Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 27/10/2026

De wekker gaat. Nog voor ik mijn ogen open, heeft mijn horloge al gereageerd. Bloeddruk? Licht verhoogd. Wellicht wat stress van gisteren. Zuurstofverzadiging? Normaal. Slaapkwaliteit? Zeven uur, maar te weinig diepe slaap. Op het scherm verschijnt een suggestie: een rustige wandeling van dertig minuten, geen intensieve training vandaag. Alles op maat van mijn lichaam, leeftijd en context. 

 

Tekst Pascal Verdonck

Dit zijn niet alleen toekomstbeelden. Die wearables bestaan vandaag al en geven data door, zij het nog in rudimentaire vorm. Ze meten continu en geven suggesties. Wat in 2040 anders zal zijn, is de schaal. Met alle mogelijke gezondheidsfeatures zijn het nu nog gadgets voor de happy few, maar tegen dan kunnen ze de gewone gang van zaken zijn.  Maar wie interpreteert de data als er iets niet klopt? Wie beslist vooral wat er nadien gebeurt? Dat zijn de vragen die ertoe doen.

Een driehoek die altijd beweegt

Als ingenieur denk ik graag in driehoeken. Zo heb ik er ook een als het aankomt op een goede gezondheidszorg. Centraal in het zwaartepunt, staat de burger of de patiënt. Aan de drie hoeken het aanbod van technologie en wetenschap, de beschikbare financiële middelen en de ethiek (of duurzaamheid als je wil).

Stel je voor: een man van 85 heeft een versleten hartklep. Er bestaan technisch steeds meer mogelijkheden om hem te behandelen, maar sommige daarvan zijn bijzonder duur en niet voor iedere patiënt of indicatie op dezelfde manier toegankelijk of terugbetaald. Wat is dan de beste keuze? Wat is medisch zinvol, wat is betaalbaar en wat vinden we als patiënt, familie en samenleving wenselijk? De driehoek geprojecteerd op een persoonlijk voorbeeld.
En diezelfde driehoek is dagelijks aan het werk. In ziekenhuisbesturen, op de kabinetten van de ministers van Volksgezondheid, in bestuurskamers van farma- en medtechbedrijven enzovoort. Hij is nooit in evenwicht, maar altijd in beweging. 

Tegen 2040 beschikt iedereen hopelijk over een persoonlijke AI-gezondheidsagent die alle data beheert, afspraken regelt, medicatie opvolgt en afwijkingen signaleert.”

Pascal Verdonck, health expert

Digitale tweelingen

Vooraleer we de toekomst induiken, is er een consensus nodig over wat we onder ‘gezond zijn’ verstaan. Decennialang keken we naar de lifespan, of hoelang iemand leeft. Vandaag verschuift de blik meer richting de healthspan, of hoe lang iemand vitaal, betekenisvol en autonoom leeft.

Want kwaliteitsvol oud worden, dat is iets anders dan oud worden. Zodra je geen zelfregie meer hebt en je niet meer weet wie je bent of waar je bent, leef je nog wel in medische zin, maar dat staat niet noodzakelijk synoniem aan waardig oud worden.

Gezondheid is fysiek welzijn, maar ook mentaal welzijn en je goed voelen in je omgeving. Dat inzicht hebben we flink onderschat, tot de coronaperiode ons wakker schudde. En die uitdaging wordt in het tijdperk van AI en sociale media alleen maar groter. Het grootste risico van verdere digitalisering is het verlies aan echte menselijke interactie. Hoe meer technologie er is, hoe meer empathie je nodig hebt om te compenseren.  Dat is wat veel van mijn collega-ingenieurs onderschatten. 

(lees verder onder de afbeelding)

En toch moeten we blijven inzetten op technologie. We gaan naar een wereld waarin burgers een dynamisch model van zichzelf krijgen: een digitale tweeling. Daarin komt genetische informatie, medische beeldvorming, labowaarden, leefstijl en data van je wearables in samen. Zo’n model zou risico’s op aandoeningen steeds vroeger kunnen detecteren en simuleren welke therapie voor een individuele patiënt waarschijnlijk het beste werkt.

