De verhoging van het inschrijvingsgeld lijkt internationale studenten voorlopig niet uit Vlaanderen weg te houden. Verschillende universiteiten en hogescholen zien hun internationale instroom zelfs verder toenemen. Dat is goed nieuws. Maar wie daaruit besluit dat Vlaanderen zich dus probleemloos nog meer drempels kan veroorloven, trekt de verkeerde conclusie.
Onze exportgerichte en kennisintensieve economie heeft internationaal talent nodig. Niet als vervanging van talent van eigen bodem, maar als noodzakelijke aanvulling. Ondernemingen kampen vandaag al met structurele tekorten aan specifieke hoogopgeleide profielen. Tegelijk woedt wereldwijd een steeds scherpere strijd om studenten, onderzoekers, professoren en andere kenniswerkers.
Vlaanderen heeft heel wat troeven in die strijd. We beschikken over sterke universiteiten en hogescholen, kwaliteitsvol onderzoek, innovatieve ondernemingen en een ligging in het hart van Europa. Dat internationale studenten ondanks het hogere inschrijvingsgeld nog altijd voor Vlaanderen kiezen, bevestigt die aantrekkingskracht en sterkt ons in de overtuiging om nog meer dan voorheen deze troeven uit te spelen in de internationale strijd om toptalent.
Het schoentje wringt
Maar sterke troeven bieden geen vrijkaart om hindernissen op te werpen. Toch is dat wat het beleid in Vlaanderen doet. De Vlaamse regering beperkte de financiering van niet-EER-studenten, waarop verschillende instellingen hun inschrijvingsgeld gevoelig verhoogden. Internationale professoren die hier aan de slag gaan, moeten binnen een bepaalde termijn voldoende Nederlands beheersen, ook wanneer ze uitsluitend in het Engels werken. En voor anderstalige opleidingen moet altijd ook een Nederlandstalig equivalent worden aangeboden. In tijden van schaarse middelen en bezuinigingen is die verplicht dubbele aanpak niet altijd even efficiënt.
Elk van die maatregelen kan afzonderlijk worden gemotiveerd. Maar beleid moet ook naar het geheel kijken. De opeenstapeling van drempels dreigt Vlaanderen minder aantrekkelijk te maken op een moment dat andere kennisregio's net alles uit de kast halen om internationaal talent binnen te halen.
Dat risico mogen we niet onderschatten. Internationale studenten vergelijken Vlaanderen met Nederland, Duitsland, Frankrijk, Scandinavië, het Verenigd Koninkrijk en bestemmingen buiten Europa. Studiekosten zijn daarbij slechts een factor. Ook het aanbod van opleidingen, de taal, administratieve procedures, carrièremogelijkheden en de mogelijkheid om na het afstuderen te blijven werken spelen mee.
De opeenstapeling van drempels dreigt Vlaanderen minder aantrekkelijk te maken, net nu andere kennisregio’s volop inzetten op internationaal talent.
Van internationale student naar Vlaamse werknemer
Vlaanderen slaagt er onvoldoende in om internationale studenten hier te houden en aan de slag te krijgen na hun studies. We moeten niet alleen kijken naar hoeveel internationale studenten hier aankomen, maar vooral naar hoeveel van hen na hun opleiding hun kennis hier inzetten.
Internationale studenten vormen een bijzonder interessante groep voor onze arbeidsmarkt. Ze hebben hier gestudeerd, kennen onze samenleving en hebben vaak al contacten opgebouwd met Vlaamse bedrijven. Onderzoek naar de internationalisering van het Vlaamse hoger onderwijs wees bovendien al eerder op een duidelijke economische meerwaarde: de geraamde baten van internationale studenten liggen, afhankelijk van de berekening, 3 keer hoger dan de kosten.
Toch slagen we er onvoldoende in om dat potentieel te verzilveren. Te veel internationale afgestudeerden vertrekken opnieuw. Vlaanderen moet daarom de ambitie durven uitspreken om minstens de helft van de internationale afgestudeerden hier aan het werk te krijgen en hen minstens vier jaar aan onze economie te verbinden. Een stay rate van 50 procent die ook vier jaar na afstuderen standhoudt, moet het streefdoel zijn.
Dat betekent betere verbindingen tussen internationale studenten en ondernemingen, meer stages en werkervaring tijdens de opleiding en een vlottere overgang van studie naar werk. Ook diploma-erkenning en economische migratie moeten veel eenvoudiger en sneller.
Maak van talentbeleid één keten
Vandaag loopt die keten nog te vaak vast. Vlaanderen heeft inspanningen geleverd om de procedures voor hooggeschoolde arbeidsmigratie te versnellen, maar bij de single permit is ook het federale niveau betrokken. Zolang talent maanden op administratieve procedures moet wachten terwijl concurrerende landen sneller duidelijkheid bieden, vissen onze ondernemingen achter het net.
Daarom hebben we nood aan een samenhangend internationaal talentbeleid: van de eerste kennismaking met onze universiteiten en hogescholen tot de eerste werkdag in een Vlaamse onderneming. Dat betekent niet dat elke internationale student gesubsidieerd moet worden of dat Nederlands geen belangrijke plaats meer heeft in ons hoger onderwijs. Het betekent wel dat we bij elke nieuwe maatregel ook de vraag moeten stellen wat die doet met onze internationale aantrekkingskracht en onze economie.
De cijfers uit het nieuwe academiejaar tonen dat Vlaanderen vandaag nog sterk genoeg staat om internationaal talent aan te trekken. Laat ons die vaststelling niet gebruiken als argument om de drempels verder te verhogen. Laat ons ze gebruiken als vertrekpunt om onze troeven beter uit te spelen.
Want in een economie waar kennis en talent steeds schaarser worden, kunnen we het ons niet veroorloven om mensen die bewust voor Vlaanderen kiezen vervolgens weer richting uitgang te duwen.
In juni deed Voka concrete voorstellen richting de toekomst van ons hoger onderwijs in de paper ‘Hoger onderwijs als hefboom voor productiviteit’.






