Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 07/01/2026

De brede welvaart in onze samenleving wordt bepaald door de economische activiteit die we realiseren. Als we meer welvaart willen, hebben we economische groei nodig. Die economische groei maakt het mogelijk om de koopkracht te verhogen, om de pensioenen te betalen, om meer te investeren in zorg of onderwijs, of zelfs om minder te werken. 

De economische activiteit wordt in essentie bepaald door twee factoren: hoeveel mensen werken en hoeveel output zij leveren per hoofd. De eerste factor is de werkgelegenheid, de tweede is de productiviteit. Voor economische groei moet één (of allebei) van die factoren toenemen. 

Productiviteitsgroei als motor van onze welvaart

De voorbije 25 jaar kwam het grootste deel van de economische groei van de werkgelegenheidsgroei. Ook de beleidsfocus lag toen vooral op meer mensen aan het werk krijgen. Maar die aanpak botst stilaan op demografische limieten. Er komen de volgende decennia nog amper mensen bij op onze arbeidsmarkt. Meer mensen aan het werk kan dan enkel nog door het activeren van groepen mensen die vandaag nog niet aan het werk zijn, onder meer werklozen en langdurig arbeidsongeschikten. Daar zit in ons land nog potentieel, zeker in vergelijking met andere landen, maar het wordt niet evident om dat waar te maken. En zelfs als dat lukt, is dat potentieel niet eindeloos. Als significante groeifactor zal de werkgelegenheidsgroei de komende jaren vrij snel wegdeemsteren. 

Extra welvaart moet de komende decennia bijna volledig van de productiviteitsgroei komen. Maar die productiviteitsgroei is al sinds de jaren ‘60 aan het vertragen. Vandaag zitten we aan minder dan 0,5% per jaar. Als we die neerwaartse trend in de productiviteitsgroei niet gekeerd krijgen, dan zal onze economische groei, en dus ook de welvaartsgroei, alleen maar verder vertragen. Dat zal dramatische gevolgen hebben voor onze welvaartsstaat, onze overheidsfinanciën en onze koopkracht. Dat besef lijkt nog altijd niet volledig doorgedrongen.

Extra welvaart moet de komende decennia bijna volledig van de productiviteitsgroei komen.

Digitalisering als instrument voor productiviteitsgroei

Het meest beloftevolle instrument om de productiviteitsgroei de komende jaren gevoelig op te krikken, is de digitalisering en vooral de AI-revolutie. Ramingen van de potentiële impact van AI op de productiviteitsgroei in de volgende tien jaar lopen sterk uiteen (ook in functie van de hypothesen over implementatie en adoptie), met scenario’s van 0,1 procentpunt extra productiviteitsgroei per jaar (Acemoglu, 2024) tot 3,5 procentpunt (McKinsey 2023). 

De OESO houdt het op een basisscenario met een extra jaarlijkse productiviteitsgroei van 0,5 à 1 procentpunt. Dat zou een spectaculaire versnelling van de huidige productiviteitsgroei impliceren met enorme gevolgen voor onze toekomstige welvaart. Veel van onze huidige uitdagingen zouden daarmee opgevangen kunnen worden.

Die positieve impact van AI zal evenwel niet vanzelf komen, maar hangt af van de mate waarin AI uitgerold wordt doorheen de hele economie en samenleving. Volgens enquêtes van Eurostat zijn Belgische bedrijven op dat vlak sterk bezig. Meer dan drie op vier van de grote ondernemingen (meer dan 250 werknemers) in België gebruiken vandaag al minstens één AI-toepassing. In Europa doet enkel Finland nog beter. Maar daar blijft het bij wat het goede nieuws betreft. 

Net als bij andere vormen van innovatie blijft er in ons land ook op het vlak van AI een grote kloof tussen de grote bedrijven en de kmo’s. Enkel in Slovenië is die kloof nog groter dan in België. Daarnaast hinken we ook achterop qua digitale skills van de bredere bevolking. Voor het aandeel van de bevolking met meer dan digitale basisvaardigheden is België maar gemiddeld in Europa, ver achter de toplanden in Scandinavië. In de Digital Competitiveness rangschikking van de Zwitserse business school IMD staat België pas op een 25e plaats, met onder meer slechte scores voor de digitalisering bij de overheid. Daarbij scoort ons land vooral slecht op het vlak van ‘future readiness’, de mate waarin een land klaar is om verdere stappen te zetten op het vlak van digitalisering, wat weinig goeds voorspelt voor de verdere AI-uitrol.

Het meest beloftevolle instrument om de productiviteitsgroei de komende jaren gevoelig op te krikken, is de AI-revolutie.

Scherpere beleidsfocus nodig

Het voorbije jaar focusten onze overheden op de overheidsfinanciën, op de werkloosheidsuitkering, op de pensioenen… Dat is allemaal belangrijk, maar als we de vertragende trend in de productiviteitsgroei niet gekeerd krijgen, zal dat op langere termijn weinig of niks uitmaken voor onze welvaart. Met de besparingen op opleidingen en op onderzoek en ontwikkeling, de ondermaatse investeringen in infrastructuur en de weigering om het Mercosur-akkoord goed te keuren, namen onze regeringen zelfs maatregelen die de productiviteitsgroei nog verder afremmen. Dat moet in 2026 dringend anders

Voor onze toekomstige welvaart is productiviteitsgroei met ruime voorsprong de belangrijkste factor. Op langere termijn is het zelfs het enige wat er echt toe doet. Die productiviteitsgroei zou dus voor beleidsmakers en sociale partners de absolute prioriteit moeten zijn. Dat impliceert inzetten op beter onderwijs, meer opleiding, doorgedreven digitalisering, digitalisering van de overheid, een digitale inhaalbeweging van de kmo’s, infrastructuur, flexibiliteit op de arbeidsmarkt, minder regulering, meer concurrentie, meer internationalisering, meer O&O en innovatie, meer start- en scale-up dynamiek… 

Hopelijk wordt 2026 eindelijk het jaar van de productiviteit. Dat is de enige manier om op langere termijn meer welvaart voor iedereen te verzekeren. 

Contactpersoon

imu - vzw - orange
imu - vzw - obd
ING
Orange
SDWorx