
Limburgse start- en scale-ups haalden tussen 2021 en 2025 samen 155 miljoen euro kapitaal op. Tegelijk groeit ook het aantal investeringsmaatschappijen en fondsen in de provincie. Toch blijft één belangrijke zwakte overeind: zodra bedrijven grotere bedragen nodig hebben om internationaal door te groeien, droogt het aanbod aan kapitaal snel op. Dat blijkt uit een analyse van Voka – KvK Limburg. “We slagen erin sterke bedrijven te laten ontstaan, maar moeten er ook voor zorgen dat ze hun volgende groeifase vanuit Limburg kunnen realiseren”, zeggen Johann Leten en Jonas De Raeve, gedelegeerd bestuurder en directeur belangenbehartiging van Voka – KvK Limburg.
De jongste cijfers van Flanders Investment & Trade tonen dat Vlaamse bedrijven tussen 2021 en 2025 samen ruim 3 miljard euro kapitaal ophaalden. Limburg was goed voor 155 miljoen euro. Daarmee doet de provincie beter dan West-Vlaanderen, waar 88,9 miljoen euro werd opgehaald, maar blijft de afstand met Oost-Vlaanderen en Antwerpen groot.
Vooral in 2021 en 2022 werden in Limburg sterke bedragen opgehaald, telkens meer dan 37 miljoen euro. De meeste investeringsrondes blijven echter beperkt tot pre-seed, seed en Series A. Grotere Series B-rondes, die vaak noodzakelijk zijn om internationale groei te financieren, komen nauwelijks voor.
“Dat is precies waar de uitdaging vandaag zit. Voor de eerste groeifase vinden Limburgse ondernemingen relatief goed hun weg naar kapitaal. Maar wanneer de financieringsbehoefte sterk toeneemt, wordt de vijver veel kleiner. Zonder voldoende groeikapitaal riskeren we dat succesvolle bedrijven voor hun verdere ontwikkeling elders aankloppen”, zegt Jonas De Raeve, directeur belangenbehartiging van Voka - KvK Limburg.
Meer investeerders, maar nog te weinig grote tickets
Positief is dat het Limburgse investeringslandschap groeit. De provincie telt vandaag 64 investeringsmaatschappijen en fondsen met hoofdzetel in Limburg. Toch blijft dat duidelijk minder dan in Antwerpen, Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant.
“Meer investeerders is goed nieuws, maar het gaat niet alleen om het aantal spelers. We hebben vooral meer investeringscapaciteit en grotere tickets nodig om bedrijven ook in hun scale-upfase te kunnen ondersteunen”, aldus De Raeve.
Voka pleit daarom voor grotere investeringsfondsen waarin publiek, privaat en institutioneel kapitaal wordt samengebracht. Zo kunnen Limburgse groeibedrijven ook voor grotere financieringsrondes in eigen regio terecht.
Schaal creëren over de grenzen heen
Daarnaast moet Limburg sterker aansluiten bij omliggende kennis- en economische regio’s. De samenwerking met Brainport Eindhoven biedt daarvoor kansen en kan verder worden uitgebouwd binnen de kennisdriehoek Eindhoven-Leuven-Aken, met Limburg als centrale schakel.
“Onze bedrijven hebben schaal nodig. Door kapitaal, kennis en markten over de grenzen heen beter met elkaar te verbinden, kunnen we ondernemingen sneller laten groeien en internationale investeringen aantrekken”, zegt De Raeve.
Ook de overheid kan een grotere rol spelen als eerste klant van innovatieve bedrijven. Voka pleit ervoor om overheidsopdrachten toegankelijker te maken voor kmo’s en groeibedrijven en streeft naar een aandeel van 80% kmo’s in de offertes en 60% in de winnende aanbestedingen.
“Een eerste grote referentie kan voor een jong technologiebedrijf het verschil maken. Overheidsopdrachten moeten daarom eenvoudiger, flexibeler en meer gericht zijn op innovatie”, aldus De Raeve.
Sterke basis voor verdere groei
De fundamenten van het Limburgse start-upecosysteem blijven sterk. Uit cijfers van Voka blijkt dat 85% van de starters die een Bryo-begeleidingstraject volgen na vijf jaar nog actief is, tegenover 64% van de starters zonder begeleiding in Vlaanderen.
Voka – KvK Limburg ondersteunt die verdere groei onder meer via Tech Gazellen, een netwerk waarin jonge technologiebedrijven ervaringen uitwisselen en samen oplossingen zoeken voor de uitdagingen die gepaard gaan met snelle groei.
“De basis is er. De volgende stap is ervoor zorgen dat sterke Limburgse bedrijven niet alleen hier starten, maar hier ook kunnen doorgroeien”, besluit De Raeve.










