Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 02/10/2026

De Vlaamse Regering heeft definitief beslist om vanaf 1 januari 2027 geen groenestroomcertificaten (GSC) en warmtekrachtcertificaten (WKC) meer toe te kennen voor productie tijdens kwartieren met negatieve elektriciteitsprijzen. De maatregel geldt niet alleen voor nieuwe projecten, maar ook voor bestaande installaties die nog certificatensteun ontvangen. De steunkosten zouden daardoor tussen 2027 en 2035 met 179,1 miljoen euro dalen. Voka erkent de systeemlogica en het positieve effect op de elektriciteitsfactuur, maar betreurt dat ook bestaande investeringen worden geraakt.

Knip in groenestroomcertificaten baart zorgen

Wat heeft de Vlaamse Regering beslist? 

Vandaag worden voor bepaalde installaties geen certificaten toegekend wanneer de Belgische day-aheadprijs gedurende minstens 6 opeenvolgende uren negatief is. Vanaf 1 januari 2027 wordt die regeling aanzienlijk aangescherpt: zodra de day-aheadprijs gedurende minstens één kwartier negatief is, worden voor de productie tijdens die periode geen GSC of WKC meer toegekend. De nieuwe regeling geldt voor alle nieuwe en lopende projecten, ongeacht hun startdatum. De wijziging heeft wel uitsluitend betrekking op toekomstige productie vanaf 2027. Reeds toegekende certificaten worden niet teruggenomen. Kleinere installaties worden vrijgesteld. 

Waarom wordt de regeling aangepast? 

Negatieve elektriciteitsprijzen ontstaan wanneer het aanbod aan elektriciteit tijdelijk groter is dan de vraag. Dat gebeurt steeds vaker op momenten met veel productie uit zon en wind en een relatief lage elektriciteitsvraag. De Vlaamse Regering wil vermijden dat certificatensteun producenten stimuleert om te blijven produceren wanneer de marktwaarde van die elektriciteit negatief is. De ingreep moet productie sterker laten reageren op marktprijzen, overproductie beperken en de integratie van hernieuwbare energie in de elektriciteitsmarkt verbeteren. Tegelijk wil Vlaanderen zijn steunregeling in overeenstemming brengen met de Europese staatssteunregels. 

Impact verschilt sterk naargelang het steunregime 

De maatregel raakt installaties die vandaag nog groenestroom- of warmtekrachtcertificaten ontvangen, waaronder grotere PV-installaties, windturbines, biogasinstallaties en warmtekrachtkoppelingen. De financiële impact verschilt evenwel sterk naargelang het steunregime waaronder een installatie valt. Voor veel projecten met een startdatum vanaf 1 januari 2013 wordt de steun bepaald via de zogenaamde onrendabele top en de bandingfactor. Bij de actualisatie daarvan zal het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) rekening houden met de impact van de nieuwe regeling. Anders ligt dat voor oudere installaties, in het bijzonder PV-installaties van vóór 2013. Voor die projecten wordt de steun niet via een periodieke actualisatie van de onrendabele top bijgestuurd. Net daar situeert zich dan ook het grootste rechtstreekse financiële effect van de maatregel.

Visie van Voka

Voka erkent de systeemlogica achter de beslissing en verwelkomt dat de maatregel de kosten in de elektriciteitsfactuur helpt verminderen. Tegelijk blijft de toepassing op bestaande investeringen problematisch. Ondernemingen hebben investerings- en financieringsbeslissingen genomen op basis van het regelgevend kader en de steunvoorwaarden die op dat moment golden. Vlaanderen heeft nood aan bijkomende investeringen in hernieuwbare energie, flexibiliteit, opslag en industriële verduurzaming. Een energiesysteem dat producenten sterker laat reageren op marktprijzen is noodzakelijk, net als het verder verlagen van de energiekosten voor ondernemingen. Maar ondernemingen moeten er tegelijk op kunnen vertrouwen dat de uitgangspunten waarop langetermijninvesteringen worden gebaseerd voldoende stabiel blijven. 

Vraag het @ Voka

Een prangende vraag? Wij antwoorden binnen de 2 werkdagen!

Stel hier jouw vraag

Artikel uit publicatie

Dynamate-Sonical-Van Roey
Citymesh
Wiels
Titeca
WV - Accent
ING
SDWorx