Het vergunningenbeleid blijft een terugkomend punt van aandacht in Vlaanderen. Terecht, zonder een ‘licence to operate’ of ‘to build’ kan een ondernemer geen plannen realiseren. Tijd om hierop een blik te werpen in een tweeluik: in deze bijdrage zoomen we in op het luik milieu. In een volgende bijdrage zoomen we in op het luik stedenbouw.
Voor mij ligt een vergunningsbesluit voor een groot textielbedrijf daterend van 1937. De vergunning telt 3 bladzijden, alle voorwaarden samen zijn goed voor 4 bladzijden. In 1995 waren 3 bladzijden nodig om de milieu-aspecten en de preventieve maatregelen te beschrijven voor de vergunningsaanvraag van een groot klasse 1-bedrijf. Vandaag kunnen we dit nog amper geloven.
De termijn om de vergunning te bekomen, is niet gewijzigd de afgelopen 34 jaar: zowat 4 maanden vanaf de start van de procedure tot ontvangst van het vergunningsbesluit. De omvang van aanvraag én van vergunning is daarentegen exponentieel gestegen.
Deze termijn behoort zeker niet tot de langste, zeker gezien deze dwingend zijn voor de overheid en dus gevolgd moeten worden. De uitdaging is groot om binnen deze termijn een openbaar onderzoek te organiseren, vele adviezen op te maken en te komen tot een (uitgebreid) vergunningenbesluit.
Meer en meer stellen we vast dat de termijn van 4 maanden te kort aan het worden is, en langs alle kanten gerokken wordt via een extra termijnverlenging. De nieuwe modulaire aanvraagprocedure die op ons afkomt, zou hiervoor een oplossing moeten zijn. Alleen zal dit leiden tot ongetwijfeld langere proceduretermijnen.
De grootste en meer dan terechte bekommernis van de ondernemer ligt in de voorspelbaarheid van het aanvraagtraject én de rechtszekerheid van een bekomen vergunning.
De wetenschap confronteert ons met voortschrijdende nieuwe inzichten in milieu-effecten en saneringstechnieken door diepgaandere analysetechnieken, innoverende zuiveringstechnieken, nieuwe kennis van humane toxiciteit en ecotoxiciteit, en we kunnen zo nog een tijdje doorgaan. Op zich positief nieuws – we weten steeds meer. Maar het heeft ook een keerzijde: de steeds maar diepgaandere kennis leidt tot studies die steeds maar dieper en dieper gaan, tot op de grens/over de grens van het technisch haalbare en zelfs meetbare, laat staan het betaalbare. We komen op een punt waar inzichten en oplossingen conflicterend worden: wat een oplossing biedt voor bv. geur creëert een probleem voor geluid.
De vergunningsverlener zal dus meer en meer moeten afwegen, en een keuze moeten maken die niet voor elk milieuaspect dé allerbeste is, maar die wel een globaal aanvaardbare keuze is. Idem voor de afweging van de belangen van een onderneming vs. buren, omgeving en belangenverenigingen. De allerbeste oplossing voor alles en iedereen leidt tot stilstand, of tot niet technisch haalbare noch economisch betaalbare oplossingen.
Zo komen we op de tweede bekommernis: rechtszekerheid. Bij het vastleggen van het beste compromis bij het afleveren van een vergunning zal altijd iemand ontevreden zijn. En die gaat dan in beroep. Gevolg: een krampachtige overheid; want ze wil de perfecte vergunning afleveren die in de praktijk vrij utopisch is. Er is altijd wel een passage te vinden die juridisch aanvechtbaar is.
3 zaken zijn van cruciaal belang:
- Vooroverleg: het is een goed idee om voor de indiening van een aanvraagdossier te overleggen met de vergunningsverlener (vaak de Provincie), de diverse milieu-administraties, de gemeente én eventueel ook met buren of betrokken organisaties. Elkaars standpunten en wensen kennen kan het vergunningsproces alleen maar vergemakkelijken.
- Dit veronderstelt een goede voorbereiding en uitwerking van de plannen door de onderneming. En dit veronderstelt ook dat de andere partijen rond tafel het dossier goed voorbereiden, en zeggen wat te zeggen valt.
- Tot slot: indien de plannen wijzigen, en dit kan altijd, moet iedereen rond de tafel erbij betrokken worden. Het tijdsverlies wordt ruimschoots goedgemaakt achteraf.
En vooral; laten we het uiteindelijk doel niet uit het oog verliezen: een beter, gezonder, veiliger milieu dat niets wint met procedureslagen of het vasthouden aan dogmatische principes.
Danny Wiels






