Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 21/04/2026

In deze rubriek gaat Hilde Schuddinck, co-ceo Voka Oost-Vlaanderen, op zoek naar mensen die haar inspireren, enthousiasmeren en motiveren. Deze keer ging ze op pad met Marie-Jeanne Huysman. Sommige liefdesverhalen beginnen niet met vuurwerk, maar met een romance die zich langzaam rond twee mensen weeft. Bij Marie-Jeanne Huysman en Willy Naessens was dat precies zo. Geen groots begin, wel een verhaal dat groeide: tussen stallen, facturen en dromen. En dat uiteindelijk uitmondde in een liefde die bijna zes decennia standhield.

 

Tekst Hilde Schuddinck – foto Wannes Nimmegeers

Willy Naessens is ondertussen een jaar overleden, maar in elke zin die ik uitwissel met ‘zijn’ Marie-Jeanne, komt zijn naam voor. Haar grote liefde is niet meer, maar toch blaakt ze van energie en vooral van dankbaarheid voor wat het leven haar bracht.

Toen ik haar contacteerde voor dit gesprek, gaf ze aan dat ze gerust haar levensverhaal wou vertellen. Het werd een inkijk in hun onderlinge dynamiek en over het cliché ‘achter elke man, staat een misschien nog sterkere vrouw’.

Marie-Jeanne, je zei daarnet: “Ik ben een stuk van het bedrijf.” Waar is het allemaal begonnen voor jou?

“Op de boerderij, bij mijn ouders, ik was de tweede van elf kinderen. Bijna allemaal broers, enkel nummer 10 is ook een meisje.”

Altijd in een mannenwereld opgegroeid, dus?

“Absoluut, het was in de bouw niet anders, maar ik heb daar altijd goed in kunnen aarden. Ik heb altijd veel respect naar mij toe gevoeld, Willy zou het niet anders gewild hebben.”

En hoe kwam hij in je leven?

“Mijn ouders hadden dus een boerderij en Willy was onze leverancier van veevoeders. En eigenlijk was dat als jong meisje al een man waar ik naar opkeek. Hij was nochtans elf jaar ouder, maar hij had iets … Ontzettend veel charisma. 

Zijn vrouw deed de papieren voor zijn zaak, maar ze sukkelde met haar gezondheid. Daarom vroeg hij of ik een paar uren in de week kon komen helpen.  Ik ben begonnen op 5 juli, mijn 17de verjaardag. Een datum die nog vaak symbolisch zou blijken te zijn ...” 

Vertel!

“Het is ook de dag dat hij me ten huwelijk vroeg en dat we effectief getrouwd zijn.”

Hij zei altijd: als er een muur staat, moet je erdoor springen.”

Marie-Jeanne Huysman

En wat hield jouw eerste job zoal in? 

“Eerst was ik er voor de klanten van de veevoeders en de kippenbatterijen. En na enkele jaren kwamen de gebouwen erbij die Willy voor de boeren begon te zetten, stallen en zo. Dan werd het natuurlijk ineens veel drukker en moesten we ook mensen aannemen.”

Was je daar dan voor opgeleid of was het allemaal proefondervindelijk?

“Ik kon eigenlijk niets in het begin: geen boekhouden, geen Frans, geen Engels. Dus ging ik naar de zondagsschool in Gent. Overdag werken, zaterdagavond op stap tot een uur of twee, drie, en dan ’s morgens vroeg met de fiets naar het station, en dan met de tram naar de Vlaanderenstraat. Dat was mijn leven.”

En ondertussen groeide het bedrijf verder?

“Ja, in de buurt ging er een bedrijf failliet en toen heeft Willy het lef gehad om dat te kopen. Dat betekende ook de mensen meenemen en de machines overkopen.”

Besprak hij die beslissingen met jou?

“Bespreken is veel gezegd (lacht). Hij vertelde vooral wat hij ging doen, maar ik was eerder altijd aan de voorzichtige kant. Nogal risicoavers. Dan zei hij altijd: ‘Ik ben de gas, en jij de rem’.” 

Dat is vaak zo in een duo dat goed werkt.

