In deze rubriek gaat Hilde Schuddinck, co-ceo Voka Oost-Vlaanderen, op zoek naar mensen die haar inspireren, enthousiasmeren en motiveren. Deze keer ging ze op pad met Jan Jaap Van der Wal. Voor hem is humor informatie verzamelen, associaties leggen, en er dan een saus over gieten die tegelijk ontwapenend en raak is. Hij scant de wereld zoals hij een publiek leest: met alertheid, mildheid maar ook een feilloos gevoel voor waar het schuurt.
Over politiek, ondernemerschap of zijn eigen schisis: hij praat er even open als geestig over.

Tekst Hilde Schuddinck – foto Jeroen Willems
Vandaag ga ik op pad met Jan Jaap van der Wal, wat mij betreft een van de meest snedige comedians en presentatoren van België en Nederland. We leerden elkaar beter kennen toen hij eind 2023 onze nieuwjaarsreceptie in Gent met veel schwung presenteerde en hij Geert (Moerman) en mij het vuur aan de schenen legde over de aankondiging van ons co-ceoschap.
Zelden zoveel flair, scherpte, mildheid en humor op ons podium gezien. Ik vertrouwde hem toen toe dat hij al veel langer in mijn hart zat, omdat ook mijn zoontje geboren is met schisis, weliswaar in een veel mildere vorm dan bij Jan Jaap. Toen Marcel ongeveer vijf was en Jan Jaap voor het eerst op televisie zag, zei hij: ‘Oh, die man heeft hetzelfde als ik en is toch beroemd kunnen worden’. Dat heeft me bijzonder geraakt, en het geeft het belang van rolmodellen nog maar eens weer.
We spreken af aan de Capitole in Gent; we breken er zelfs een beetje in, want ik had geen afspraak kunnen regelen. Maar Jan Jaap is overal bekend. In maart 2027 staat hij hier zelfs op het podium met zijn nieuwe voorstelling.
Wie Jan Jaap interviewt, wandelt niet gewoon van vraag naar antwoord, maar van de ene associatie naar de andere. Met verrassende bochten, scherpe observaties en af en toe de perfecte grap op het juiste moment. Zoals alleen comedians kunnen …
Jan Jaap, iemand doen lachen is niet evident. Humor is volgens mij een ultieme vorm van intelligentie. Zo, het eerste compliment is gegeven …
“Ik denk dat dat wel klopt, ja. Humor is altijd een verwerking van informatie, om het even heel technisch te zeggen. En daarvoor moet je dus alle informatie hebben en er een soort saus overheen gieten vanuit je hoofd, vanuit je gedachten. Dus ja, het is wel zo dat je algemene kennis moet hebben om alle associaties te kunnen maken die je wil.”
En werk je daar bewust op? Moet je dat blijven trainen – kranten lezen, nieuws volgen, studeren – of is dat altijd heel natuurlijk geweest bij jou?
“Je moet blijven studeren. Maar je moet ook weten wat je níét hoeft te weten. Je kunt je verliezen in details. Je kunt The Economist lezen, bijvoorbeeld, maar je publiek moet ook nog mee zijn. Dus je zoekt een algemeen kennisniveau waar je samen op kan landen.
Ik lees veel kranten. Ik heb wel eens geprobeerd om een nieuwsarme periode in te lassen, maar dat lukt niet zo goed.”
Omdat het je oprecht interesseert, natuurlijk. Dat voelt niet als werk. Maar hoe weet je dan: hier zit iets in? Wanneer wordt iets materiaal?
“Dat is voor mij vrij simpel. Iets verwondert of ergert mij. Of maakt me boos, blij of verdrietig. En dan weet ik: dit is een richting. Er zijn ook onderwerpen waar ik niets mee heb, en dan ga ik daar ook geen grappen over maken.”
En dan schrijf je dat uit?
