De industrie is al decennia ondergewaardeerd in onze economie. Maar nu lijkt er voor het eerst misschien een kentering in de maak. Industrie staat hoog op de Belgische én Europese politieke agenda. Staat de Europese industrie straks helemaal op losse schroeven of zwengelen we ze eindelijk weer aan? Ontdek ons pleidooi voor méér Europese autonomie en technologische soevereiniteit.

Tekst Sam De Kegel
De Belgische maakindustrie is vandaag goed voor ongeveer 87 miljard euro aan toegevoegde waarde, of zowat 12% van het bruto binnenlands product – een forse daling tegenover de jaren 70, toen dat nog rond 30% lag. De sector stelt circa 500.000 mensen te werk, goed voor ongeveer 11% van de totale werkgelegenheid. Tegelijk blijft de industrie economisch cruciaal: ze is veruit dominant in de export en speelt een sleutelrol in onderzoek en ontwikkeling.
De voorbije zes jaar incasseerde onze maakindustrie hier en elders in West-Europa echter een aantal mokerslagen: de covidpandemie, militaire conflicten (Oekraïne versus Rusland) en problemen in de aanvoerketen. Een flippende inflatie en torenhoge grondstofkosten zorgden bijna voor een knock-out. En dan hebben we de structurele handicaps van onze industrie in het internationale speelveld nog niet benoemd. Zo duwde de automatische loonindexering de lonen begin 2024 nog met 11% (!) de hoogte in. Voor een eenmalige indexsprong, onlangs nog geponeerd door Voka, is er weinig appetijt bij onze politici. De jongste jaren kwam er ook een nieuwe Chinese tsunami op ons af: dit keer niet louter van lowcost commodities, maar vooral van hoogtechnologische producten zoals elektrische auto’s, drones, zonnepanelen, windturbines, halfgeleiders, enzovoort.
Daarnaast zorgden de kunstmatig – via accijnzen en nettarieven – opgedreven energieprijzen voor veel frustratie bij ondernemers. Vooral omdat concurrenten in onze buurlanden veel beter bediend worden door de overheid: in Frankrijk kost de energie veel minder dan bij ons. En last but not least: de nieuwe geopolitieke hoogspanning, met de oorlog tussen de VS/Israël en Iran toont hoe kwetsbaar – lees: afhankelijk – we momenteel zijn voor de levering van onze energie.
(lees verder onder de foto)

Ceo Pedeo Piet D’Haeyer
Ongelijk speelveld
Piet D’Haeyer, ceo van Pedeo, de laatste onafhankelijke Belgische hogedrukgieterij van zink- en aluminiumlegeringen, waarschuwde twee jaar geleden al in dit magazine dat het grootste gevaar voor onze industrie van buitenaf komt. “De internationale hoogspanning zorgt voor een potpourri van geopolitieke effecten: het werkt handelsoorlogen in de hand, maakt de energieprijzen duurder waardoor we vanuit Europa niet meer competitief zijn. Het creëert ook supply chains die op hun kop gezet worden, het vergroot het gevaar op protectionisme én op een grote afhankelijkheid van mono-productie, denk aan mondmaskers tijdens de coronapandemie, of chips vandaag. Als industriële speler investeer je op de lange termijn en als dat speelveld continu herschikt wordt, wordt het heel lastig. Er is al geen gelijk speelveld in de wereld, maar ook binnen Europa zag je een soort nationalistische ‘eigen staat eerst’-reflex. Wij hebben zelf tien jaar geleden volledig afscheid genomen van fossiele brandstoffen. Wij smelten onze metalen enkel op elektriciteit, daarin zijn we als aluminiumgieterij in de wereld zelfs uniek. Onze eindproducten zijn ook 100 procent recycleerbaar en zitten heel lang in de keten. De ironie van het verhaal is dat de elektriciteitsprijzen meer waren gestegen dan de gasprijzen. Dat was een uppercut voor ons, en als gieterij zijn we energie-intensief.
En over dat gelijke speelveld: Duitse concurrenten met dezelfde omzet en energiebehoefte kregen na de energiecrisis van ’22/’23 van de Duitse overheid 5% omzetsteun, wij niets. Eigenlijk waren we dus twee keer gestraft: één omdat we visionair waren en twee omdat we in België gevestigd zijn.”
Eens een fabriek weg is, komt ze nooit meer terug. Als die industriële netwerken uit West-Europa verdwijnen, krijgen we deze nauwelijks nog gereanimeerd”
Ceo Pedeo Piet D’Haeyer
Europese vuist?
