De oorlog in Iran is ondertussen een dikke maand aan de gang. Volgens de initiële verklaringen van president Trump zou die nu ongeveer afgelopen moeten zijn. Deze week kwam Trump met een nieuwe speech waarin hij aangaf dat het nog één à twee weken zou duren. Maar tegelijkertijd dreigde hij ook met een nieuwe escalatie. Het blijft dus onmogelijk te voorspellen hoe het conflict verder zal evolueren.
Evengoed is het hoogst twijfelachtig dat de situatie snel zou normaliseren, zelfs mochten de VS beslissen dat voor hen de oorlog voorbij is. Ondertussen begint ook de economische impact (iets) duidelijker te worden. Kort samengevat is dat: minder groei, meer inflatie, waarbij de omvang van beide vooral afhangt van de duur van de verstoring op de energiemarkten. Scenario’s waarbij de Belgische economie richting nulgroei gaat, vallen alleszins niet uit te sluiten.
Scenario’s waarbij de Belgische economie richting nulgroei gaat, vallen alleszins niet uit te sluiten.
Langdurige onzekerheid
Het heeft weinig zin om hier concrete voorspellingen te doen over hoelang het conflict nog zal duren. En zelfs als de VS binnen de komende weken hun aanvallen afbouwen, is het zeer goed mogelijk dat Israël gewoon doorgaat. Israël heeft er belang bij om Iran en hun proxies zoveel mogelijk schade toe te brengen. Daarnaast is het onduidelijk wat er daarna volgt in Iran zelf. Het meest waarschijnlijke scenario op dit moment is dat het regime gewoon overeind blijft met een reeks nieuwe figuren aan het hoofd die allicht (nog) meer hardliner zijn dan hun voorgangers. Het risico van aanhoudende instabiliteit in de regio waarbij Iran druk blijft zetten op de Straat van Hormuz blijft zeer reëel, met uiteraard een langdurige impact op de energieprijzen.
Structureel hogere energieprijzen
De energieprijzen zijn al duidelijk gestegen sinds de start van het conflict en de volatiliteit blijft hoog met relatief grote prijssprongen in functie van bepaalde verklaringen. Vandaag ligt de Europese olieprijs op 109 dollar per vat (80% hoger dan aan het begin van het jaar) en de Europese gasprijs op 51 eur/Mwh (75% hoger dan aan het begin van het jaar). Als de de facto sluiting van de Straat van Hormuz nog geruime tijd aanhoudt, dan moeten die prijzen nog fors hoger.
Vandaag is ongeveer 10% van de globale olieproductie offline, die niet makkelijk vervangen kan worden. Met voorraden en reserves is tijdelijk wel wat buffer mogelijk, maar als dit langer aanhoudt, moet de vraag zich aanpassen aan het beperktere aanbod. Dat zal gebeuren via hogere prijzen die bedrijven en gezinnen ertoe zullen aanzetten om hun verbruik te verminderen. Om daartoe te komen, zijn allicht nog fors hogere energieprijzen dan vandaag nodig.
Met voorraden en reserves is tijdelijk wel wat buffer mogelijk, maar als dit langer aanhoudt, moet de vraag zich aanpassen aan het beperktere aanbod.
Daarnaast impliceert de aanhoudende instabiliteit in de regio (en het feit dat rode lijnen zoals de sluiting van de Straat van Hormuz en het aanvallen van productiecapaciteit overschreden zijn) een structureel hogere risicopremie in de energieprijzen. Een normalisering van de energieprijzen lijkt er dus niet meteen in te zitten op korte termijn.
Lagere groei, hoger inflatie in de eurozone
Gezien de volatiliteit op de energiemarkten kan best gekeken worden naar verschillende scenario’s in functie van wat er gebeurt op de energiemarkten. Op basis van analyses door de ECB geven onderstaande scenario’s voor 2026 een indicatie:
- Basisscenario voor Iran: groei 1,1%, inflatie 1,9%
- Olie naar 90 dollar: groei 0,9%, inflatie 2,6%
- Olie naar 120 dollar: groei 0,6%, inflatie 3,5%
- Olie naar 150 dollar: groei 0,4%, inflatie 4,4%
Dit blijven uiteraard simulaties, maar die geven wel een indicatie van de mogelijke impact van de huidige energiecrisis.
In de markt is ondertussen ook de verwachting toegenomen dat de ECB met renteverhogingen zal reageren op de hogere inflatieverwachtingen. Dat lijkt voorbarig. Renteverhogingen in reactie op een externe aanbodschok zijn geen goed idee, tenzij er een ernstig risico is op tweederonde-effecten waarbij de hogere energieprijzen zich ook vertalen in hogere lonen en op die manier een loon-prijsspiraal op gang komt. Dat laatste lijkt niet meteen aan de orde in de eurozone.
Impact op de Belgische economie
De energie-intensiteit van onze economie ligt duidelijk hoger dan het Europese gemiddelde (+40%) en bij de hoogste onder de West-Europese lidstaten. Dat heeft te maken met de samenstelling van onze economie, met onder meer het relatief belangrijke gewicht van de energie-intensieve industrie. Daarnaast zijn we ook meer dan gemiddeld (voor 75%) afhankelijk van ingevoerde, vooral fossiele, energie. Dat impliceert dat de Belgische economie gevoeliger is voor energieschokken dan de rest van Europa.
Voor het conflict startte, lag de Belgische economie op schema voor een groei van 1,1% en een inflatie van 2% in 2026. De vier grootbanken verlaagden hun groeivooruitzichten voor 2026 al naar 0,7% en verhoogden hun raming voor inflatie naar 3%. Die herzieningen blijven allicht nog te voorzichtig. Het ondernemersvertrouwen zit vandaag (de laatste enquête werd in de eerste helft van maart afgenomen) op een niveau dat in het verleden overeenkwam met een stagnerende economie.
In de huidige situatie, en met de verwachting dat de verstoring van de energiemarkten nog wel een tijd blijft aanslepen, lijkt de Belgische economie dit jaar op weg naar een groei van 0 à 0,5%. Vooral voor de energie-intensieve industrie zijn de vooruitzichten dramatisch, terwijl allicht ook de bouw en de handel in toenemende mate onder druk dreigen te komen. Voor de inflatie lijkt vandaag 3,5 à 4,5% het meest waarschijnlijke scenario. Dat betekent ook opnieuw een stevige loonindexering.
Onze overheid kan weinig doen
De voorbije weken gingen al stemmen op dat de overheid de gezinnen moet helpen in deze energiecrisis, of dat ze dringend iets moet doen aan de hogere energieprijzen. Dat is nogal kort door de bocht. De Belgische overheden hebben al geld tekort (begrotingstekort van 33 miljard) en deze crisis zal dat tekort nog verder uitdiepen. Lagere economische groei (stel 0,4%) dreigt onze overheden al 2,5 miljard te kosten, terwijl de hogere rente de rentelasten op de overheidsschuld op termijn met 3 miljard zou opdrijven. Er is dus zeker geen geld voor brede steunmaatregelen.
Eventueel kan de overheid heel gericht tussenkomen, bijvoorbeeld met directe ondersteuning van de kwetsbaarsten. Daarnaast moet ze er vooral over waken dat deze (tijdelijke) crisis onze economie geen structurele schade toebrengt. Dat impliceert dat de overheid moet vermijden dat deze crisis onze bedrijven met een nieuwe loonkostenhandicap opzadelt (via een te snelle loonindexering) of dat bepaalde energie-intensieve activiteiten definitief verdwijnen uit onze economie (door deze crisis te veel).



