Internationale Vrouwendag is geen dag tegen mannelijk leiderschap. Het is een dag voor evenwicht. Voor bewustwording. Voor het zichtbaar maken van een onevenwicht dat nog altijd bestaat, ook in ondernemerschap en leiderschap. Cijfers en structuren blijven belangrijk om dat scherp te stellen. Quota kunnen helpen als signaal en bewustmakingsinstrument, maar ze mogen nooit het doel op zich worden. Waar het écht om gaat, is durven te zien wat vandaag nog te weinig wordt benut: vrouwelijk talent en vrouwelijk ondernemerschap.

Leiderschap is niet neutraal. Het heeft stijl, kleur en perspectief. Mannen en vrouwen leiden niet beter of slechter, maar vaak anders. In besluitvorming, samenwerking, empathie en het omgaan met risico’s zien we duidelijke verschillen. Vrouwelijk leiderschap is doorgaans meer verbindend, zoekt samenwerking, bouwt bruggen en zet mensen bewust in hun sterkte. Dat is geen zwakte, maar een kracht die in een complexe economie meer dan ooit nodig is.
Ik heb het zelf gezien. In mijn tijd bij Ford Genk overheerste een zware, hiërarchische managementstijl. Hard, direct, resultaatgedreven. Toen er voor het eerst een vrouwelijke ploegbaas aan het hoofd kwam van de Mondeo-assemblage, was dat baanbrekend. Niet omdat ze minder streng was, maar omdat ze anders keek. Vrouwen mochten toen geen nachtpost doen, moesten harder werken om zich te bewijzen en voortdurend opboksen tegen verwachtingen. Dat vraagt extra veerkracht. En toch zagen vrouwen vaak sneller dat managementstijlen moesten veranderen.
Vandaag is het zonde dat nog altijd te veel vrouwen de stap niet zetten. Niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat ze zichzelf blijven afremmen. Omdat ze wachten tot alles perfect klopt. Omdat ze het gevoel hebben 100% klaar te moeten zijn. Daar past de metafoor van de lamp.
Een mannelijke leider is vaak een staanlamp: hij schijnt recht vooruit en naar boven, ook al is niet alles zichtbaar. Een vrouwelijke leider is vaker een hanglamp: ze kijkt eerst naar beneden, naar het geheel, naar de mensen, naar elk detail. Ze wil alles overzien vóór ze springt. Dat maakt haar leiderschap sterk, maar het mag geen reden zijn om te blijven hangen.
De tijdgeest is veranderd. Mannen in leidinggevende posities staan vandaag meer dan ooit tevoren open voor vrouwelijk leiderschap. De bereidheid om kansen te geven is er. Maar kansen moeten ook gegrepen worden. Daarom: geen excuses meer. Niet omdat elke vrouw móét springen, maar omdat wie wíl springen, vandaag meer dan ooit ruimte heeft om dat te doen.
Dat vraagt soms ook dat vrouwen meer voor zichzelf kiezen. Met respect voor ieders keuze, want ambitie kent vele vormen. Maar de bewondering voor vrouwen die wél hun plaats opeisen, is groot. Zij tonen wat mogelijk is. Zij brengen dat broodnodige vleugje vrouwelijk ondernemerschap binnen.
En dan is de vraag simpel, maar scherp: als je nu niet springt, wanneer dan wel?
De hanglamp mag blijven hangen. Maar soms is het moment daar om het licht bewust naar boven te doen schijnen.









