Seyntex rust niet enkel de Belgische militairen uit met operationele kledij. Ook in andere Europese landen zoals Nederland, Frankrijk, Zwitserland en Ierland zijn hun kogelwerende vesten gegeerd. Bescherming op bestelling, met engineering als rode draad.
Seyntex is o.a actief in CBRN-kledij.
Tekst Sam De Kegel
Seyntex, met hoofdzetel in Aalter, focust zich voluit op beschermingskledij. Van vezel tot vest. “We doen mee aan openbare aanbestedingen in een gericht aantal nicheproducten: ballistische kledij, CBRN-kledij (chemisch, bacteriologisch, radioactief en nucleair beschermende kleding, red.), gevechtskledij, regenkledij, tenten, rugzakken, slaapsystemen, parade-uniformen en camouflagenetten”, vertelt ceo Agar Daelemans. “99% van onze activiteit is gerelateerd aan tenderbusiness met overheden als klanten zoals ministeries van Defensie, politie en brandweer.”
Spannende tenderbusiness
Hoofdzakelijk concurreert Seyntex met spelers uit Europa, bij echt grote bestellingen komt de concurrentie van overal ter wereld. Vooraleer er verkocht kan worden, zijn er stevige investeringen in ontwerp en prototypes nodig. In die fase weet je nog niet of je de bestelling zal krijgen. Agar: “Zo’n tender, zoals BDCS (Belgian Defense Clothing System), vergt duizenden uren voorbereiding. Daarom is het heel frustrerend als je zou verliezen, zeker als je prijs-kwaliteit en technisch de beste troeven hebt. BDCS is het meerjarencontract dat via een consortiumverband met het Belgische Sioen en het Amerikaanse Crye Precision werd gegund voor het leveren van meerlagige en multifunctionele gevechtskledij.”
Seyntex draait 70% op export, o.a. naar Nederland , Frankrijk (hun tweede grootste markt), het VK, Ierland, Denemarken, Zwitserland en andere NATO-landen. 80 procent van hun omzet is bestemd voor Europese defensie, 20 procent voor politie- en andere overheidsdiensten. Het bedrijf is een van de grotere spelers op de Europese markt voor kogelwerende vesten. In het voorjaar van 2025 sloot het nog een contract af met het Ierse leger. Seyntex mag de komende jaren 8.000 kogelwerende uitrustingen maken voor de Ieren. “Het gaat om een contract van circa 20 miljoen euro”, aldus Agar.
Hoe verloopt zo’n aanbestedingsproces? Nadat er een Europese aanbesteding wordt gelanceerd op de markt, kan je er als bedrijf op intekenen en doorloop je een prekwalificatieproces. Agar: “Daarna wordt er een shortlist gemaakt van enkele partijen. Nadien moet je je technisch dossier, prijszetting en traject van innovatie en productontwikkeling samenstellen. Dan krijg je een score en volgt er een meeting waarbij elke kandidaat zijn dossier verdedigt en er extra vragen kunnen worden gesteld. Vervolgens is het radiostilte tot de beslissing valt. De concurrentie is hard.”
Als je een kogelvrij vest vergelijkt met een van 20 jaar geleden, zie je een gigantische evolutie. De samenwerking met de mensen in het veld is cruciaal”
Ceo Agar Daelemans
Innoveren in camouflage en ballistiek
Voor het Belgische Ministerie van Defensie maakten ze tijdens het tenderproces pre-series voor alle modellen waarbij de eindgebruiker ‘anonieme’ uniformen test en scores geeft op vlak van bescherming en comfort. Een militair is trots op zijn uitrusting. Maar ook de politieman in de straat wil een comfortabel kogelvrij vest.
Seyntex werkt al zo’n vijftig jaar voor de Belgische Defensie. Agar: “We zien dat de projecten steeds groter worden met veel grotere hoeveelheden, zoals voor BDCS. Maar we hebben ook gelijkaardige contracten met o.a. het Franse en Nederlandse leger.”
Innovatie is cruciaal in gevechtskledij. “Door de introductie van drones in oorlogsvoering worden er nu ook nieuwe types camouflagenetten ontwikkeld, die binnenkort op de markt worden geïntroduceerd. Als je een kogelvrij vest vergelijkt met een van 20 jaar geleden, zie je een gigantische evolutie. Ook de wapens vernieuwen voortdurend, dus wij moeten heel kort op de bal spelen. De samenwerking met de mensen in het veld is cruciaal.”
Er waait al langer een nieuwe wind bij de Belgische Defensie, aangewakkerd door de geopolitieke hoogspanning in deze wereld. “Je voelt dat er een engagement is op lange termijn. Het BDCS-contract bevat eveneens een traject om voor het eerst samen nieuwe producten te ontwikkelen.”
Ook de vraag naar CBRN-kledij beleeft een heropflakkering. “Sinds de oorlog in Oekraïne zien we een groeiende vraag naar dit soort kledij, maar wij hebben daar al 40 jaar expertise in. We doen permanent R&D, samen met leveranciers van stoffen en toebehoren. En we beschermen onze innovaties via patenten. Momenteel zijn we dan ook hoofdleverancier aan heel wat Europese NAVO-landen.”
Seyntex is een van de grotere spelers op de Europese markt voor kogelwerende vesten.
Van kledijafval tot grondstof
Price does matter. Maar terwijl de business vroeger 100% prijsgedreven was, weegt nu duurzaamheid ook veel meer door. “Duurzaamheid uit zich op vele niveaus: in de productie, in een efficiënt energiebeleid, in afvalverwerking, maar ook in de behandeling van de producten. “Iedereen moet vandaag met duurzaamheid bezig zijn, maar het traject ernaartoe is een hobbelig pad. Op bepaalde kledij zit bijvoorbeeld een chemische permethrine-behandeling om insecten te weren. In de toekomst willen we biologische producten gebruiken als alternatief. Steeds meer kledij zal ook worden gerecycleerd of volledig ontrafeld in vezels, opdat het nadien kan gebruikt worden als isolatiemateriaal voor zowel de bouw als auto-industrie.”
In het kader van duurzaamheid proberen ze ook meer lokaal materialen aan te kopen. “Textiel wordt veel gesourcet in Azië. Om minder afhankelijk te worden van die regio, kan je meer inzetten op lokale spelers en lokale productie, nearshoring dus. In sommige lastenboeken staat als voorwaarde ‘meer Europese productie’, maar sedert lang is het aantal spinnerijen en weverijen afgebouwd en beperkt de capaciteit zich tot confectie. Bijkomend stijgen ook de lonen in Oost-Europa en de strijd om talent in deze markt woedt heviger dan ooit. In Bangladesh kunnen we wel nog vrij snel extra personeel vinden.”
Seyntex: 1.200 werknemers wereldwijd, 50 in België
In België werken een vijftigtal m/v/x, in sales, marketing, productontwikkeling, R&D, aankoop, logistiek, finance en HR. De productie huist in twee eigen fabrieken in Roemenië en Bangladesh. Daardoor kunnen ze ook snel schakelen.
Alles samen werken ruim 1.200 mensen voor het defensiebedrijf.








