Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 27/10/2026

Begin september kochten heel wat ouders een nieuwe schoollaptop voor hun kind. Wie exact hetzelfde toestel een aantal maanden eerder kocht, betaalde zomaar 200 tot 400 euro minder. Wat gezinnen voelen in hun portefeuille, voelen bedrijven nog harder op hun balans. Daar gaat het niet om één laptop, maar om volledige serverparken en honderden toestellen tegelijk. Bij Orbid, IT-, software- en HR-consultant uit Merelbeke, zien ze een tekort aan RAM-geheugen dat tussen november vorig jaar en februari dit jaar de prijzen tot zes keer deed stijgen, en leveranciers er zelfs toe bracht getekende contracten niet te kunnen vervullen. "Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt", klinkt het.

RAM simpel uitgelegd

RAM staat voor Random Access Memory, het werkgeheugen van een computer of server. Het is niet waar bestanden permanent worden opgeslagen (dat doet een harde schijf of SSD), maar waar het toestel actief mee rekent terwijl het draait. Hoe meer RAM, hoe meer taken een toestel tegelijk vlot aankan, zonder te haperen.
Fysiek zit dat geheugen op kleine, langwerpige kaartjes die in speciale sleuven op het moederbord klikken (of ’latjes’ in de volksmond). Elke module heeft een vaste capaciteit, bijvoorbeeld 32, 64 of 128 gigabyte. Een server of laptop combineert er meerdere om aan de gewenste totale hoeveelheid te komen.
Net die grote, compacte modules (zoals 128 gigabyte in één latje) zijn het schaarst geworden. Fabrikanten geven voorrang aan de gespecialiseerde geheugenchips (high-bandwidth memory) voor AI-datacenters, waardoor er voor gewone latjes minder productiecapaciteit overblijft. Om toch aan voldoende geheugen te komen, moeten computers en servers vandaag vaker met méér en kleinere latjes werken, als die al op voorraad zijn.

 

Tekst Laurens Fagard – Foto Nathalie Dolmans

“In onze wereld noemen we het een 'RAMageddon'”, vertelt regional manager West Benjamin-Pierre Sottieaux met een kwinkslag. Sinds vorig najaar verschuiven de drie grootste RAM-fabrikanten ter wereld (Samsung, SK hynix en Micron) hun productiecapaciteit massaal naar de duurdere, krachtigere geheugenchips die AI-datacenters nodig hebben. Gevolg? Voor gewone RAM, het soort dat in elke laptop en server zit, is nauwelijks nog capaciteit over. "De vraag naar laptops is niet gedaald. Het aanbod wel.”

Het is een wet die klinkt als een eerstejaarscursus economie, en toch is het realiteit. Waar een serverpark tot voor kort 100.000 euro kostte, betaalt een kmo daar vandaag makkelijk het drievoudige voor. "Maal zes is het toppunt, maar maal drie is geen uitzondering meer."

Cowboytoestanden

Wat de crisis extra hard maakt, is niet alleen de prijs, maar de onvoorspelbaarheid. Maarten Van der Biest, ceo en al jaren actief in de sector, heeft het nog nooit meegemaakt.  “We hebben er al wat moeilijke meetings met leveranciers op zitten het laatste jaar. Een goede relatie en veel praten heeft geholpen, want er zijn momenten geweest dat bestaande contracten overboord werden gegooid en de rechtbank dichterbij was dan een oplossing voor onze klanten.  Het is door individueel te gaan kijken en met inzicht de analyse te maken dat we er met alle partijen uit kunnen geraken.

(lees verder onder de foto)

Regional manager West Benjamin-Pierre Sottieaux en ceo Orbid Maarten  Van der Biest

“Daarbovenop komt geopolitiek. Een dreigende sluiting van de Straat van Hormuz zette ook de fysieke aanvoerlijnen onder druk. Chips zijn dan wel digitaal, maar moeten nog altijd getransporteerd worden. En dat is meestal vanuit Zuid-Korea of de Verenigde Staten. Zelfs de vorm van RAM-geheugen verandert onder de schaarste. Waar servers vroeger twee geheugenmodules van 128 gigabyte kregen, moeten ze nu vier van 64 gigabyte combineren, simpelweg omdat de grote, compacte modules onbetaalbaar of onvindbaar zijn geworden.” 

En beterschap op korte termijn zit er voorlopig niet aan te komen. Micron kondigde een giga-investering aan van 40 miljard dollar in twee nieuwe fabrieken, maar die zijn pas ten vroegste in 2028 operationeel. Tot dan blijft de vraag alleen maar toenemen, want AI is alom vertegenwoordigd. "We zitten nu op een kantelpunt waarop bedrijven AI echt inzetten om een competitief voordeel te creëren, niet (enkel) in de back-officediensten of administratie, maar echt in de core van business. De echte toegevoegde waarde en unieke value proposition die een onderneming creëert met eigen data," zegt Maarten. “Dat vraagt nog meer rekenkracht, en dus nog meer geheugen. Dan krijg je een vliegwiel waarvan niemand het einde ziet.”

We zitten nu op een kantelpunt waarop bedrijven AI echt inzetten om een competitief voordeel te creëren, niet (enkel) in de back-officediensten of administratie, maar echt in de core van business.”

Maarten Van der Biest, ceo Orbid

Niet afwachtend zijn

Daarnaast ziet Maarten nog een andere verschuiving, los van de prijs. "Bedrijven beginnen anders naar IT te kijken. Zolang je infrastructuur als een kost bekijkt, ga je de reflex houden om zo lang mogelijk te wachten met een vervangingsoperatie. Maar dat is niet altijd aangewezen. Je moet het echt als een versneller voor jouw business zien.”

(lees verder onder de foto)

 

Die mindset komt niet vanzelf, benadrukt hij. "Je hebt twee partijen nodig: de onderneming die zich kan focussen op de eigen toegevoegde waarde – en dat is in 95 procent van de gevallen niet IT – en een partner die de vertaalslag maakt tussen die business en de technologie."

“Bang afwachten tot de storm gaat liggen, is geen optie”, benadrukt Benjamin-Pierre. Al ziet hij klanten soms wel zo reageren. “Hoe dan ook, het oude ritme van automatisch om de vier à zes jaar te vernieuwen, is ook niet meer van deze tijd. We prediken echt voor maatwerk per bedrijf. Is de infrastructuur echt end-of-life, of kan ze nog mee? Is cloud, hybride of on-premise de juiste keuze, rekening houdend met AI-gebruik én cybersecurity? Dat zijn de vragen die ondernemers zich moeten stellen.”

imu - ov - Adverteren bij Voka
Banner KMO Tech Night
AB Sound
Proximus
Wintercircus
Deloitte Private
ING
Mensura
SDWorx