De jongste maanden bewoog er een en ander op Europees vlak. Eindelijk klonk er brede erkenning dat de Europese Unie snel terrein verliest: de energieprijs knijpt, investeringen wijken uit en besluitvorming sleept. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen formuleerde een roadmap. Die schuift een aantal duidelijke prioriteiten naar voren: administratieve vereenvoudiging, de one single market – Europa heeft zijn welvaart gebouwd door barrières weg te nemen, niet door er nieuwe bij te zetten – lagere energieprijzen, AI-gedreven transformatie en een sterk handelsbeleid met een gelijk speelveld.
Na de derde industrietop in Antwerpen en de informele Europese top in Alden Biesen over competitiviteit móést het op 19 en 20 maart in Brussel gebeuren. Als Europa niet doorpakt, is zijn industrie ten dode opgeschreven, luidde de analyse. Maar in de aanloop naar de top vielen de Verenigde Staten en Israël Iran aan en begonnen de olie- en gasprijzen aan een steile klim. Meteen moesten de Europese leiders zich over maatregelen buigen die de acute prijsstijgingen, die ook de industrie treffen, onder controle houden.
(lees verder onde de afbeelding)

Revival van kernenergie
Commissievoorzitster Ursula von der Leyen benadrukte dat de lidstaten hun industrie met staatssteunmaatregelen kunnen helpen en kondigde een verlaging van de belastingtarieven voor elektriciteit aan. “In sommige landen wordt elektriciteit tot wel 15 keer zwaarder belast dan gas. Dat kan eigenlijk niet”, zei ze na de top.
Ook een hervorming van het emissiehandelssysteem (ETS) moet de industrie zowel op de korte als de lange termijn meer zuurstof geven. Op de top kreeg de Commissie groen licht om de marktstabiliteitsreserve te vergroten – de voorraad aan uitstootrechten waarmee de prijs per ton CO2 kan worden gedrukt – en de berekeningswijze voor gratis rechten te hervormen. Von der Leyen sloeg net daarvoor ook al een opvallend mea culpa over kernenergie. Ze noemde de vroegere trend in Europa om van nucleaire energie af te stappen een ‘strategische vergissing’. In 1990 werd nog een derde van de Europese elektriciteitsproductie via kernenergie opgewekt, vandaag is dat aandeel gekrompen tot zo’n 15 procent. De oorlog in Iran toont aan dat Europa er na de Russische inval in Oekraïne goed aan deed zijn energietoevoer te diversifiëren én dat het zijn afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder moet afbouwen. Kernenergie past (opnieuw) in dat verhaal. In Parijs deed von der Leyen haar plan uit de doeken om de ontwikkeling van kleine modulaire reactoren, ofwel SMR’s, te stimuleren. Ze trekt via het Europese emissiehandelssysteem (ETS) 200 miljoen euro extra uit. Het geld moet als hefboom dienen om private investeerders te lokken. Het doel? In het begin van de jaren 2030 de eerste SMR’s in Europa opstarten. SMR’s zullen hopelijk de naar adem happende Europese industrie van stroom kunnen voorzien als deel van de energiemix met hernieuwbare energie. Bovendien kunnen ze helpen de druk op het steeds meer bevraagde elektriciteitsnet te verlichten.
Staal is een strategisch product. Voor auto’s, gebouwen, defensie, energietransitie. Wie dat uit handen geeft, verliest meer dan jobs – die verliest invloed, het vermogen tot innoveren, controle en veerkracht”
Ceo ArcelorMittal Frederik Van De Velde
Industrial accelerator act
Om de industrie structureel te versterken willen de leiders dat het toekomstplan voor de sector, ook bekend als de Industrial Accelerator Act, nog dit jaar wordt goedgekeurd. Verder neemt Europa zich voor de administratieve vereenvoudiging verder door te zetten en een reeks voorstellen voor de versterking van de interne markt versneld af te vinken. Denk aan het ‘28ste regime’ voor bedrijven, intussen ‘EU Inc.’ gedoopt. Europa telt vandaag 27 lidstaten met elk hun eigen vennootschapsrecht, procedures en administraties. Voor bedrijven die snel willen groeien en kapitaal willen ophalen betekent dat vaak dat ze telkens opnieuw door dezelfde procedures moeten. Wat in theorie één interne markt zou moeten zijn, voelt in de praktijk nog vaak aan als 27 aparte systemen. De beweging EU-INC, die 24.000 Europese founders en investeerders vertegenwoordigt, pleit daarom voor een ambitieuzer model: een echte Europese vennootschapsvorm, met een centraal register en gespecialiseerde rechtspraak.