“Ik schrijf nooit uit. Ik begin gedachten uit te spreken in mijn hoofd, die ik dan zo snel mogelijk op een podium uitprobeer. Liefst in kleine zaaltjes. Dan voel je vrij snel: dit raakt mensen, of dit niet. Als het niet werkt, ligt het bijna altijd aan mij. Dan vertel ik het nog niet juist.”
Dat vind ik dus fascinerend, dat pure vertrouwen op spontaniteit. Dat vraagt vooral veel zelfvertrouwen, denk ik dan.
“Ja, en ervaring. Je wordt op den duur je eigen redactie. Dat proces gaat steeds sneller: dit wel, dit niet. Gisteren speelde ik in een café in Antwerpen en er was een stuk dat niet goed ging. Ze begrepen het wel, maar ze waren er nog niet klaar voor. Dan weet ik: hier moet ik me nog even verder op concentreren, maar ik ga geen zinnen schrijven.”
Toen je voor ons de nieuwjaarsevents ging presenteren had je op voorhand heel weinig info nodig en het resultaat was top …
“Bedankt, het lijkt me dan ook goed of zelfs aangewezen om me opnieuw te reserveren voor de editie van 2026 (lacht). Je moet wel altijd goed weten: waar ben ik, met wie, waarom hier? Elke zaal, elke avond, elke context is anders. Of het nu een theater is of een bedrijfsevent, die sfeer moet je eerst voelen. Als je die goed aanvoelt, ben je al voor meer dan de helft vertrokken.”
Wou je altijd al comedian worden?
“Vrij snel wel, maar ik wilde niet naar een toneelschool, geen auditie doen. Ik ben niet zo competitief. Ik belandde in Amsterdam bij een comedygezelschap – de Comedytrain – en dat was laagdrempelig. We deden alles samen en iedereen was het genre nog aan het uitvinden. Stand-up was toen nog niet zo groot.”
Ik herinner me Gent eind jaren negentig in Bal Infernal met The Lunatic Comedy Club. Daar gingen we elke dinsdagavond comedy kijken met vrienden. Dat voelde toen als het begin van iets …
“Dat kan heel goed kloppen. In Nederland begonnen we begin jaren negentig. Ik kwam zelf pas veel later in Vlaanderen terecht. Mijn eerste echte optredens hier waren in Gent. En toen voelde ik meteen: dit werkt.”
Heb je een diploma eigenlijk?
“Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd, een vol half jaar wat al mooi is (lacht).”
En wat is er bijgebleven?
“Ik heb een vak gehad over de architectuur van Las Vegas, gebaseerd op ‘the duck’. Dat is een restaurant waar je eend kan eten, in de vorm van een eend. Interessant hé (lacht). Maar ik trad ook al op en het was vrij snel duidelijk: Ik kan en ik wil dit en ik ga alleen maar beter worden.”
(lees verder onder de foto)

Was je als kind al de grappigste van de klas?
“Niet de luidste. Wel degene die op het einde van de les nog iets kon terughalen van het begin, wat grappig was. En dat systeempje – voor zover dat een systeempje is – is wel iets wat ik vrij goed beheers: iets terughalen, met elkaar verbinden en het rondmaken. Dat vind ik ook leuk, continu associatief denken.”
In die zin was je wel een aangename leerling omdat ze je niet konden verwijten dat je niet aan het opletten was …
“Klopt, ik was superbraaf en dus heel erg begaan omdat ik wel echt aan het luisteren was. Ik ben er nooit uitgestuurd omdat ik lawaai maakte. Ik ben mijn hele leven al een beetje Vlaming geweest: bescheiden (lacht).”
Je komt uit Friesland. Zaten je ouders ook in die culturele wereld?
“Nee, mijn vader heeft een onderwijsachtergrond en mijn moeder een zorgachtergrond. Een heel klassiek gezin dus; mijn zusje zit ook in het onderwijs. Maar de vader van mijn moeder was flamboyant. Pianist, entertainer. Hij was ook heel luid, dat heb ik dus wel opgepikt. En onderwijs is ook een vorm van performance. Je staat voor een groep, je leest de zaal. Het is crowdwork.”
