapieën kunnen worden geproduceerd. Deze worden gebruikt als farmaceutische producten of als hulpmiddelen voor de productie van geavanceerde therapieën (ATMP’s).

“Grote farmabedrijven hebben die infrastructuur wel”, zegt ze. “Een dergelijke non-profitorganisatie zou in staat zijn om op kleine schaal materiaal voor klinische proeven met biologische geneesmiddelen te leveren, waardoor innovaties sneller richting klinische testen en markttoepassingen gebracht kunnen worden. Er zou ook bijkomend talent kunnen worden opgeleid.”

Onze gesprekspartners verwijzen naar Bio Base Europe Pilot Plant in Gent, een open innovatie- en opschalingscentrum waar bedrijven en onderzoekers nieuwe biogebaseerde processen op industriële schaal kunnen testen. “Dat model werkt bijzonder goed. Het vormt de brug tussen labo en toepassing. Voor human health hebben we iets gelijkaardigs nodig.”

Eén Europese biotechmarkt, graag

Europa werkt intussen ook aan een Biotech Act die innovatie sneller naar de markt moet brengen. Die moet onder meer financiering versnellen, administratieve procedures vereenvoudigen en meer ruimte creëren voor AI-toepassingen en zogenaamde regulatory sandboxes, waarbij bedrijven in een gecontroleerde omgeving kunnen experimenteren met aangepaste regelgeving.

Ook sectororganisatie Biovia speelt daarin een belangrijke rol. De clusterorganisatie vertegenwoordigt meer dan 300 Vlaamse life sciences-bedrijven en onderzoeksorganisaties en fungeert als spreekbuis richting overheden en Europa. Ook kleinere biotechbedrijven zoals Obulytix sluiten zich daarbij aan. “Het is belangrijk dat kleinere bedrijven adequaat vertegenwoordigd worden zodra er belangrijke beslissingen genomen worden”, zegt Kristof Van Emelen, ceo van Obulytix.  

(lees verder onder de foto)

 

Kristof zetelt daarnaast ook in de raad van bestuur van de BEAM Alliance, een Europese sectorvereniging slash innovatiecentrum rond antimicrobiële resistentie. Volgens hem blijft markttoegang een van de grootste structurele problemen in Europa. “De goedkeuring van geneesmiddelen verloopt gecentraliseerd via het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA), maar prijssetting en terugbetaling gebeuren nog altijd per lidstaat”, zegt hij. “Daardoor moet je soms tot 48 maanden onderhandelen met afzonderlijke landen.”

Volgens hem dreigt Europa zo innovatie te verliezen aan andere regio’s. “We zijn op zoveel vlakken een eengemaakte markt, behalve voor geneesmiddelen. Nochtans is dat cruciaal voor onze gezondheidszorg.”

Vlaanderen moet durven kiezen

Toch overheerst geen pessimisme aan tafel. Integendeel: volgens onze gesprekspartners heeft Vlaanderen nog altijd alles in huis om een wereldspeler te worden in biotech. “Ik wil benadrukken dat we veel steun krijgen van de Vlaamse overheid”, zegt Christine Durinx. “Minister-president Matthias Diependaele neemt innovatie bijzonder ernstig.”

Maar tegelijk klinkt ook een oproep tot meer samenwerking en scherpere keuzes. “We hebben in Vlaanderen te vaak de neiging om per provincie of universiteit of start-uphub alles opnieuw uit te vinden. Terwijl we internationaal veel sterker zouden staan als we onze krachten meer bundelen.”

Annick Verween knikt. “We moeten stoppen met overal een beetje goed in te willen zijn. Als we internationaal willen meespelen, moeten we volop durven inzetten op waar Vlaanderen vandaag al in uitblinkt: deeptech en biotech.”

Health & Technology zijn twee van de drie arena’s van HITT (Health, Industry & Technology Tomorrow): de toekomstvisie van Voka Oost-Vlaanderen richting 2050.

Voka Oost-Vlaanderen kiest bewust voor domeinen waarin de regio vandaag al internationaal uitblinkt: gezondheidszorg (biotech), industrie en tech.
Op woensdag 7 oktober organiseren we het HITT Fest: een dag vol inzichten, inspiratie en ontmoetingen rond de toekomst van onze regio en economie. Meer info vind je hier.
 

Verder is er op dinsdag 29 september de kick-off van de nieuwe Life Sciences Community waarmee we willen bouwen aan een sterker biotechecosysteem. Voka brengt bedrijven, experten en andere sleutelspelers samen rond vragen die vandaag echt tellen: hoe versterken we samenwerking, vergroten we zichtbaarheid, trekken we investeringen aan en bouwen we een regio uit die internationaal meespeelt?
Interesse? Alle info via deze link
 

imu - ov - Adverteren bij Voka
STROOM Festival
Proximus
Wintercircus
Deloitte Private
Flancco
ING
Mensura
SDWorx