De aangekondigde routekaart met nieuwe maatregelen om die markt op te schalen tot een echte eengemaakte markt - de ‘Eén Europa, één markt’-strategie - laat wel nog op zich wachten. De energiecrisis kaapte grotendeels de EU-top die over concurrentiekracht moest gaan. Want die komt steeds meer onder druk.
Ondanks die tanende concurrentiekracht blijft Pedeo in België. “Eerst is er de bedrijfsgebonden dimensie: we zitten relatief dicht bij de klant in een lokaal netwerk én in ontwikkeling met die marktleiders, dan lever je een totaaloplossing waarbij ook de productie inherent dicht moet zitten. Twee: Ik geloof in ‘made in Belgium’ en sta sinds dag één mee aan de wieg van de Factory of the Future (model rond toekomstgerichte maakbedrijven, opgestart door Agoria en Sirris, red.). Drie: Ik geloof dat onze maakindustrie nog steeds zowel puur economisch als maatschappelijk een enorme meerwaarde heeft. Het gros van onze export komt nog steeds van de industrie. Wij vertrekken zelf vanuit een blok zink of aluminium, maken daar producten van en exporteren die naar het buitenland. Met een minimum aan grondstoffen creëren we een enorme meerwaarde.”
Roep om onafhankelijheid
Een van dé hamvragen is: welke producten en ecosystemen zijn van strategisch belang in de toekomst, welke producten en sectoren willen we hier houden én zelfs terughalen om technologisch onafhankelijker te worden? Frederik Van De Velde, ceo van staalreus ArcelorMittal sinds januari 2025, trok vorig jaar in Ondernemers aan de alarmbel. Jaarlijks produceert ArcelorMittal Gent 5,5 miljoen ton staal, met een specialiteit in hoogwaardige vlakke producten. Die worden geleverd aan sectoren zoals automotive, energieprojecten, bouw en allerlei industriële toepassingen. “Hoogwaardige producten zijn moeilijker te importeren en vereisen vaak langdurige ontwikkeling en partnerships. Dat beschermt deels onze positie, maar biedt geen garanties op lange termijn”, zei hij onomwonden. De energiekost blijft een grote hinderpaal, zeker nu. “We betalen structureel – los van de huidige prijsstijging – twee tot drie keer meer voor elektriciteit dan onze collega’s in de VS en vier tot vijf keer meer voor gas. Dat maakt elektro-ovens en DRI in Europa structureel onrendabel – tenzij we een echte markt creëren voor groen staal geproduceerd in Europa. Als de energieprijzen stabiliseren, Europa de langverwachte maatregelen neemt om de import van gesubsidieerd staal te beperken en er voldoende marktzekerheid komt met meer duidelijkheid rond CO2-taks op lange termijn, én een gelijk speelveld met regio’s die geen CO2-taks kennen, kunnen we meteen schakelen.”
(lees verder onder de foto)

Ceo ArcelorMittal Frederik Van De Velde
Staal is een strategisch product volgens Frederik. “Voor auto’s, gebouwen, defensie, energietransitie. Wie dat uit handen geeft, verliest meer dan jobs – die verliest invloed, het vermogen tot innoveren, controle en veerkracht.” Hij wijst op het Steel Action Plan van de Europese Commissie, en ziet een kentering. “Er groeit politiek bewustzijn. Maar het tempo moet omhoog. We hebben geen vijf jaar meer.”
Vier deelsectoren – metaal, farmaceutica, chemie en voeding – zijn momenteel goed voor bijna twee derde van de toegevoegde waarde in de Belgische industrie. Wat die laatste betreft, kwam er in februari 2026 rooskleurig nieuws vanuit Oost-Vlaanderen. Chocoladereus Barry Callebaut investeert de komende jaren 250 miljoen euro in de fabriek in Wieze bij Lebbeke, en 125 miljoen euro in de fabriek in Halle. In Wieze wil de chocoladeproducent de productielijnen moderniseren en de kwaliteit verhogen. De fabriek in Wieze is de grootste chocoladefabriek ter wereld en produceert elk jaar ongeveer 350.000 ton chocolade. Los van de economische toegevoegde waarde maakt chocolade deel uit van ons DNA. In die zin is het een strategisch exportproduct. Vraag aan pakweg een Japanner of Amerikaan wat hij met België associeert, en chocolates staan zeker in zijn top drie.
