
De economische context blijft bijzonder uitdagend. Internationale geopolitieke spanningen, stijgende energieprijzen, handelsonzekerheid en een afkoelende Europese economie zorgen voor toenemende druk op ondernemingen. Tegelijk groeit ook de bezorgdheid over de toestand van de Belgische overheidsfinanciën. Economen, internationale instellingen en het Rekenhof waarschuwen steeds nadrukkelijker dat België afstevent op een structureel onhoudbaar begrotingstraject. Vandaag bedraagt het Belgische begrotingstekort al 5,2% van het bbp, één van de hoogste niveaus in Europa. Zonder ingrijpen blijven zowel het tekort als de overheidsschuld verder oplopen. Die evolutie is niet zonder gevolgen voor de economie. Hogere rentelasten beperken de ruimte voor investeringen in infrastructuur, innovatie, defensie, energie en competitiviteit. Tegelijk worden ondernemingen geconfronteerd met hoge loon- en energiekosten, toenemende internationale concurrentie en een gebrek aan voorspelbaarheid. Dat vertaalt zich ook in de conjunctuurindicatoren: verschillende sectoren tonen tekenen van stabilisering, maar een echte groeiversnelling blijft voorlopig uit.
“In een context van budgettaire druk en internationale onzekerheid zullen investeringen in productiviteit, innovatie, infrastructuur en ondernemerschap essentieel zijn om de competitiviteit van onze regio te vrijwaren. Tegelijk groeit de nood aan structurele hervormingen en een geloofwaardig begrotingsbeleid, zodat de overheid ook in de toekomst voldoende ruimte behoudt om economische groei te ondersteunen", aldus Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka - KvK Limburg.
Starters: slechte start tweede kwartaal
In april 2026 werden in Limburg 888 nieuwe starters geregistreerd, wat neerkomt op een dalende trend tegenover april vorig jaar (920). Daarmee tellen we in de eerste maand van het tweede kwartaal 3,5% minder starters dan in 2025. Daarmee kon nog geen enkele maand van dit jaar het beter doen dan in 2025.
Export kent stagnerende trend tot najaar
In april worden 2% meer exportattesten afgeleverd dan in maart. Ondanks deze groei blijft het totale volume met 1604 stuks -3.8% onder het maandgemiddelde. Tot oktober lijkt de exportactiviteit te stagneren om en bij de 1530 maandelijkse certificaten. Hiermee worden de vooruitzichten van vorige maand bevestigd. De year-to-year differential klimt uit de rode zone en evolueert van -1.9% naar 1.4%. De gerealiseerde exportwaarde groeit met 2.5% aan tot €76.6 miljoen. Ondanks deze toename gaat het om een relatief zwak resultaat: er moet namelijk reeds teruggegaan worden tot 2018 om voor april een nog lager exportzakencijfer terug te vinden. Voor de periode tot oktober dient zich vervolgens een opwaartse trend aan tot ruim €80 miljoen. Een jaar geleden werd het verloop nog gedomineerd door een stagnatietendens. De year-to-year differential blijft nog marginaal negatief (-0.2%) maar krimpt wel gevoelig ten opzichte van vorige maand (-3.5%).
Bouw kwakkelt verder
Volgens de meest recente data werden in januari 458 bouwvergunningen afgeleverd of -1.9% minder dan in december. Deze krimp gaat volledig terug op de dynamiek binnen de residentiële renovatie (-10.6%), de niet-residentiële nieuwbouw (-9.3%) en de niet-residentiële renovatie (-15.6%). De residentiële nieuwbouw laat als enige een expansie optekenen (+9.9%). Op basis van de momenteel beschikbare informatie zou de totale bouwactiviteit in de periode mei-oktober stagneren om en bij de 465 vergunningen per maand. Deze stagnatietendens doet zich voor binnen elk van de indicatieve segmenten en is niet significant verschillend van het patroon dat een jaar geleden aan de orde was. De year-to-year differentials zitten allemaal in de lift. De marge voor de residentiële nieuwbouw blijft negatief maar krimpt wel van -5.4% naar -2.6%. De marges voor de renovatiebouw blijven beide positief en verruimen sterk: de differential voor residentiële projecten groeit aan van 5.9% tot 10.5%, die voor de niet-residentiële van 10.3% tot 42%. De marge voor de niet-residentiële nieuwbouw klimt uit de rode zone en evolueert van -8.5% naar 2.7%. De differential voor de totale markt verruimt per saldo van -1.4% naar 4.2%.

