Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 23/10/2026

Kiezen voor houtbouw zonder precies te weten hoe klanten, kosten en techniek zullen evolueren: het team van projectontwikkelaar Ciril deed het vier jaar geleden voor een project met 74 units. “Op dat moment was het een heel onzekere beslissing”, vertelt Operations Director Namjoo Schefer. Vandaag is het project in uitvoering. Het Voka Charter Duurzaam Ondernemen (VCDO) hielp intussen ook de dagelijkse aanpak veranderen, van materiaalkeuzes tot afspraken met aannemers. 

 

Beslissen voordat je alle antwoorden hebt

De keuze voor houtbouw moest de CO₂-uitstoot terugdringen. Wachten tot alle onzekerheden verdwenen waren, was geen optie. “Die beslissing moet je nemen in de ontwerpfase. Je kunt een klassiek gebouw achteraf niet zomaar omvormen”, legt Namjoo uit. “Die beslissing draag je vier jaar uit om tot een realisatie te komen.”

Naast de reactie van klanten speelden hogere bouwkosten en technische uitdagingen mee. “Je hebt het over een uitvoering waarvan je geen ervaringscijfers hebt.” Namjoo hield daarom rekening met hogere faalkosten, terwijl de marges ook bij klassieke bouw al onder druk staan. Ook geschikte partners vinden vroeg extra werk. “We hebben heel hard moeten zoeken naar de juiste partijen. Het heeft onze blik en onze wereld weer een stukje verruimd.” Het project is nog in uitvoering; definitieve resultaten zijn er nog niet.

Vertrouwde keuzes opnieuw onderzoeken

Het houtbouwproject staat niet op zichzelf. Via het VCDO stelde Namjoo de hele werkwijze ter discussie: “Hoe ontwerpen wij? Hoe besteden wij aan? Hoe voeren wij uit? Wat leveren wij op?”

“Het eerste jaar was vooral een reflectie: wat doen wij goed, wat kunnen we beter? Waar ligt onze ambitie?” Het team onderzocht de CO₂-impact over de volledige levenscyclus van gebouwen, maar ook biodiversiteit, sociale aspecten en gebruikersbehoeften. “Er kwamen aspecten aan bod waar we nog nooit doorgedreven over hadden nagedacht.”

Dat onderzoek bracht ook vertrouwde materialen in een ander licht. “We stelden vast dat producten waarvan we veronderstelden dat ze volledig oké zouden zijn, dat niet waren.” Producten met een grote milieu-impact of een onethische herkomst verdwenen uit de bestekken. “Dat maakt dat iedereen in de keten een alternatief moet zoeken en informatie over de herkomst moet kunnen voorleggen.” Ook de verkooplastenboeken veranderden, met meer aandacht voor energie- en waterbesparing, recyclage en hergebruik.

Ruimte geven om anders te werken

De bereidheid om te veranderen was er, maar kennis opbouwen vroeg tijd. “Iedereen heeft een workload. We werken met deadlines en hebben uiteraard ook te maken met bedrijfseconomische druk”, zegt Namjoo. “Mensen moeten de ruimte krijgen om daar hun eigen zekerheden in te vinden, en dat kost tijd en veel extra inspanning.”

Met steun van aandeelhouders en bestuur vormden collega’s uit verschillende afdelingen een duurzaamheidsteam. Ze kregen ruimte voor onderzoek, opleidingen en beursbezoeken en deelden hun bevindingen tijdens vaste overlegmomenten. “Het betreft alle disciplines en expertises binnen onze ontwikkeling. Ieder moet vanuit zijn rol de juiste zaken in beweging zetten.”

Die aanpak werd geleidelijk deel van het dagelijkse werk. “Het zit ingeweven in onze projectmeetings en in ons handelen.” Ook de budgetten tonen die omslag. “Tot vorig jaar hebben we onze SDG-inspanningen altijd apart gebudgetteerd: tijd, opleidingen, seminars en aanpassingen. Dit jaar hebben we dat losgelaten. Ze zijn nu integraal onderdeel van ieder project dat we ontwikkelen.”

Partners meenemen vraagt afwegingen

De veranderingen stoppen niet bij het eigen team. Ook aannemers en leveranciers krijgen strengere voorwaarden, onder meer rond afvalbeheer, veiligheid en fysiek en mentaal welzijn. “Je wordt een meer vragende, bijna eisende partij. Sommige partijen omarmen dat en willen bijleren. Andere worden er een stukje zenuwachtig van, omdat ze nog niet zover staan.”

Dat leidt soms tot discussie. “Als we twee gelijkwaardige aanbieders hebben en de ene scoort al mooi op zijn inspanningen en de tweede doet dat niet: wie krijgt dan de voorkeur?” Namjoo wil bestaande inspanningen erkennen, maar ziet ook waarde in partners die nog moeten beginnen. “De impact die we kunnen hebben op een firma die nog geen inspanningen doet, en de eerste quick wins die we daar kunnen halen, zijn minstens zo waardevol.”

imu - vzw - redcorp
imu - vzw - automotive
imu - vzw 100jo
imu - vzw - hillewaere
imu - vzw - breda
imu - vzw - bpost
Advertisement
ING
Orange
SDWorx