“Als vrouw ben je altijd eerder bezorgd, denk ik. Maar dat is altijd goed verlopen. In de jaren tachtig kwam het bedrijf Megaton uit Ninove op zijn radar. Willy had toen al door dat beton het product van de toekomst was. Hij keek altijd veel verder dan iemand anders. Een visionair. En hij kwam zeer overtuigend over. En charmant, zo charmant.” 

(lees verder onder de foto)

 

Kon jij hem echt afremmen? 

“Dat ging moeilijk, hij luisterde niet echt goed (lacht). Hij zei altijd: ‘Als er een muur is, dan moet je er door springen’. Hij had het nodig om zijn verhaal kwijt te kunnen, maar deed dan toch altijd zijn eigen gedacht.  Soms zeiden ze tegen hem: ‘ Je hebt chance gehad’, maar dat is niet waar. Nee, het geluk moet je zelf maken. En dat heeft hij volop gedaan.” 

Ik was altijd aan de voorzichtige kant. Nogal risicoavers. Dan zei hij altijd: ‘Ik ben de gas, en jij de rem’.”

Marie-Jeanne Huysman

Veranderde jouw rol geleidelijk?

“In die periode moest ik alles doen. Aankopen, verkopen, facturen maken. Ik heb natuurlijk veel bijgeleerd. Willy zei altijd dat de praktijk de beste leerschool is. Ik zie dat hier ook soms bij mensen met een groot diploma ... Je moet het bedrijf leren kennen en begrijpen.”

Je hebt je werk altijd graag gedaan?

“Er was geen tijd om daarbij stil te staan. Dat is zo gegroeid en dat was altijd ‘wij samen’. Willy en ik, ik en Willy. Ik ben er ingerold, ik ging overal mee naar beurzen bijvoorbeeld. En kijk, 59 jaar later zit ik hier nu nog (lacht).” 

Je hebt het vaak over Willy en zijn talenten, maar wat zijn jouw troeven?

“Goh, dat weet ik eigenlijk niet. De mensen vinden me een gemakkelijke. Ik heb met niemand ruzie, kom met iedereen goed overeen. Ik ben vooral een grote optimist.”

Is Willy daarvoor gevallen? Voor je positieve kijk op de dingen? 

“Ik denk het, want hij kon ook zeer onzeker zijn. Dat zag de buitenwereld niet. Dan moest ik de sterke zijn. Hij kon serieus piekeren, vooral over zijn gezondheid. Dan moest ik hem geruststellen. En hij kon niet alleen zijn. Wij waren altijd samen.” 

Wanneer is die liefde echt begonnen?

“Dat is geleidelijk gegaan. Maar eigenlijk was ik al verliefd op hem toen ik dertien, veertien was. Dat waren kinderdromen natuurlijk. Echt samen zijn, dat is gegroeid. We waren altijd samen bezig. En ja … dan komt van het een het ander. Het was geen evident verhaal. Hij had een gezin en kinderen. 

Zo is er een hele periode geweest dat we eigenlijk met drie waren. Dat was geweten. Zijn vrouw ging bijvoorbeeld niet graag op reis. Ik ging dan mee met hem naar beurzen en hielp dan zijn vrouw om zijn valies te maken. Dat was echt zo. Sommige mensen verstaan dat niet. Maar Willy was ... Hoe zou ik dat zeggen? Een soort van manipulator, maar dan in de goede zin.” 

Ik voel in alles wat je vertelt vooral respect.

“Dat was er ook. Ik heb nooit iets geforceerd. Nooit druk gezet. Ik wou geen situatie die niet klopte. Hij zorgde voor zijn vrouw, en ik had daar respect voor. En omgekeerd ook. De kinderen hebben mij altijd gekend. Ik ben gewoon … meegegroeid in hun leven. Eigenlijk ben ik een stuk van de familie geworden.”

Hebben jullie samen kinderen? 

“Nee, dat was toen in die tijd niet aan de orde. Opnieuw uit respect.”

Toch wel een bijzondere situatie, want het vraagt een soort maturiteit die je niet vaak ziet.

“Misschien wel, maar dat was gewoon hoe het liep. We hebben nooit iemand willen kwetsen. Willy ligt zelfs begraven bij zijn vrouw, dat vond ik belangrijk. Bij de mama van zijn kinderen. Waar ik later terechtkom, dat maakt me niet zoveel uit. Ik zal het niet meer weten (lacht).” 

