Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 17/08/2026

Bijna één op de twee Limburgse startende ondernemers verwacht het komende jaar bijkomende financiële middelen nodig te hebben. Vooral de dagelijkse werking, marketing en personeelskosten wegen door. Toch toont onderzoek van PXL Research ook veel ambitie: meer dan de helft van de starters wil de komende drie jaar verder groeien.

Twijfel hoort bij de start

De stap naar het ondernemerschap begint vaak met onzekerheid. Uit een bevraging bij 107 Limburgse ondernemers die maximaal tien jaar actief zijn, blijkt dat 66% twijfels ervaarde voordat ze een eigen zaak startten. Bij ongeveer één op de zes waren die twijfels zelfs uitgesproken groot.

Vooral het loslaten van een vast inkomen en het risico op financiële tegenslagen zorgen voor bezorgdheid. Eenmaal de beslissing genomen is, gaat het bij veel starters echter snel: 79% kon onmiddellijk producten of diensten verkopen. Een kleinere groep van 19% moest het aanbod eerst verder ontwikkelen, testen en in de markt zetten.

“De start van een onderneming verloopt zelden in een rechte lijn”, zegt Ellen Olislagers, directeur Starters bij Voka – KvK Limburg. “Veel ondernemers beginnen met ambitie, maar ook met vragen over hun inkomen, het marktpotentieel en hun eigen ondernemersvaardigheden.”
47% verwacht extra middelen nodig te hebben.

Van de bevraagde starters verwacht 47% het komende jaar zeker of waarschijnlijk bijkomende financiering nodig te hebben. Die middelen zijn voornamelijk bestemd voor:

  • de dagelijkse werkingskosten;
  • marketing en commerciële activiteiten;
  • personeelskosten.

Innovatie, digitalisering en internationale groei worden minder vaak genoemd als onmiddellijke financieringsdoelen. Dat wijst erop dat veel jonge ondernemingen hun beschikbare middelen in de eerste plaats nodig hebben om de basiswerking gezond te houden.

De gezochte bedragen zijn bovendien aanzienlijk. Van de starters met een financieringsbehoefte zoekt 36% tussen 10.000 en 50.000 euro. Nog eens 34% heeft tussen 50.000 en 250.000 euro nodig.

Voor die financiering kijken starters vooral naar vertrouwde bronnen, zoals een banklening, de winst van de onderneming of eigen middelen. Financieringsvormen zoals business angels, crowdfunding en durfkapitaal blijven voorlopig minder bekend of minder toegankelijk.

Opvallend is dat Limburgse starters moeilijker toegang lijken te vinden tot leningen en extern kapitaal dan ondernemers elders in Vlaanderen. Voor 19% van de Limburgse respondenten vormt dit een probleem, tegenover 7% in de rest van Vlaanderen.

Klanten vinden wordt een steeds grotere uitdaging

De belangrijkste uitdagingen van starters liggen dicht bij de kern van het ondernemerschap:

  • 28% noemt klanten vinden, verkopen en concurrentie als belangrijkste uitdaging;
  • 21% wijst op financiële uitdagingen;
  • 20% ervaart moeilijkheden met bedrijfsvoering en strategie;
  • 16% noemt personeel als belangrijk aandachtspunt;
  • 11% verwijst naar technologie en digitalisering.

“Vroeger hoorden we vooral de vraag: ‘Waar is het talent?’ Vandaag klinkt steeds vaker: ‘Waar zijn mijn klanten?’”, zegt Marc Beenders, coördinator van Limburg Startup. “Dat toont aan hoe belangrijk het is om starters niet alleen te begeleiden bij de ontwikkeling van hun onderneming, maar ook bij het versterken van hun commerciële slagkracht.”

Ook administratieve verplichtingen, stijgende energie-, huur- en loonkosten en een gebrek aan tijd remmen de groei af. Starters moeten tegelijk klanten bedienen, hun administratie opvolgen én strategisch aan hun onderneming werken.

Bron: PXL onderzoek: helft van de Limburgste starters heeft geld nodig | HBVL

Contactpersoon

Noë Erna

Adviseur starten

Medialife
Appsys
Barrier
Trixxo
KPMG
Alk Reismakers
Propaganda
ING
Mensura
SDWorx
Groep JAM