Deze week publiceerde de Nationale Bank haar jaarverslag over 2025, met zoals steeds een grondige analyse van de toestand van de Belgische economie en de uitdagingen waar we voor staan.
Net als de voorgaande jaren is dat geen optimistische analyse, met als algemene conclusie: ‘diepgaande hervormingen zijn nodig om de Belgische economie wendbaarder te maken en de welvaartscreatie veilig te stellen’. Zonder dat soort ingrepen is die welvaartscreatie op langere termijn niet gegarandeerd.
Hieronder de vijf belangrijkste lessen van de Nationale Bank over onze economie:
1. Productiviteitsgroei moet het belangrijkste aandachtspunt voor het beleid worden
Onze toekomstige economische groei moet vooral van hogere productiviteitsgroei komen, maar die staat al een tijd onder druk. Het beleid focust ondertussen vooral op meer mensen aan het werk krijgen, maar vooral het structureel opkrikken van de productiviteit zou veel meer aandacht moeten krijgen. Dat gaat dan over minder strakke regulering, flexibelere loonvorming (zonder het keurslijf van loonnorm-indexering), meer ondernemingsdynamiek, beter onderwijs met betere afstemming op de arbeidsmarkt, meer opleidingsinspanningen… Een sterkere productiviteitsgroei zou alle andere uitdagingen waar we voor staan makkelijker maken en moet in die zin de absolute prioriteit van het beleid worden.
2. Economisch succes wordt bepaald door wendbaarheid en aanpassingsvermogen
Met onder meer geopolitieke verschuivingen, het veranderende handelsklimaat, digitalisering en de AI-revolutie leven we in een snel veranderende wereld. Geleidelijk aanpassen aan de veranderende omstandigheden is niet meer voldoende. Het succes van een economie wordt meer en meer bepaald door haar wendbaarheid en aanpassingsvermogen. En snelheid is daarbij cruciaal. Het Belgische systeem is daar niet goed op voorzien. Grote delen van onze welvaartsstaat, loonvorming en andere arbeidsmarktregulering, faillissementsafwikkeling… zijn vooral gericht op het beschermen van het status quo. Dat helpt in periodes van acute crisis (zoals corona), maar leent zich veel minder om snel te kunnen inspelen op veranderende omstandigheden. In de huidige wereldeconomie dreigt dat eerder een belangrijke handicap te worden. We moeten dringend werk maken van een meer wendbare economie, onder meer door veel meer flexibiliteit toe te laten, alles minder vast te gieten in allerlei regels, veel meer in te zetten op opleiding...
3. Onze concurrentiepositie is structureel verslechterd
De loonkostenschok van 2022 is grotendeels weggewerkt, maar daarmee is onze aangetaste concurrentiepositie nog niet meteen volledig hersteld. Er blijft hoe dan ook een historische loonkostenhandicap. Maar daarbovenop is nu ook nog een energiehandicap gekomen en doorgeslagen regulering (onder meer op het vlak van de duurzame transitie). Daardoor blijft onze concurrentiepositie verzwakt. Dat impliceert dat onze exportbedrijven marktaandeel blijven verliezen op hun buitenlandse afzetmarkten. Ook het toenemende tekort op de lopende rekening (terwijl we historisch een overschotland waren) bevestigt de problematische concurrentiepositie. De bijkomende energieschok door de oorlog in Iran zal die situatie nog verergeren (als die langere tijd aanhoudt). Dat maakt extra aandacht voor onze concurrentiepositie nog belangrijker.
De loonkostenschok van 2022 is grotendeels weggewerkt, maar daarmee is onze aangetaste concurrentiepositie nog niet meteen volledig hersteld.
4. Toekomst industrie in gevaar
Het grootste slachtoffer van die aangetaste concurrentiepositie en de energiehandicap is de industrie, en vooral de energie-intensieve industrie. Investeringen in de sector worden vandaag ‘op pauze’ gezet, of gewoon geschrapt. Op langere termijn leidt dat tot een uitdoofscenario van de energie-intensieve industrie in onze regio. Dat zou dramatisch zijn voor onze welvaart. Op de verschillende beleidsniveaus (ook Europees) staat dat thema nu eindelijk op de agenda, maar het blijft wachten op concrete maatregelen die het verschil kunnen maken. De sense of urgency zou nog gevoelig hoger moeten, gezien de toekomst van de industrie in onze regio echt in gevaar is.
Het grootste slachtoffer van die aangetaste concurrentiepositie en de energiehandicap is de industrie.
5. Onhoudbare overheidsfinanciën
De federale regering heeft al inspanningen gedaan om de begroting terug in de goede richting te duwen, maar die inspanningen volstaan nog lang niet. Zonder extra ingrepen lopen het begrotingstekort en de overheidsschuld de komende jaren verder op. Volgens voorzichtige simulaties zou bij ongewijzigd beleid het begrotingstekort toenemen tot 7,6% van het bbp tegen 2035. Dat komt overeen met 50 miljard in euro’s van vandaag. De overheidsschuld zou doorstijgen naar 133% van het bbp (bijna 900 miljard in euro’s van vandaag).
Dat zijn onhoudbare niveaus die onze economie en welvaartsstaat uitermate kwetsbaar maken voor nieuwe negatieve schokken (zoals een hogere rente). Premier De Wever heeft al aangekondigd dat hij werk wil maken van een extra inspanning van drie à vier miljard euro, maar ook dat (zelfs al mocht dat lukken) blijft onvoldoende om de neerwaartse dynamiek te keren. De Nationale Bank wijst op een inspanning van 11 miljard om het tekort naar 4% van het bbp te krijgen (wat nog altijd te hoog zou zijn). Na de Paasvakantie volgen nog zware regeringsonderhandelingen over de noodzakelijke begrotingsinspanningen (met de huidige instelling van verschillende regeringspartijen geraken we er eenvoudigweg niet).