Comedy is één ding, maar onlangs liet je me weten dat je graag meer met ondernemers aan de slag wil. Is dat idee nog altijd aan het rijpen?
“Ja, het interesseert me wel. Niet omdat ik plots een fan ben van aandelen en obligaties, maar wel omdat je via ondernemers en bedrijven echt wel prachtige verhalen te horen krijgt. En dat prikkelt meteen mijn fantasie, om met die verhalen aan de slag te gaan en daar ook humor door te weven. En als comedian word je natuurlijk ook gevraagd om voor bedrijven op te treden. In de comedywereld is een bedrijf altijd een soort ‘sterfhuis’ waar het nooit lukt ... of een gebied waar je van weg moet blijven.”
Via mijn humor was ik potentiële pestkoppen voor”
Jan Jaap van der Wal
Wat bedoel je met een sterfhuis? Dat er een kille sfeer hangt?
“Het zijn toch vaak stroeve middagen in een zaaltje met zo'n powerpointscherm en zo'n overheadprojector, dat soort schrikbeelden. Maar ik heb geleerd dat, als je dat gewoon benoemt, het de boel onmiddellijk ontlucht. Dan blijken dat allemaal aardige, slimme en grappige mensen te zijn die dat ook gewoon vinden.
Ook bij Voka hoorde ik al veel boeiende verhalen die ik echt niet kende. En waar ik even in die taal mag zwemmen. Het moet ook bij je passen als comedian. Je moet vooral interesse hebben en dat al improviserend kunnen doen. Want als jij inderdaad gewoon daar gaat staan en je vaste verhaal over je eigen kinderen en je verbouwing gaat brengen, daar zitten die mensen dan weer niet op te wachten.”
Maar je wordt dus gevraagd om er een gezellige namiddag van te maken of als teambuilding?
“Wat ik vaak doe is dat ze op het einde van de dag een soort wrap-up willen. Ik moest laatst optreden voor Buitenlandse Zaken, voor alle ambassadeurs. Ze hadden ook gezegd dat het over buitenlandse handel zou gaan. Dat ik echt niks naar buiten mocht brengen. En daar waren ze een beetje spastisch over. En vervolgens ben ik in die workshops gaan zitten en het waren alleen maar afkortingen. Dus ik heb ze allemaal opgeschreven. En ik zei: jullie zijn bang dat ik dingen naar buiten breng. Maar dit is codetaal gewoon. Dat vinden ze dan grappig, missie geslaagd.”
Je bent ook zelf ondernemer?
“Ik heb een bedrijf, ja. Ik stel twee technici te werk en heb nooit een euro subsidie gekregen. Ooit was er een goede theaterdirecteur in Amsterdam, Joost Nuissl, die zei: Het talent zit ‘m erin dat je je boekhouding een beetje moet kunnen bijhouden. Weten wat er binnenkomt en wat er buiten gaat, dat is de essentie. En de vrijheid die ermee gepaard gaat natuurlijk.”
Ook over politiek lijk je alles te weten. Ben je nog nooit gevraagd?
“Ik ben in Nederland ooit gevraagd. Maar als ik me nu aanmeld bij Groen, dan ben ik gewoon voorzitter denk ik, want daar zit niemand meer (lacht).”
Ik kan je daar wel even introduceren, als je dat wil …
“Wat een mooi verhaal zou dat zijn, via Voka bij Groen terechtkomen. Heerlijk. Kijk, wat ik altijd een beetje raar vind, is dat mensen verwachten dat die politici alles kunnen. Er zijn net zoals bij voetbal verdedigers en aanvallers. Je hebt bestuurders, je hebt oppositieleiders. Je hebt mensen die kunnen debatteren. Wat De Wever nu doet – zeker binnen Europa – is het niveau waarop er nu geacteerd moet worden. Daarom is het ook totaal onverantwoord dat ze in Nederland nu een soort minderheidskabinet gaan bedenken met een totaal onervaren premier. De wereld staat in de fik, laten we gewoon even normaal doen.”
