Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 07/04/2026

Printen in 3D is veel meer dan spielerei, al moeten kmo’s daar soms nog van overtuigd worden. Hogeschool Thomas More maakt daar werk van: met diverse projecten overtuigen Kevin Sel en zijn collega’s ondernemingen van de voordelen van 3D-printen. “Heel vaak maakt scepticisme snel plaats voor enthousiasme.”

Wie rondwandelt op Campus De Nayer in Sint-Katelijne-Waver kan niet naast de bijzondere aanhangwagen kijken: een grote 3D-printer wacht ongeduldig om opnieuw in actie te komen. Met het mobiele printlab trekken de medewerkers van het expertisecentrum Ontwerp en Technologie naar scholen om studenten te werven voor hun opleiding. Maar ze gaan ook naar beurzen en ondernemingen, om demo’s rond 3D-printing te geven en om bedrijven te adviseren over het gebruik van dergelijke hoogtechnologische apparaten.

“Daar is binnen de Vlaamse bedrijfswereld echt nog wel nood aan”, vertelt Kevin Sel, Research & Innovation coördinator bij Thomas More, met focus op 3D-maaktechnologie. “Uiteraard gingen veel bedrijven al aan de slag met de 3D-printer, maar we horen nog al te vaak dat het om een hype zou gaan. Zo’n printer, dat is toch speelgoed, klinkt het dan.”

Stappen richting digitalisering

De 3D-printer werd populair zo rond 2010, toen de eerste betaalbare modelletjes ‘voor thuis’ op de markt kwamen. Sel: “De technologie is ondertussen erg geëvolueerd natuurlijk. Vandaag kan je ook printen in hars, in vloeistof, in metaal… Die laatste techniek is nu nog duur, maar gaat op termijn zeker betaalbaarder worden. Wij proberen de nieuwste evoluties zoveel mogelijk in huis te hebben en doen aan kennisvergaring.”

Die kennis gebruiken Sel en zijn collega’s om maakbedrijven te helpen bij het introduceren van nieuwe technologieën in hun productieprocessen. “Meer algemeen adviseren we ondernemingen om technologie efficiënter en effectiever in te zetten. Het 3D-printen is daar een belangrijk voorbeeld van. Wij vertalen academisch onderzoek om bedrijven toegepast te gaan helpen.”

Scepsis wordt enthousiasme

Dat helpen gebeurt op verschillende manieren. Zo kunnen ondernemingen via Blikopener, een VLAIO-project van de Vlaamse overheid, gedurende een halve dag gratis advies rond 3D-printen krijgen van Thomas More. ‘Borrow a Printer’ geeft bedrijven dan weer de kans om een 3D-printer een tijdje gratis te ontlenen, zodat ze op een laagdrempelige manie kunnen kennismaken met de technologie. De onderzoekers mikken vooral op kmo’s, zonder eigen R&D-afdeling. “Vaak merken we in het begin een zekere scepsis bij de bedrijven”, weet Sel. 

“Maar die maakt in de meeste gevallen snel plaats voor enthousiasme. In de praktijk kunnen laten zien wat een 3D-printer kan betekenen in het productieproces is ideaal om mensen te overtuigen van de voordelen.”

Via Blikopener kunnen ondernemingen een halve dag gratis advies rond 3D-printen krijgen.

Kevin Sel, Research & Innovation coördinator Thomas More

Eerst investeren, dan besparen

“Het ontbreekt de medewerkers vaak nog aan de noodzakelijke skills, maar wij kunnen ook helpen met de opleiding. We geven de bedrijven demo’s en printen voor hen bijvoorbeeld een wisselstuk, maar we zijn natuurlijk geen printbedrijf. We zijn de spil tussen idee en volledige uitrol. Wanneer een onderneming meerdere voorwerpen wil laten printen, verwijzen we door naar gespecialiseerde bedrijven.”

Het financiële plaatje is een van de drempels waar maakbedrijven over moeten. Instapmodellen zijn relatief betaalbaar, toch vergt de aankoop van een 3D-printer altijd een investering. Maar volgens Kevin Sel kan er vervolgens op andere posten bespaard worden. “Een 3D-printer is bijvoorbeeld ideaal om snel en relatief eenvoudig een prototype te maken. Gaat een onderdeel van een machine stuk, is het niet altijd nodig een nieuw onderdeel of zelfs een nieuwe machine te kopen: met de printer kan je het onderdeel misschien zelf wel maken. Een 3D-printer is geen zaligmakende oplossing, maar kan vaak wel veel betekenen voor een bedrijf in de maakindustrie.”

Interesse? Mail kevin.sel@thomasmore.be

Project wil grootschalig printen een boost geven

Recent begon het expertisecentrum Ontwerp en Technologie van Thomas More met een nieuw project rond grootschalig 3D-printen (G3DP). Het is een van de zogeheten COOCK-projecten (Collectieve Kennisverspreiding en Collectief Onderzoek en Ontwikkeling) van VLAIO, met als doel kennis en technologie vanuit onderzoeksinstellingen over te dragen naar (vooral kleine en middelgrote) ondernemingen.

“Op dat vlak staat bijvoorbeeld Nederland al een heel stuk verder dan wij”, zegt Kevin Sel. “In België zijn er maar twee of drie bedrijven gespecialiseerd in dat grootschalig printen. De technologie biedt nochtans voordelen voor heel wat sectoren. Ik denk bijvoorbeeld aan de meubelsector: in ons expertisecentrum printen we tegenwoordig meubels. Maar ook voor onder meer de zorgsector creëert dit nieuwe mogelijkheden.”

Besparen op materiaalkost

Ook de matrijzenbouw moet zeker vermeld worden. Sel: “Om een mal te maken wordt klassiek begonnen met één grote blok materiaal. Daar wordt dan materiaal afgeschraapt – dat noemen we subtractief – om uiteindelijk tot de juiste vorm te komen. Op die manier gaat heel wat materiaal verloren. Met 3D-printen ga je additief te werk: dat bespaart enorm op materiaalkosten. Moet er vervolgens bijgeschaafd worden om de vorm nog aan te passen, dan is dat geen probleem: materiaal gaat de shredder in en kan probleemloos opnieuw gebruikt worden.”

Thomas More is nog op zoek naar ondernemingen die mee in het project willen stappen. Zij vinden meer info op https://thomasmore.be/nl/grootschalig-3d-printen-g3dp.

Jouw advertentie in Ondernemers?

Adverteren via Voka Mechelen-Kempen

Klik hier

Artikel uit publicatie

Renotec
Varo
Van Mossel
KV Mechelen
Citymesh
Van Havermaet
ING
Mensura
SDWorx
Deloitte Private
Degroof Petercam
PFL
Van Roey