Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 25/08/2026

Na de vakantie wordt het begrotingswerk stilaan echt opgestart. De federale regering gaat de komende weken op zoek naar 10 miljard. De eerste indicaties, met verschillende regeringspartijen die al meteen hun (niet-compatibele) rode lijnen herhaalden, zijn alvast niet geruststellend. Toch is die 10 miljard het absolute minimum aan budgettaire inspanning. Op iets langere termijn kijken we aan tegen een financieringsprobleem van tot 90 miljard. Dat besef lijkt nog altijd niet voldoende doorgedrongen.

Miljardenfacturen

Zonder ingrepen liggen we op koers voor een gezamenlijk begrotingstekort van 6% van het bbp tegen het einde van deze legislatuur, duidelijk hoger dan waar deze regering mee begon (4,4% in 2024). Met een inspanning van 10 miljard zouden we terug in de buurt van dat startpunt komen. Om het tekort terug te brengen tot 3% van het bbp, de maximumgrens van de Europese Commissie, zou een inspanning van 20 miljard nodig zijn. 

Maar het gaat niet alleen om het huidig tekort. De komende jaren komen er ook nog heel wat extra facturen op ons af. De pensioenhervorming van deze regering verlaagt de toekomstige pensioenfactuur wel, maar tegen 2050 moet er nog altijd bijna 5 miljard (in euro’s van vandaag) extra naar pensioenen (per jaar). Het grootste deel van de vergrijzingsfactuur ligt de komende jaren in de zorg. Tegen 2050 gaat het om 11 miljard aan extra zorguitgaven. Als we voor defensie de NAVO-afspraak van 3,5% van het bbp willen halen, betekent dat zo’n 10 miljard aan extra uitgaven. En als we qua overheidsinvesteringen eindelijk een inhaalbeweging willen maken in vergelijking met de rest van Europa, onder meer voor de duurzame transitie of voor investeringen in AI, is bijna 7 miljard aan extra jaarlijkse investeringen nodig. 

Veruit de grootste extra factuur ligt in de rentelasten. Door de normalisering van de marktrentes in de voorbije jaren lopen die de komende jaren sowieso op. Zelfs in een vrij optimistisch scenario voor de marktrente komt er tegen 2050 meer dan 20 miljard (ook in euro’s van vandaag) bij aan jaarlijkse rentelasten. Mocht de marktrente hoger gaan, dan komt die rentefactuur uiteraard nog hoger uit. 

Budgettaire crisis

De vraag hoe lang we de huidige situatie met een onhoudbaar tekort en een oplopende overheidsschuld kunnen volhouden, valt moeilijk te beantwoorden. Zo antwoordde voormalig IMF-hoofdeconoom Olivier Blanchard recent nog op de vraag wanneer Frankrijk in een budgettaire crisis terecht zou komen (Frankrijk zit in een gelijkaardige budgettaire situatie als België), dat hij het niet wist. Maar ook al valt de timing van zo’n crisis onmogelijk te voorspellen, het risico op een budgettaire crisis, waarbij de marktrentes snel hoger gaan, neemt wel toe. 

Hoe hoger het begrotingstekort, hoe hoger de overheidsschuld, hoe lager de groei en hoe instabieler de politieke situatie, hoe groter het risico wordt op zo’n crisis. Op de meeste van die indicatoren zit België vandaag in de gevarenzone. En dat zou zeker het geval zijn, mocht de federale regering in moeilijkheden raken in het kader van deze begrotingsbesprekingen. 

Hoe hoger het begrotingstekort, hoe hoger de overheidsschuld, hoe lager de groei en hoe instabieler de politieke situatie, hoe groter het risico wordt op zo’n crisis

Inspanning van 10 miljard is het absolute minimum    

De geplande inspanning van 10 miljard is hoe dan ook nog maar een begin. Er zullen nog veel grotere inspanningen nodig zijn, door deze regering en door de volgende. Ofwel pakken we dat zelf in handen, ofwel dreigen we op een bepaald moment in een situatie te verzeilen waarin we die keuze niet meer hebben.  

Contactpersoon

imu - vzw - pom
imu - vzw - natuur
ING
Orange
SDWorx