Mei 2026 - November 2026
Verkoop personenwagens valt terug
In april werden -20.3% minder nieuwe voertuigen ingeschreven dan in maart. Deze op het eerste gezicht omvangrijke maand-tot-maand krimp valt in historisch perspectief wel enigszins mee. De oorzaak van de huidige terugval zit in hoge mate bij de personenwagens (-24%). Voor de vrachtwagens en opleggers blijft de terugval beperkt tot amper -1.2% terwijl voor de bedrijfsvoertuigen een expansie met 2.7% mag gerapporteerd worden. In de periode tot oktober blijft de trend voor de bedrijfsvoertuigen en de personenwagens neerwaarts gericht. Voor de vrachtwagens en opleggers dient zich een stagnerende trend aan. De year-to-year differential voor de bedrijfsvoertuigen stagneert met -7.4% op het niveau van vorige maand (-7.5%). De marge voor de personenwagens blijft positief maar wordt zo goed als gehalveerd (van 5.3% naar 2.8%). De marge voor het numeriek kleine segment van de vrachtwagens en opleggers verruimt van 12% tot 16%. Per saldo krimpt de differential voor de totale markt van 3.2% naar 1.3%.
Meest beperkte jobaanbod sinds 2016
In april werden 25.334 werkzoekende werklozen geregistreerd of -2.1% minder dan in maart. De groep mannen krimpt met -2.3%, het aantal vrouwen met -1.9%. De klassieke juli-hausse drijft het aantal werkzoekenden tegen het einde van het derde kwartaal op. Tijdens de periode mei-oktober verloopt de opwaartse trend voor beide geslachten minder steil dan in dezelfde periode van vorig jaar. Alle year-to-year differentials blijven negatief en verruimen relatief sterk ten opzichte van vorige maand. De marge voor de mannen evolueert van -1.5% naar -4.4% en die voor de vrouwen van -2.2% naar -3.3%. In april worden 2308 vacatures uitgeschreven of -7.9% minder dan in maart. Het gaat deze maand om het meest beperkte jobaanbod sinds 2016. Ondanks de traditionele julikrimp blijft een significant opwaartse trend met dezelfde intensiteit als een jaar geleden de verdere ontwikkeling determineren. De year-to-year differential (10%) blijft quasi stabiel op het niveau van vorige maand (10.7%). De niet-ingevulde vacatures zetten hun krimpparcours ongehinderd verder: in april bedraagt de terugval -3.4%. Het totale volume strandt op 5752. In de loop van de volgende zes maanden blijft de trend nog licht opwaarts gericht maar voor de tweede jaarhelft lijkt van langsom meer stagnatietendens toch de bovenhand te halen. De year-to-year differential blijft constant op het niveau van vorige maand (-36.8%).
Toerisme op weg naar topzomer
In januari belandt de toeristische activiteit traditioneel op haar jaarlijkse minimumniveau. Met een maand-tot-maand krimp van -31.4% valt het aantal geregistreerde aankomsten terug tot 85.653. Het aantal overnachtingen valt met ruim -28% terug tot 226.512. Een expansief elan zet vervolgens verder door tot maximumwaarden van ruim 203.000 aankomsten en 832.000 overnachtingen in juli. Deze topwaarden overtreffen die van vorig jaar met respectievelijk 5.8% en 2%. Tegen het begin van de herfst valt de activiteit voor beide indicatoren terug tot niveau van april. De year-to-year differential voor de aankomsten krimpt van 5.7% tot 2%, die voor de overnachtingen wordt gehalveerd en valt terug van 4.9% naar 2.5%. Voor de bezettingsgraden is nog steeds geen betrouwbare update van de inputcijfers beschikbaar.










