Skip to main content
  • Nieuws
  • Utexbel is hofleverancier van het Duitse en Franse leger

Utexbel is hofleverancier van het Duitse en Franse leger

  • 16/06/2022

Zeg niet zomaar textielproducent tegen Utexbel. Als laatste der Mohikanen in Europa op vlak van verticaal geïntegreerde productie van weefsels, is het ook enorm bedreven in R&D. “5% van onze omzet wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling, in nauw partnership met vele legers.” In gesprek met product managers Henk Vandendriessche en Patrick Merchiers en directeur Wim DeKeyser

foto
Utexbel is in Europa de laatste verticaal geïntegreerde textielproducent van garens en weefsels: van weven over spinnen tot verven.
 
Tekst: Sam De kegel – foto Wim Kempenaers

Utexbel, één van de grootste werkgevers in Ronse met 550 medewerkers (716 in België en 900 in totaal) en met een rijke geschiedenis sedert 1929, is het laatste Europese industriële textielbedrijf dat verticaal geïntegreerd is in het produceren van weefsels. Het staat in voor het volledige productieproces ervan: van weven over spinnen tot verven van draad tot stof, maar het is geen confectioneur. Ze maken dus garens en weefsels en leveren die vervolgens aan confectioneurs à la Seyntex  en Sioen. Patrick Merchiers, product manager voor Zuid-Europa, Noord-Afrika en de Golfstaten: “Confectie is arbeidsintensief, maar verplaats je heel gemakkelijk. Bij manier van spreken kan je een confectieatelier op een weekend verhuizen, onze branche is bijzonder kapitaalsintensief; een weverij, spinnerij en ververij verhuis je niet zomaar. Een ververij kan je technisch gezien bijna zelfs niet verplaatsen.” 

De weefsels die Utexbel produceert, gaan in grote mate naar legers, politie, en civiele diensten wereldwijd. Henk Vandendriessche, product manager voor West- en Noord-Europa: “We zijn hofleverancier voor Defensie en gelukkig niet alleen in België, waarvoor we wel al tientallen jaren werken. België heeft nu een groot order geplaatst voor kledij, maar nog geen 1% van onze omzet gaat naar Belgische Defensie. Onze grootste  afzetmarkten zijn Frankrijk en Duitsland, gevolgd door de Scandinavische landen en Zuid-Europa, maar ook buiten Europa zijn we sterk actief. We zijn geen nationale leveranciers, wij ontwikkelen echt voor vele legers. Net omwille van het feit dat we verticaal geïntegreerd zijn kunnen we vaak de ideale oplossing vinden voor verschillende legers en overheden.”

Labo voor legers

Wim DeKeyser, directeur: “Onze sterkte ligt niet alleen in de productie maar ook en vooral in de ontwikkeling van nieuwe stoffen. Zo werken we bijvoorbeeld samen met de R&D-afdeling van de Duitse Defensie: daar werken tientallen mensen aan nieuwe producten. De oplossing voor het ene land breng je vervolgens over naar een ander land.” 

“5 procent van ons omzetcijfer gaat integraal naar R&D”, vult Patrick Merchiers aan, “dat is dubbel zoveel dan het gemiddelde in onze sector. Eigenlijk zijn we een soort laboratorium voor onze klanten, de legers in vele landen. Zij vertellen ons met welk probleem ze geconfronteerd worden in het veld, wij proberen op vlak van weefsels daarvoor een oplossing te vinden. Op een bepaald moment waren heel wat legers in warme, vochtige Afrikaanse gebieden actief en kampten soldaten met malaria. Dat is een persoonlijk én financieel probleem. Samen met het Franse en Duitse leger hebben we een oplossing gezocht om de gevechtskledij te behandelen tegen de malariamug om zo het risicogevaar te beperken. Zo hebben we bijgedragen aan de bescherming en veiligheid van de gebruikers en specifiek in dit geval de soldaten.  Onze oplossingen worden dus eerst in het veld getest en nadien wordt pas een officieel lastenboek opgesteld om naar een aanbesteding te gaan. Ons werk is eigenlijk al gedaan voor die officiële tender uitkomt. Uit strategische overwegingen kopen legers soms al op voorhand het weefsel van ons. Wij hebben dus rechtstreeks contact met de eindklant die meestal geen rechtstreekse klant is, want wij leveren de weefsels aan de confectioneurs.”

(lees verder onder de foto)

foto
Productmanagers Henk Vandendriessche en Patrick Merchiers, bij een gigantische ‘rol’ camouflageweefsels. Die vertrekken o.a. naar het Zwitsers leger. 

 

Die confectioneurs zijn arbeidsintensief en verhuizen vaak naar daar waar de lonen het laagst liggen: eerst in Marokko en Tunesië, vervolgens naar Madagascar, Bangladesh, Laos,... “Soms proberen ze dan ook weefselleveranciers in die streek te vinden omdat dat ook goedkoper is, maar volgens ons moet je dicht bij de Europese defensies zitten om goed aan onderzoek en ontwikkeling te kunnen doen.” 

Patrick Merchiers pleit voor een Europese defensie. “Wij zitten dicht bij onze klanten, zij kunnen Europees kopen en worden niet afhankelijk van een leverancier die misschien morgen een vijand is”, zegt hij fijntjes. “Als alle weefsels en kledij gemaakt worden in China en morgen zijn we in oorlog met China, dan zit je in de penarie. Verschillende overheden willen of eisen nu zelfs dat de weefsels opnieuw in Europa worden geproduceerd en zelfs dat de confectie hier gebeurt. Vanuit veiligheidsoverwegingen en om zeker te zijn dat ze over de (schaarse) grondstoffen beschikken. Nearshoring is zeker een nieuwe trend.” 

