Met de opstart van het openbaar onderzoek voor de bouw van de hoogspanningsinfrastructuur Ventilus komt een jarenlang aanslepend dossier in een laatste fase. Voor de haven van Oostende en haar sterke offshorecluster is dat geen detail, maar een noodzakelijke voorwaarde om de nieuwe windparken in de Prinses Elisabethzone (PEZ) tijdig en rechtszeker te kunnen ontwikkelen. Zonder een vergunning voor Ventilus ontbreekt immers een essentieel puzzelstuk in de aanbesteding van de eerste kavel. Dat risico werd de voorbije maanden pijnlijk duidelijk door het uitstel van de federale aanbesteding, die nu pas in het voorjaar van 2026 opnieuw wordt gelanceerd.
Om deze nieuwe aanbestedingsprocedure volgend jaar te laten slagen, is rechtszekerheid over Ventilus noodzakelijk. Met de vergunningsaanvragen die nu voorliggen in openbaar onderzoek, kan deze rechtszekerheid eindelijk bekomen worden. Billijke compensaties voor het Ventilus-project spelen een belangrijke rol om het draagvlak voor het project en ook de rechtszekerheid ervan te verruimen.
Ventilus zorgt voor een robuuster en betrouwbaarder elektriciteitsnet, in West-Vlaanderen én in België, en is onontbeerlijk in het kader van de elektrificatie van bedrijven en ondernemingen, maar ook de samenleving in het algemeen. De onzekerheid weegt zwaar op de offshorewindsector die instaat voor bijkomende, lokale en groene energie van op zee. Kandidaten-ontwikkelaars investeerden reeds miljoenen euro’s in voorbereidend werk voor de aanbesteding van de eerste kavel voor de Prinses Elisabethzone. Zowel Belgische consortia als de offshorebedrijven actief in en rond haven Oostende signaleren hetzelfde: de huidige vertraging is schadelijk voor het investeringsklimaat én schaadt de geloofwaardigheid van ons land in een internationale markt waar besluitvormingstempo en rechtszekerheid bepalend zijn. Een nieuw uitstel zou de operationele timing van het eerste PEZ-windpark richting 2031-2032 verder onder druk zetten.
Het is nu aan de verschillende overheden om duidelijke keuzes te maken voor robuuste vergunningen, correcte compensaties en voldoende rechtszekerheid.
Ventilus is in dit geheel een belangrijke en bepalende factor. De verbinding bepaalt wanneer en hoe de elektriciteit van het toekomstige park aan land kan worden gebracht. Projectontwikkelaars lieten eerder al verstaan dat ze zonder harde zekerheid over Ventilus geen competitief bod kunnen uitbrengen. Dat raakt rechtstreeks aan de positie van haven Oostende als logistieke hub, installatielocatie en innovatiepool voor offshore-energie. Wie hier talmt, riskeert dat de economische kansen van de PEZ en de Oostendse haven verschuiven naar elders.
Rechts- en investeringszekerheid over de realisatie van het eerste PEZ-windpark vereist dus rechts- en investeringszekerheid over de realisatie van Ventilus. Om deze rechtszekerheid te kunnen garanderen, moeten de aangevraagde omgevingsvergunningen voor Ventilus verleend worden en definitief uitvoerbaar zijn. En om deze vergunningverlening vlot te kunnen laten verlopen, is er voldoende draagvlak nodig voor de realisatie van de hoogspanningsinfrastructuur. De nood aan een transparant, voorspelbaar en billijk compensatiekader is daarom groter dan ooit. Bedrijven, landbouwers en omwonenden moeten correcte compensaties krijgen die de reële impact van de hoogspanningsinfrastructuur tegemoetkomen. Dat is niet alleen fair, het is ook een voorwaarde om met een groter draagvlak het vergunningstraject van Ventilus rechtszeker af te ronden en beroepsprocedures te vermijden.
De boodschap is dus helder: een tijdige en zekere realisatie van Ventilus is essentieel voor de toekomst van het nieuwe offshorewindpark in de Noordzee en de offshoresector in de haven van Oostende. Er zijn in Vlaanderen en in België, maar ook daarbuiten, voldoende capaciteiten én tal van ondernemingen om opnieuw een state-of-theart offshorewindpark te realiseren in onze Noordzee. Maar dan moeten belangrijke fundamenten, zoals deze aansluitingscapaciteit, er wel zeker en tijdig komen. Ventilus is een belangrijk project. Het is nu aan de verschillende overheden om duidelijke keuzes te maken voor robuuste vergunningen, correcte compensaties en voldoende rechtszekerheid om het momentum van de nieuwe aanbesteding volgend jaar niet opnieuw verloren te laten gaan.