(lees verder onder de foto)

Wat is voor jou dan een goede politicus?
“Een soort bereidheid om je leven volledig in dienst te stellen van je taak. En ook gewoon moeilijke knopen durven doorhakken. En liefst ook een beetje achter de schermen. Niet alles via sociale media, dan word je te vaak een soort half-celebrity-karikatuur. Dat kunnen we echt wel missen momenteel.”
Even iets helemaal anders en ook persoonlijker, je schisis. Je maakt er zelf ook veel grappen over. Mijn zoon heeft het ook, in een heel milde vorm. Maar voor hem was je een soort van rolmodel. Dat raakt me als mama nog altijd.
“Dat hoor ik wel vaker, en dat blijft ingewikkeld. Iedereen heeft zijn eigen proces. Ik ben nooit gepest geweest, en daar kreeg ik zelfs boze reacties op van ‘lotgenoten’ die het niet konden geloven.”
Was humor dan geen verdedigingsmechanisme?
“Nee, maar het hielp wel dat ik mondig was. Dat ik mezelf liet zien, zo ben je potentiële pestkoppen wel een beetje voor. Je schuift jezelf niet naar de achterste rij, waardoor je een makkelijker target kan worden. Er zijn ook veel mensen met schisis die moeilijk kunnen praten. Maar daar heb ik altijd mijn best voor gedaan om dat wel voor mekaar te krijgen. Ik heb ontzettend veel logopedie gevolgd. Het moeilijkste voor mij? De vele ziekenhuismomenten die toen toch wel lang en eenzaam waren voor een kind. De tijden zijn gelukkig op dat vlak helemaal veranderd.”
Ik kon bij mijn zoon altijd aanwezig zijn, gelukkig …
“Blij voor jullie, zou ik als papa ook willen doen. Binnenkort maak ik een programma waar ik een jongen volg met hetzelfde als mij. Dan vertelt die arts dat de operaties die ik heb gehad tot mijn twaalfde, nu al plaatsvinden binnen de eerste vier levensjaren. Daar kan ik alleen maar blij om zijn. En kijk, alle grapjes die je erover kan maken, heb ik al gemaakt (lacht).”
Wat vind je het leukste aan je job?
“Het werken aan een nieuwe voorstelling, het schrijfproces. Die fase is eenzaam, maar heerlijk. Briefjes, chaos, zoeken. Later is mijn kantoortje opgeruimd en zit de show in mijn hoofd. Dat moment vind ik bijna jammer. En de luxe om het te kunnen combineren met televisie natuurlijk.”
En is er iets wat je zeker nog wil doen?
“Ik ben enorm gefascineerd door Bob Hope. Dat was een Amerikaanse comedian die voor de troepen optrad tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog. Een beetje de Frank Sinatra van de comedy. En zeker in deze oorlogsdreiging vind ik dat een fascinerend iets.”
Dus daar wil je nog een show over maken?
“Ja, over hoop in moeilijke tijden, over humor in oorlog. Het komt steeds dichterbij …”
Ben je daar zelf bang voor?
Ik ben me daar wel bewust van. We kunnen hopen dat het overwaait en zolang mensen nu al een ticket boeken voor mijn show van 5 maart 2027 zitten we wel safe, denk ik (lacht). Want daaruit blijkt dat mensen toch vertrouwen hebben in de toekomst.”
Humor lost de problemen niet op, maar creëert wel even ademruimte …
“Absoluut. Lichtheid, geen ontkenning, maar de zaken wat draaglijker maken.”
Ik wilde ook nog iets over je schoenen vragen, want het boeit me wel. Waarom strik je je veters niet? Is dat bewust?
“Ik kan ze strikken, hoor. Ik heb zelfs een strikdiploma. Maar toch doe ik het zelden.”µ
Is het een vorm van rebelsheid? Laat me zelf maar beslissen of ik er door val?
“Ik denk het wel ja, een heerlijk kantje toch, gezonde rebellie?”
Zeker, hou dat maar helemaal vast!








