België heeft nood aan tientallen miljarden euro’s per jaar om de economie te vergroenen, digitaliseren en beveiligen. Het geld is er, maar het wordt onvoldoende ingezet voor groei in ons land. Voka pleit voor een fundamentele omslag in het financieringssysteem en schuift drie voorstellen naar voren: de opmaak van een interfederale investeringsagenda, het strikte regelgevend kader voor banken en institutioneel kapitaal versoepelen en de invoering van een nieuwe groeirekening die tot 185 miljard euro richting beursgenoteerde bedrijven kan sturen. Federaal minister van Financiën Jan Jambon reageert positief op de Vokavoorstellen en belooft ze te laten doorrekenen.
“Vlaanderen kan sterker groeien als we het beschikbare kapitaal beter naar productieve investeringen laten stromen: naar onze bedrijven, naar infrastructuur, naar belangrijke transities. Vandaag zit veel kapitaal vast in laagproductieve activa. Als we dat kapitaal beter inzetten om onze bedrijven te laten groeien, via onder meer de groeirekening, versterken we tegelijk onze welvaart, onze strategische autonomie én onze klimaatambities”, zegt Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka.
Grote kapitaalnood, onderbenutte middelen
België heeft nood aan 29 tot 35 miljard euro bijkomende investeringen per jaar, boven op wat vandaag al wordt geïnvesteerd. Het gaat veelal om innovatieve, kapitaalintensieve en langetermijninvesteringen in klimaat en duurzaamheid, energie, digitalisering, mobiliteit en weerbaarheid.
Toch is er in België geen gebrek aan kapitaal. Zo hebben we sterke en stabiele banken en tellen we aanzienlijke vermogens bij de huishoudens (meer dan 1700 miljard euro) en institutionele spelers zoals verzekeraars en pensioenfondsen (gezamenlijk ongeveer 370 miljard euro).
Het echte probleem is dat dit kapitaal te weinig wordt geactiveerd voor groei in België zelf: de kapitaalmarkt blijft onderontwikkeld, groeibedrijven vinden moeilijk risicokapitaal en grote infrastructuurprojecten raken niet vlot gefinancierd. 4 knelpunten werken dat in de hand: een zeer stringente regelgeving, het gebrek aan transparantie en standaardisatie in het investeringslandschap, een duidelijke en voorspelbare investeringsvisie vanuit de overheid en te veel fragmentatie.
Vlaanderen kan sterker groeien als we het beschikbare kapitaal beter naar productieve investeringen laten stromen: naar onze bedrijven, naar infrastructuur, naar belangrijke transities.
Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka
Groeirekening naar Zweeds model
Voka stelt voor een groeirekening in te voeren: een nieuwe, eenvoudige, individuele beleggingsrekening. De groeirekening doet denken aan de wet Cooreman-De Clercq uit 1982, maar is geïnspireerd op de huidige Zweedse ISK-rekening. Het doel is om burgers te stimuleren om hun beschikbare middelen te beleggen in aandelen of fondsen van bedrijven. Als er meer kapitaal naar de beurs vloeit via de groeirekening dan levert dat winst op voor de burgers, de bedrijven en voor de overheid.
Volgens Voka kan zo’n rekening potentieel tot 185 miljard euro extra naar de beurs leiden. De Zweedse groeirekening is een internationaal erkend succes. Binnen de 10 jaar na invoering had 41% van de Zweedse bevolking een dergelijke rekening en vertegenwoordigde het kapitaal op die rekeningen 29% van het Zweedse bbp.
De groeirekening die Voka voorstelt moet de huidige lappendeken van beleggingsfiscaliteit vereenvoudigen. Vandaag worden beleggers geconfronteerd met onder meer: roerende voorheffing op dividenden, de taks op beursverrichtingen (TOB), de Reynderstaks, de jaarlijkse effectentaks (boven een bepaalde grens), en sinds dit jaar ook met de meerwaardewinstbelasting. Deze veelheid aan taksen zorgt voor complexiteit en ontmoedigt actieve deelname aan de kapitaalmarkt. Een nieuwe groeirekening kan hier een eenvoudiger, transparanter en doelgerichter alternatief bieden, met duidelijke voorwaarden en één consistent fiscaal kader.
Interfederale investeringsagenda
Voka pleit voor een interfederale investeringsagenda waarin wordt afgesproken om een investeringsnorm van minstens 4% van het bbp te hanteren voor publieke investeringen. Dat betekent dat alle overheden samen elk jaar structureel meer investeren in onder meer infrastructuur, energie, digitalisering en defensie. Zo ontstaat een stabiele, voorspelbare pijplijn van projecten die ook privaat kapitaal aantrekt en de economische groei ondersteunt.
Brusselse beurs aantrekkelijker maken
Voka vraagt gerichte maatregelen om van de Brusselse beurs opnieuw een motor voor de financiering van groeibedrijven te maken. Concreet pleit Voka onder meer voor: een aantrekkelijker noteringskader voor groeibedrijven, fiscale en administratieve vereenvoudiging rond beursintroducties, betere promotie van Brussel als kapitaalmarkt in de Benelux- en EU-context.
De bakermat van het moderne beurswezen ligt in Brugge, waar in de 15e eeuw een georganiseerd beurssysteem tot ontwikkeling kwam onder impuls van de familie Van der Beurse. Later volgden onder meer de beurs van Antwerpen en Amsterdam als bakermatten van de internationale effectenhandel. Dat erfgoed kan opnieuw worden verzilverd door van Brussel een toonaangevende beurslocatie te maken binnen Europa.
Oproep aan de federale regering
Voka roept de federale regering op om, in nauwe samenwerking met de gewesten en met de financiële sector, nog in deze legislatuur een interfederaal actieplan voor kapitaalactivering goed te keuren. Dat plan moet minstens het volgende omvatten: de invoering van een investeringsnorm van 4% van het bbp, een hervorming van het regelgevend kader om institutioneel kapitaal en bankfinanciering beter in te zetten, de lancering van een nieuwe groeirekening en maatregelen om de Brusselse beurs aantrekkelijker te maken.







