Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 29/04/2026

Nadat eerder Fitch dat al deed, verlaagden ook Moody’s en Standard&Poor’s de voorbije weken de kredietscore van de Belgische overheid. Dat geeft aan dat de grote internationale kredietbeoordelaars de kwaliteit van de Belgische overheidsfinanciën als minder betrouwbaar inschatten. Dat ze er dus iets minder gerust op zijn dat de Belgische overheid op langere termijn aan haar schuldverplichtingen kan blijven voldoen. Dat is geen verrassing, en ook niet meteen reden voor paniek, maar is wel het zoveelste alarmsignaal dat er een probleem is met onze overheidsfinanciën. Die zijn in de huidige staat niet houdbaar op langere termijn, en op dit moment is er geen geloofwaardig traject om daar echt iets aan te doen. 

Onhoudbare overheidsfinanciën

Volgens de recentste ramingen van het Planbureau liggen we dit jaar op schema voor een begrotingstekort van 4,9% van het bbp, of 33 miljard euro. En dat is nog zonder de impact van de Iran-oorlog, die daar vooral via de lagere economische groei en de hogere rente nog een schep bovenop zal doen (van allicht een paar miljard). Zonder ingrepen zal dat tekort de komende jaren verder oplopen, vooral door de stijgende rentelasten op de overheidsschuld, de toenemende uitgaven voor pensioenen en zorg en de geplande belastingverlaging. Volgens het Planbureau klimt het begrotingstekort naar 6,3% van het bbp, of 42 miljard in euro’s van vandaag, in 2031. 

Tegen die achtergrond zal ook de overheidsschuld verder blijven stijgen. Van 109% van het bbp dit jaar zou het gaan naar 122% in 2031. En daar blijft het niet bij. De dynamiek van de schuldgraad wordt bepaald door enerzijds het verschil tussen de rente op de schuld en de economische groei (als de rente hoger is dan de groei, dan stijgt de schuldgraad) en het begrotingstekort exclusief de rentelasten (hoe hoger, hoe meer de schuldgraad stijgt). Vandaag is de gemiddelde rente op de schuld nog lager dan de nominale economische groei, maar met de huidige marktrente en de vooruitzichten voor de groei blijft dat niet duren. En ondertussen blijft het begrotingstekort (veel) te hoog. Daardoor blijft de schuldgraad oplopen. 

Bij de huidige groei- en rentevooruitzichten zijn we zonder maatregelen om het tekort te verkleinen op weg naar een overheidsschuld van meer dan 150% van het bbp tegen 2040, en meer dan 200% van het bbp tegen 2050. Naarmate dat scenario realistischer wordt, zou de marktrente ongetwijfeld stijgen, waardoor deze dynamiek nog zou versnellen. De situatie is al langer duidelijk (ook al voor de ratingverlagingen): zonder ingrepen zitten onze overheidsfinanciën op een onhoudbaar pad, en de maatregelen die deze regering al nam, volstaan niet om het tij te keren.

Zoveelste alarmsignaal 

De ratingverlagingen krijgen veel aandacht, maar zijn op zich weinig meer dan een bevestiging van wat al langer duidelijk is voor wie vijf minuten tijd neemt om de cijfers achter onze overheidsfinanciën even te bekijken. Het is dus niet zo dat die ratingverlagingen een onmiddellijke catastrofe zijn voor onze overheidsfinanciën, het zijn eerder de zoveelste alarmsignalen dat er echt ernstige inspanningen nodig zijn om die financiën terug op de rails te krijgen.

De huidige situatie is op langere termijn onhoudbaar, maar impliceert ook dat we op korte termijn geen buffers hebben voor nieuwe tegenvallers. Bij een nieuwe crisis dreigen we snel in moeilijkheden te komen. Zo ligt de marktrente op Belgische overheidsobligaties vandaag zo’n 0,5% hoger dan gemiddeld in 2025. Als dat hogere renteniveau doorgerekend wordt in de hele overheidsschuld (daarvoor moet de hogere rente langere tijd aanhouden), dan betekent dat 3,5 miljard aan extra jaarlijkse rentelasten. Dat zou pijnlijk duidelijk moeten maken hoe kwetsbaar we zijn voor nieuwe schokken. Er zijn dus dringend maatregelen nodig om de houdbaarheid van onze overheidsfinanciën op langere termijn terug te herstellen, maar zeker ook om de kwetsbaarheid op korte termijn in te perken. 

Het huidige politieke debat over de nodige budgettaire inspanningen mist nog altijd grotendeels de ernst van de situatie.

Drie à vier miljard zal niet volstaan

Premier De Wever gaf al eerder aan dat hij de komende maanden een akkoord wil vinden over een extra begrotingsinspanning van drie à vier miljard. Volgens het Monitoringcomité is een inspanning van vijf miljard nodig om te voldoen aan de minimale doelstelling van Europa. Maar ook dat zal niet volstaan om onze overheidsfinanciën terug op de rails te krijgen. Om onze overheidsschuld op termijn te stabiliseren (bij voorzichtige hypothesen rond groei en rente), is een structurele inspanning van 16 miljard nodig (en dan zitten we nog altijd met een overheidsschuld ruim boven 100% van het bbp). Het huidige politieke debat over de nodige budgettaire inspanningen mist nog altijd grotendeels de ernst van de situatie. 

Ondertussen pakten de vakbonden al uit met een alternatief plan voor de begroting. Zij kwamen met een plan voor nieuwe maatregelen, goed voor 21 miljard euro, waaronder 20 miljard aan extra belastinginkomsten. Dat plan gaat voorbij aan het feit dat we vandaag al tot de Europese kopgroep horen qua totale belastingdruk. Met nog eens 20 miljard extra aan belastingen zouden we los aan kop gaan met de zwaarste belastingdruk van Europa. Het is een gevaarlijke illusie dat dit zou kunnen zonder belangrijke schade voor onze economie. 

Vandaag hebben we de vierde hoogste overheidsinkomsten en ook de vierde hoogste overheidsuitgaven van Europa. Volgens het IMF gaan we zonder ingrepen tegen 2031 naar de tweede hoogste overheidsuitgaven onder de industrielanden. De budgettaire inspanningen moeten dan ook vooral gericht zijn op de uitgavenkant. De oplossing ligt niet in een nog zwaardere belastingdruk. Tegelijkertijd is het minstens even belangrijk om voluit te mikken op een sterkere economische groei. Meer groei maakt alles makkelijker, ook de opkuis van onze overheidsfinanciën. Hoe dan ook ligt de komende maanden voor de regering een belangrijke opdracht klaar (zonder ruimte voor politieke spelletjes).     

Contactpersoon

ING
Orange
SDWorx