Tegen 2040 beschikt iedereen hopelijk over een persoonlijke AI-gezondheidsagent die alle data beheert, afspraken regelt, medicatie opvolgt en afwijkingen signaleert. En de (huis)arts? Die blijft verantwoordelijk voor medische beslissingen, maar de coördinatie en routineanalyse worden gedragen door technologie. Slecht nieuws brengen, een gezin begeleiden doorheen een zware diagnose, empathie tonen op het juiste moment, die rol is (voorlopig) nog voor de mens weggelegd.

Daar ontstaat meteen ook een nieuwe vraag. Wie beheert al die uiterst persoonlijke gezondheidsdata en wie bepaalt wat ermee mag gebeuren? De echte machtsvraag van 2040 wordt misschien niet alleen wie over de beste technologie beschikt, maar ook wie onze gezondheidsdata beheert en wie erop toeziet dat ze in ons belang wordt gebruikt.

En het ziekenhuis? Dat wordt een interventiecentrum, een commandotoren, zoals op een luchthaven, dat coördineert en bijspringt waar het nodig is. Het ziekenhuis van 2040 bevindt zich grotendeels thuis. Implanteerbare sensoren, autonome operatierobots, nanorobots (microscopisch kleine robots die door de bloedbaan kunnen reizen om ziektes heel gericht te behandelen) in het lichaam nemen de routine over. Mensen gaan dan vooral nog naar een ziekenhuis wanneer gespecialiseerde infrastructuur, intensieve observatie of complexe ingrepen nodig zijn.

Het ziekenhuis van 2040 wordt een interventiecentrum, een commandotoren, zoals op een luchthaven, dat coördineert en bijspringt waar het nodig is. Het ziekenhuis van 2040 bevindt zich grotendeels thuis.”

Pascal Verdonck, health expert

Wat we willen betalen

Al die technologie werkt alleen als de infrastructuur à jour is. Dat onderschatten we schromelijk. Een implanteerbare sensor is nutteloos zonder permanente connectiviteit. 24 op 7 verbonden zijn is dan een basisvoorwaarde voor een werkend systeem. Voor de gezondheidszorg van 2040 is digitale connectiviteit wat wegen en kanalen waren voor de industriële revolutie.

Maar er is nog iets dat we te weinig benoemen. De meeste mensen weten niet wat zorg werkelijk kost. Een patiënt die een immunotherapie krijgt van 100.000 euro staat daar nauwelijks bij stil, omdat de eindrekening voor hem slechts een fractie is van wat de werkelijke kost bedraagt. Ons gezondheidssysteem is ook bewust zo ontworpen, vanuit solidariteit, maar het creëert ook een ontkoppeling tussen verwachting en realiteit. Meer bewustzijn over de werkelijke kostprijs van zorg kan helpen om het debat over wat we als samenleving kunnen en willen betalen realistischer te maken.

Preventie speelt daarin een belangrijke rol. Hoe vroeger je de problemen aanpakt, hoe beter. Maar het laatste levensjaar van een mens blijft het duurste, ongeacht hoe gezond we daarvoor hebben geleefd. Preventie kan ziekte uitstellen en veel gezondheidswinst opleveren, maar neemt moeilijke keuzes over de verdeling van de schaarse middelen niet weg. 
We moeten daarom eerlijk durven zijn over wat technologie kan en niet kan, over wie toegang heeft en wie niet. Over moeilijke keuzes die we als samenleving moeten maken.

In 2040 zal mijn horloge wellicht veel meer weten dan vandaag. Misschien voorspelt het zelfs dat er iets misgaat nog voor ik iets voel. Maar daarmee is de belangrijkste vraag niet opgelost. Technologie kan ons vertellen wat mogelijk is. Welke zorg we vervolgens aanbieden, aan wie en tegen welke prijs, zullen we nog altijd zelf samen moeten beslissen.

Pascal Verdonck is burgerlijk ingenieur en professor medische technologie aan de Universiteit Gent.

imu - ov - Adverteren bij Voka
Banner KMO Tech Night

Artikel uit publicatie

AB Sound
Proximus
Wintercircus
Deloitte Private
ING
Mensura
SDWorx