Nieuwe cijfers van de Nationale Bank geven aan dat het vertrouwen van de Belgische ondernemers in februari een stevige tik kreeg. Het ondernemersvertrouwen viel terug tot het laagste niveau sinds het voorjaar en blijft daarmee duidelijk onder normale niveaus.
Dat staat in schril contrast met het consumentenvertrouwen dat het voorbije jaar snel toenam, en op dit moment duidelijk boven normale niveaus zit. Gesterkt door aanhoudende (bescheiden) koopkrachtstijging en een nog altijd vrij gunstige situatie op de arbeidsmarkt (ook al is de positieve dynamiek daar al duidelijk vertraagd) zien de consumenten het zitten. Ondernemers maken zich daarentegen grote zorgen over de economische situatie, met onder meer vrij pessimistische verwachtingen over de vraag in de komende maanden. Historisch is het ondernemersvertrouwen meestal de betere voorspeller voor de economische activiteit gebleken.
Historisch is het ondernemersvertrouwen meestal de betere voorspeller voor de economische activiteit gebleken.
Veel variatie tussen sectoren
Tussen de sectoren is heel wat variatie, maar het algemene sentiment blijft toch vrij negatief. Een beperkt aantal sectoren, zoals de textiel, de grafische industrie en de machinebouw, doen het beter, maar in de overgrote meerderheid van de sectoren zit het vertrouwen vandaag duidelijk onder het langetermijngemiddelde. Negatieve uitschieter blijft de basischemie. Daar hangt het ondernemersvertrouwen al maanden op historische dieptepunten (de indicator bestaat sinds 1980), maar februari deed daar nog een grote schep bovenop. Dat laat vermoeden dat het slechte nieuws uit de chemie, waar de voorbije maanden al wat herstructureringen en fabriekssluitingen aangekondigd werden, nog niet achter de rug is. Ook in de voeding, de productie van transportmateriaal en de burgerlijke bouw staat het vertrouwen verontrustend laag. Daarnaast staan ook de zakelijke diensten (logistiek, IT, verhuur) de jongste maanden duidelijk onder druk, wat allicht te maken heeft met de aanslepende malaise in de industrie waardoor daar bespaard wordt op toeleverende diensten.
Onzekerheid overschaduwt de vooruitzichten
Al bij al schommelt het algemene ondernemersvertrouwen nu al meer dan drie jaar rond het huidige lage niveau. Historisch komt dat niveau overeen met een stagnerende economie. Ondertussen bleef onze economie wel groeien aan een tempo van net iets meer dan 1% op jaarbasis. Lagere groei dan normaal, maar wel aanhoudend positieve groei. Die discrepantie tussen het ondernemersvertrouwen en de effectieve economische activiteit heeft allicht te maken met de vele onzekerheden waarmee ondernemers de voorbije jaren geconfronteerd werden. Relatief hoge energieprijzen, de handelsoorlog van Trump, Chinese concurrentie, de moeilijkheden in de Europese industrie, de vergunningenproblematiek, de gekelderde vraag naar nieuwbouw… zijn allemaal factoren die de vooruitzichten overschaduwen. Die onzekerheid maakt het moeilijk om met veel vertrouwen naar de toekomst te kijken.
Al bij al schommelt het algemene ondernemersvertrouwen nu al meer dan drie jaar rond het huidige lage niveau.
Te lage groei
Het lage ondernemersvertrouwen suggereert dat onze economie ook de komende kwartalen blijft voortkabbelen aan het huidige ondermaatse groeitempo. In haar nieuwste economische vooruitzichten gaat het Planbureau ervan uit dat dat het scenario blijft voor de komende jaren. In de periode 2023-2031 zouden we uitkomen op een gemiddelde groei van 1,2% per jaar, met opmerkelijk weinig variatie daarrond. Daarmee lijken we vast te zitten in een scenario van oncomfortabel lage economische groei. Dat groeitempo is te laag om onze welvaartsstaat in de huidige vorm overeind te houden, en impliceert ook dat we geen buffers hebben voor nieuwe negatieve schokken. Tegen die achtergrond is er dringend nood aan een strategie voor meer groei om onze economie los te schudden uit de aanslepende malaise.