Wij willen nu ook oude kledij ‘redden’ en er nieuwe kledij van maken”

Henk Vandendriessche, product manager Utexbel

Camouflagestoffen voor Zwitsers

Alle stoffen die ze bij Utexbel maken, hebben een toegevoegde waarde: kogelwerend, antibacterieel, clean room, brandwerend, waterafstotend of camouflerend. Zo maakt Utexbel nu ook een half miljoen meter camouflagestoffen voor het Zwitserse leger. Het is het enige bedrijf buiten Zwitserland dat de legeruniformen mee mag helpen maken. Utexbel fabriceert camouflagestoffen voor verschillende Europese legers, elk met een unieke print, net zoals bij een vingerafdruk. 

Henk: “Een aantal jaar terug kwam de R&D-dienst van het Duitse leger naar ons. Ze wilden een textiel dat ze nog niet hadden: het moest licht en sterk zijn, snel drogen, het mocht niet branden, het moest antistatisch zijn, het mocht niet detecteerbaar zijn via infrarood, en graag ook nog antibacterieel en tekenwerend. Een deel van de oplossing zit in het weefsel, een ander deel in de confectie. Dan hebben we lang getest en aangepast tot we de juiste oplossing hadden.” 

(lees verder onder de foto)

foto

 

“De eisen van de soldaten zijn hoog”, vult Patrick Merchiers aan. “Dat zijn heel sportieve mensen, ook buiten hun werkleven. Ze willen dezelfde kwaliteit voor defensie, maar met alle eisen van defensie er bij.” 

De drie heren bevestigen dat er al een tijdje een nieuwe wind waait bij vele nationale defensies. Eerst was er de dreiging van terrorisme, nu komt het gevaar vanuit het Oosten. “Terwijl we vroeger desert camouflage ontwikkelden, evolueren we nu naar sneeuwcamouflage. En terwijl het vroeger vooral licht en ademend moest zijn, is dat nu weer anders. Die vraag evolueert snel, daarom moeten we zo dicht mogelijk bij die eindklanten zitten. Je voelt dat veel legers graag rechtstreeks contact opnemen met de weinige weefselleveranciers die er nog zijn. Niet alleen uit R&D-overwegingen, maar dus ook vanuit kwaliteitscontrole en traceerbaarheid van grondstoffen.” 

100% circulair produceren

Ook in de defensiewereld wordt duurzaamheid steeds belangrijker, zowel op sociaal als ecologisch vlak. Utexbel is een sociale onderneming die duurzaamheid al sinds de oprichting vooropstelt door lokaal te produceren, waardoor de werkgelegenheid gehandhaafd wordt maar ook met de nodige aandacht voor het milieu, door continu te streven naar een lagere impact. Henk: “Katoen wordt vervangen door biokatoen, polyester wordt deels al gerecycleerd in plaats van enkel voor nieuwe virgin polyester te kiezen. Wij willen nu ook oude kledij ‘redden’ en er nieuwe kledij van maken. Tot nu toe werd dit vooral geshredderd tot vodden of isolatiemateriaal. We hebben daar al nieuwe machines voor, in eerste instantie voor werkkledij in wasserijen en ziekenhuizen.”

(lees verder onder de foto)

foto

 

Vorig jaar ontwikkelde Utexbel zelfs een volledig circulair product, Dr. Green, waarbij gebruikte ziekenhuiskledij op industriële schaal getransformeerd wordt tot vezels en daarna weer omgezet wordt tot afgewerkte ziekenhuiskledij. Utexbel is de eerste Europese speler die dit proces op industriële schaal uitrolt. Patrick: “Vele bedrijven promoten circulair textiel en testen wel wat, maar wij hebben al effectief 30 ton gerecycleerd materiaal gemaakt. Samen met het Franse leger onderzoeken we nu hoe we end of life gevechtsuniformen opnieuw kunnen recycleren, in plaats van dat ze in het slechtste geval in terroristische handen belanden. Nu, van gevechtsuniformen kan je nooit exact dezelfde uniformen maken omdat de normen daarvoor te hoog liggen. Maar je kan er misschien wel ondergoed, sokken of polar fleece van maken. Voor de Franse marine recycleren we hun brandwerende overalls tot pulls voor die marine. Vanaf de ontwikkeling van nieuwe weefsels kijken we al hoe we die later beter kunnen recycleren. Zo vermijd je beter filamentgarens, want die zijn moeilijk te recycleren. Door te anticiperen kan je het later goedkoper en gemakkelijker recycleren. Ook op confectieniveau is nog veel werk aan de winkel, denk aan naaigarens die je thermisch of chemisch kan oplossen zodat ze spontaan uit elkaar vallen. Ook knoppen en ritssluitingen zijn moeilijk te recycleren.” 

Omdat er geen textielscholen meer zijn in België, rekruteert Utexbel ondertussen zijn nieuwe textielingenieurs uit het Noord-Franse Roubaix (Ecole d’Ingénieurs  Textile à Roubaix, Ensait). Wim: “Ze komen allemaal van daar, vanuit stages. Maar ook voor arbeiders en bedienden is het huilen met de pet op. Daarom leiden we onze arbeiders ter plaatse op”, besluit Wim. “Het enige voordeel is dat we zo de R&D zelf onder controle hebben.” 

Artikel uit publicatie