Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 20/05/2026

Ondanks verzet van vakbonden en werkgeversorganisaties blijft de federale regering doorzetten met haar centenindex, een soort nodeloos complexe kwart-indexsprong. De discussies daarrond worden hoe langer hoe hallucinanter. Bovendien vertrekken ze van het verkeerde uitgangspunt. Het hele indexeringsmechanisme doet gewoon niet wat de verdedigers ervan denken dat het doet. 

Misverstanden over de indexering

In politieke kringen, en vooral in linkse hoek, wordt de index steevast voorgesteld als de ultieme koopkrachtbescherming. Maar dat is het niet. De voorbije 25 jaar nam het reële loon per werkende (gecorrigeerd voor inflatie dus) in België toe met 0,5% per jaar. Gemiddeld in Duitsland, Nederland en Frankrijk, waar er geen automatische indexering is, kwam die stijging ook uit op 0,5% per jaar. Met of zonder indexering evolueert de koopkracht van de lonen dus redelijk gelijkaardig. Dat hoeft op zich niet te verbazen: op langere termijn wordt de koopkracht bepaald door de economische groei, niet door de indexering.

Het tweede argument voor de automatische indexering is dat het zorgt voor sociale vrede. Als werkgevers en werknemers minder over lonen moeten onderhandelen, omdat de evolutie daarvan grotendeels geautomatiseerd is, zou dat voor minder sociale onrust zorgen. Maar ook dat argument valt moeilijk vol te houden, gezien we ondertussen Europees stakingskampioen zijn, ondanks onze automatische loonindexering.

De twee belangrijkste argumenten voor de automatische loonindexering blijven dus niet overeind. Erger nog, in bepaalde crisissituaties heeft die indexering zelfs een negatieve impact op ons economisch potentieel. 

Aangetaste concurrentiepositie 

De automatische indexering zorgt er wel voor dat in periodes van toenemende inflatie de koopkracht op korte termijn beschermd wordt. De keerzijde daarvan is dat de kostprijs van die bescherming volledig bij de bedrijven gelegd wordt. Bovendien gebeurt die aanpassing van de lonen aan de inflatie bij ons veel sneller dan in andere landen waar dat niet automatisch gebeurt, maar het resultaat is van onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. Dat wreekt zich dan via een aangetaste concurrentiepositie die de bedrijven onder druk zet en weegt op de werkgelegenheid. En die dynamiek wordt nog verergerd doordat de inflatie bij ons verkeerd berekend wordt, vooral door enkel rekening te houden met nieuwe energiecontracten. Bij een energieschok neemt de inflatie bij ons daardoor sneller toe dan in de rest van Europa. In combinatie met de automatische indexering zorgt dat voor een extra concurrentiehandicap

Dat patroon hebben we in het verleden al meermaals gezien en zien we met de huidige energieschok opnieuw. De aangetaste concurrentiepositie moet dan uiteindelijk hersteld worden via een indexsprong of volgehouden loonmatiging via de loonnorm. In dat kader past ook de centenindex. Die wordt extra complex omdat de regering daarmee de concurrentiepositie wil versterken en de begroting wil verbeteren en de lagere lonen wil ontzien. Dat zijn te veel doelstellingen om met één maatregel aan te pakken. En wat daarbij vooral uit het oog verloren wordt: uiteindelijk gaat dit over een uitermate complexe bijsturing van een mechanisme dat niet doet waarvoor het bedoeld is. 

Schrap de automatische indexering

Het debat zou eigenlijk moeten gaan over hoe we naar een loonvormingsproces kunnen evolueren dat zowel voor de economie als voor de arbeidsmarkt en dus ook voor de koopkracht de beste resultaten oplevert. Net als in de meeste andere landen is dat een loonvorming op basis van onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers zonder automatische indexering en zonder loonnorm. De regering zou beter daarop focussen dan krampachtig vast te houden aan de krakkemikkige centenindex. 

Contactpersoon

imu - vzw - sdworx
imu - vzw - pom
ING
Orange
SDWorx