Er is een hele periode geweest dat we met drie waren. Zijn vrouw ging bijvoorbeeld niet graag op reis. Ik ging dan mee met hem naar beurzen en hielp dan zijn vrouw om zijn valies te maken.”

Marie-Jeanne Huysman

Jullie hebben samen een bedrijf opgebouwd dat gigantisch geworden is. Als je daarop terugkijkt, waar ben jij het meest trots op?

“Dat we dat samen gedaan hebben. Van twee mensen naar 2.500 medewerkers. En dat ik hier na 59 jaar nog altijd zit. Dat ik het nog altijd graag doe. Volgend jaar vier ik hier mijn zestigste jubileum. Er zijn niet veel mensen die dat kunnen zeggen, denk ik.”

Onderweg is Willy ook een publiek figuur geworden. Mijn kinderen kennen jullie zelfs van televisie. Hoe is dat begonnen?

“Heel toevallig. Ze kwamen hem vragen voor een programma over ondernemers. En Willy zei: ‘Waarom niet?’ Voor hem was dat simpel: gratis reclame. Alles wat reclame was, was goed.”

Ik kan me voorstellen dat jij daar toch even weer op de rem bent gaan staan?

“Ja, ik heb gezegd: ‘We gaan hier niet alles tonen.’ Geen luxe, geen show. Als we het doen, dan voor het werk. Dat vond ik belangrijk. Het moest stijlvol blijven. Plots kende iedereen ‘Willy Naessens van de zwembaden’. Terwijl dat maar een stukje is van wat we doen. Maar hij was daar altijd slim in. Dat was zijn marketing. Zijn tijd ver vooruit. 

Wat bedoel je daarmee?

“Die containers op werven met onze naam op? Dat deed hij als eerste. Nu doet iedereen dat. Maar dat kwam van hem. Hij dacht altijd: zichtbaar zijn, dat is belangrijk.”

En hoe voelde het voor jou om in die zichtbaarheid mee te moeten stappen?

“Je wordt daar in meegetrokken. Soms zei ik: ‘Willy, moet dat nu?’ (lacht). Maar als hij dacht dat het iets ging opbrengen, dan deed hij het toch. En eerlijk … het heeft ons veel gebracht.”

(lees verder onder de foto)

 

Ja, het was een figuur.  We hebben hem niet zomaar Voka Legende gemaakt …

“Ja, die erkenning heeft hem bijzonder veel deugd gedaan. En toch kreeg hij die avond een flauwte. Dat had hij wel vaker als de emoties te groot werden. Pas na een tijdje hebben we dat kunnen verklaren: hyperventilatie. De druk was soms te groot en dat uitte zich op die manier. Hij had ook een stevig temperament; het was niet altijd de gemakkelijkste van het land, maar als je een bedrijf zoals dit uit de grond stampt, is dat karakter ook nodig natuurlijk.”

En hij kreeg iedereen telkens mee in zijn doelen. Dat lichtjes manipulatieve waarover je zo net sprak …

“Zeker, hij  kon enorm motiveren. Hij kon iemand die het moeilijk had een half uur apart nemen én die kwam weer buiten met goesting. Dat was zijn kracht.”

Ook veel jonge ondernemers naar hem kijken op.

“Ja, ze zagen hem als een voorbeeld. Met zijn tien geboden als levenslessen. Vooral gebaseerd op gezond boerenverstand. En dat ‘het ondernemerschap er moet inzitten’, dat je er moet mee geboren zijn. Als het er niet in zit, moet je er niet aan beginnen. Want anders brengt het waarschijnlijk alleen maar miserie met zich mee.”

Willy kon ook zeer onzeker zijn. Dat zag de buitenwereld niet. Dan moest ik de sterke zijn. Hij kon serieus piekeren, vooral over zijn gezondheid.”

Marie-Jeanne Huysman

Wijze woorden. Nooit een kink in de kabel in jullie relatie?

“Ja, we hadden een keer echt ruzie. Toen zijn we vijf dagen uit elkaar geweest. Ik ging op reis met vriendinnen. Willy ging niet graag op reis, maar hij kon er ook niet goed tegen dat ik wegging. In een colère zei hij: ‘Je moet hier niet meer komen werken.’ 