Op vlak van chipdesign en -onderzoek is imec de wereldwijde referentie, maar de halfgeleiderproductie bestaat niet meer in de Benelux. We moeten weer een ecosysteem creëren waarbij investeerders ook in productie willen investeren”
Coo ACB Joachim Verhegge
Nie naar de wuppe
Misschien moeten we er een titelsong van Het Zesde Metaal bijnemen: t Is nog al nie naar de wuppe. Dat bewijst het recente revivalverhaal van Thema Foundries. Met een startinvestering van 200 miljoen euro opent Thema Foundries in Oudenaarde de eerste volledig geïntegreerde fabriek voor fotonische chips in Europa. Op de site van het failliete BelGaN. Qua symboliek kan dat tellen. Fotonische chips gebruiken licht in plaats van elektronen om informatie te verzenden en te verwerken. Deep tech, dus. In een wereld waar de halfgeleiderproductie grotendeels geconcentreerd is in Azië (met Taiwan op kop) en de Verenigde Staten, versterkt de vestiging van een Europese fabriek voor fotonische chips de technologische onafhankelijkheid en de economische weerbaarheid. De sluiting van BelGaN werd door experts omschreven als een drama voor een sector die wereldwijd in transformatie is. Europa probeert met de EU Chips Act 2.0 alvast een grotere rol op te nemen in de halfgeleiderindustrie en minder afhankelijk te worden van Aziatische en Amerikaanse spelers.
Dat zegt ook Joachim Verhegge, coo van ACB, een Europese topspeler in de productie van hightech printplaten voor de luchtvaart, ruimtevaart en defensie. “Op vlak van chipdesign en -onderzoek is imec de wereldwijde referentie, maar de halfgeleiderproductie bestaat niet meer in de Benelux. We moeten weer een ecosysteem creëren waarbij investeerders ook in productie willen investeren.”
Het bedrijf probeert alvast voor zijn sector – printed circuit boards (PCB) – een deel van de PCB-industrie terug naar Europa te halen. “Via vakorganisaties zijn we permanent in contact met de Europese Commissie opdat die maatregelen zou treffen om onze industrie te revitaliseren. Enkel halfgeleider- en chipproductie terughalen naar Europa zal onvoldoende zijn om een duurzame elektronica waardeketen in Europa te garanderen. Chips don’t float: deze componenten moeten op een PCB worden geplaatst om een elektronische applicatie aan te sturen. PCB en PCBA (printed circuit board assemblies) mee op de agenda zetten en in de Chips Act 2.0 opnemen is dus essentieel. Het zal ons ook minder afhankelijk maken van China en co voor mission and life critical-producten”, zegt hij fijntjes.
(lees verder onder de foto)

Coo ACB Joachim Verhegge
Tango tussen tech en industrie
Piet D’Haeyer wijst nog op een andere troef van onze industrie: haar netwerk. “We kunnen niet ongestraft industrie minder aandacht blijven geven, want industrie staat voor gigantische netwerken of ecosystemen. Daar zijn ook zoveel diensten, ontwerp, design, productontwikkeling … aan gekoppeld. Het grote risico is dat als een fabriek verdwijnt ook dat ganse netwerk afkalft. Eens een fabriek weg is, komt ze nooit meer terug. Als die industriële netwerken uit West-Europa verdwijnen, krijgen we deze nauwelijks nog gereanimeerd. Puur in aantal ‘koppen’ is industrie niet meer de belangrijkste tak van onze economie, wel in het leveren van externe toegevoegde waarde. Politici blonken vaak uit in een kortetermijnvisie, terwijl industrie net een langetermijnvisie nodig heeft. Al zijn nu wellicht ook kortetermijnmaatregelen nodig omdat de situatie zo acuut is door de geopolitieke situatie. Europa heeft wel meer een langetermijnvisie, maar die wordt voortdurend doorkruist door nationale agenda’s. Het is onze morele plicht om voor onze maakindustrie te blijven vechten. Ze zorgt zowel economisch als maatschappelijk voor een enorme meerwaarde.”
Met HITT, een ondernemende visie voor Oost-Vlaanderen die in oktober 2025 werd voorgesteld in het Wintercircus, wil Voka Oost-Vlaanderen de negatieve spiraal van een afkalvende industrie stoppen. Dat kan enkel als we in Oost-Vlaanderen nog meer inzetten op robotisering, automatisering en de integratie van AI-toepassingen. Onze maakindustrie is al in belangrijke mate geautomatiseerd, maar de combi van AI en robotica zal nog een extra impuls geven. De next gen industry, zeg maar. Met technologie als katalysator én met een cruciale rol voor deep tech.
Of in de woorden van technologie-expert Peter Hinssen: “De echte impact zal gegenereerd worden door kruisbestuiving tussen techspelers en industriële bedrijven.”

*Dit artikel ging ter perse op 2 april. Door de razendsnelle ontwikkelingen op wereldniveau kunnen sommige details achterhaald zijn bij publicatie.