Ik ben toch gaan helpen bij een afrekening op een werf. Gewoon, omdat dat moest gebeuren. En daar kwam hij toevallig langs. We begonnen te praten. En uiteindelijk is hij zelf mee op reis gegaan. En dat was het dan. Zo ging dat bij ons.

Zijn vrouw was toen ook blij dat het weer goed zat tussen ons, want er was in die vijf dagen blijkbaar geen huis met hem te houden (lacht). Maar af en toe durfde hij ook kleine dingen niet zelf doen …” 

Zoals? 

“Hij had zo zijn trucjes. Als we ergens waren en hij wou iets extra, dan zei hij tegen mij: ‘Vraag nog een koekje.’ En effectief, als je één koekje vraagt, krijg je er één. Maar als je er nog één vraagt … krijg je een heel plateau. Dat waren van die kleine dingen. Maar dat typeerde hem.”

Heb je niet het gevoel dat je vooral in functie van hem hebt geleefd?

“Nee, ik vond dat niet erg. En ook nu blijf ik in functie van het bedrijf leven. Ik zou zot komen tussen mijn vier muren. Ik denk dat ze me hier ‘moeder overste’ noemen ondertussen. Ik ben een beetje de controleur van alles. Ze schrikken soms welke fouten ik nog vind in de calculatie, maar dat is jaren ervaring natuurlijk. Al worden de projecten groter en ingewikkelder natuurlijk. Ik kan nog altijd ‘madam Arabelle’ worden en de koffie ronddragen hé (lacht).”

Een aantal jaren terug zijn jullie dan toch nog getrouwd.

“Toen ik hier vijftig jaar in dienst was, gingen we eten met enkele bevriende koppels. Daarna kwamen we nog naar het bedrijf; ik voelde dat hij heel nerveus liep. We komen hier binnen en het staat vol volk. En plots gaat hij op zijn knieën. Wat kon ik zeggen? (lacht)”

Wat deed dat met jou?

“Dat was een erkenning. Na al die jaren. Geen verschil in ons gevoel, maar wel een bevestiging. Dat hij zei: jij en ik.”

Sinds zijn overlijden draag je hem elke dag mee. Hoe voelt dat gemis vandaag?

“Dat is er elke dag. Die momenten waarop je iets wil vertellen … en hij is er niet. Dat blijft.”

En toch zeg je ook: ik moet vooruit.

“Ja. Hij zei altijd: ‘Rust roest.’ Hij kon niet lang alleen zijn. En eigenlijk kon hij ook niet lang thuiszitten. Altijd vol ongeduld. Ik heb dat ook een beetje van hem overgenomen. Ik ben nu alleen thuis, en dat is  zeer moeilijk.  Ik heb gelukkig altijd veel te doen of ik zoek mijn zus of vriendinnen op. Dus ik blijf gaan. Ik kom buiten, ik werk nog, ik zie mensen. Dat houdt mij recht.”

En de familie?

“Die band blijven we koesteren. Elke woensdag eten we samen met de kinderen en kleinkinderen. En rond zijn verjaardag zijn we met iedereen naar Frankrijk gegaan. Dat blijft. En met Pasen rapen we met een honderdtal eitjes aan het kasteel.”

Je ziet er trouwens heel goed uit, vol energie.

“Bedankt, ik probeer ook nog van alles te doen. Ik word overal gevraagd en gerespecteerd. Dat is wel fantastisch. Weet je, Willy ging niet graag ’s avonds weg. Hij had het ook niet graag dat ik weg was. Dus mijn uitstappen waren beperkt. En nu … beslis ik zelf. Dat is wennen.”

Dat lijkt me een dubbel gevoel. Enerzijds gemis, anderzijds ruimte.

“Ja. Dat is precies zo. Maar ik moet bezig zijn. Stilzitten is niets voor mij.”

Bedankt voor het fijne gesprek, Marie-Jeanne. Ik wens je nog een actief en gezond leven toe. Met veel warme herinneringen aan Willy.
 

imu - ov - Adverteren bij Voka

Artikel uit publicatie

Proximus
Wintercircus
Deloitte Private
Flancco
ING
Mensura
SDWorx