Het compromis wordt in dit land te vaak opgevoerd als de hoogste politieke deugd. Het woord klinkt warm, redelijk en beschaafd. Maar wie de retoriek doorprikt, ziet vooral de nefaste gevolgen ervan. Compromissen staan niet zelden haaks op durf, op kordaat handelen en - bijna per definitie - op ondernemerschap. Ze sussen, vertragen en vervlakken. En uiteindelijk laten ze iedereen achter met het onbehaaglijke gevoel dat het echte probleem opnieuw niet is aangepakt.
Een ondernemer kan zich dat zelden permitteren. Ondernemen is vaak beslissen in onzekerheid. Het is wikken en wegen, cijfers analyseren, scenario’s doorrekenen en risico’s inschatten. Maar hoe grondig de voorbereiding ook is, er blijft altijd een rest onzekerheid. Op dat moment neemt iets anders het over: het buikgevoel. Dat innerlijke kompas dat zegt: dit is nodig, dit is juist, dit is goed voor het bedrijf. Zulke beslissingen zijn zelden comfortabel. Ze vragen vaak offers op korte termijn: investeringen die pijn doen, afscheid van mensen, het loslaten van zekerheden. Maar net die moedige keuzes worden op langere termijn vaak beloond met duurzame groei, stabiliteit en vertrouwen.
In de politiek lijkt dat mechanisme volledig zoek. Daar wordt onzekerheid niet beheerst, maar geproduceerd. Slecht geschreven wetgeving, geboren uit eindeloze, vaak nachtelijke onderhandelingen en halfslachtige compromissen, zaait twijfel en wantrouwen. Het recente nieuws dat een hervorming alweer op de schop gaat omdat ze juridisch rammelt, is geen accident de parcours maar een symptoom. Geloof me vrij: overmorgen herhaalt dit zich bij andere dossiers, van fiscale hervormingen tot nieuwe heffingen. Niet omdat de uitdagingen onduidelijk zijn, maar omdat niemand de verantwoordelijkheid durft te nemen om helder, consequent en noodzakelijk te handelen.
Het resultaat is een ziekelijk bestuurssysteem waarin de ‘weg van het haalbare’ systematisch verward wordt met de ‘weg van het noodzakelijke’. Alsof politiek management betekent: zo weinig mogelijk weerstand oproepen, zo veel mogelijk pleisters kleven en vooral geen echte keuzes maken. Het beeld van de lelijke kameel – je weet wel, een paard ontworpen door een commissie – is intussen pijnlijk accuraat. Kijk naar onze mobiliteit: beperkte spitsstroken als antwoord op structurele verkeerscongestie. Geen visie, geen moed, wel symptoombestrijding. Zachte heelmeesters, inderdaad, maar die smerige en stinkende wonden achterlaten. Dat alles gebeurt in aanloop naar alweer een verkiezingscampagne en kortetermijnscoren. De horizon wordt korter, de reflexen worden defensiever, het compromis wordt nog holler. Intussen groeit de polarisatie, brokkelt het vertrouwen af en voelen burgers en ondernemers zich stuurloos.
Alsof dat alles nog niet verontrustend genoeg is, speelt dit falen zich af tegen een achtergrond die historisch ongezien is. Geopolitieke spanningen nemen toe, machtsblokken herschikken zich en economische zekerheden die decennialang als vanzelfsprekend golden, brokkelen af. De wereld wordt instabieler, competitiever en onvoorspelbaarder. In zo’n context is besluiteloosheid geen neutrale houding meer, maar een strategische fout. Landen die blijven hangen in eindeloos overleg en lauwe compromissen, worden speelbal van zij die wel durven kiezen. Politiek die zichzelf verlamt, verliest niet alleen geloofwaardigheid, maar ook soevereiniteit.
Het compromis wordt in dit land te vaak opgevoerd als de hoogste politieke deugd.
Bert Mons, Gedelegeerd bestuurder
Daarbovenop komt de demografische realiteit: een vergrijzende bevolking, een krimpende actieve kern en een groeiende druk op sociale systemen. Dat zijn geen hypothetische toekomstscenario’s, maar mathematische zekerheden. Ze vragen hervormingen die verder reiken dan één legislatuur en verder kijken dan het volgende peilingsmoment. Voeg daar de klimaatuitdaging aan toe — structureel, grensoverschrijdend en onomkeerbaar — en het wordt ronduit gevaarlijk om te blijven doen alsof halve maatregelen volstaan. Klimaatbeleid dat geboren wordt uit compromis, is zelden beleid maar eerder uitstel. Het sust het geweten zonder het probleem op te lossen.
Net zoals bij infrastructuur, fiscaliteit of energie schuiven we de echte keuzes voor ons uit, in de hoop dat iemand anders ze later zal maken. Maar tijd is exact de luxe die we niet meer hebben. Politiek zou nochtans moeten verbinden. Ze zou richting moeten geven, duidelijkheid scheppen en duurzame toekomstperspectieven bieden. Niet door iedereen een beetje tevreden te houden, maar door eerlijk te zeggen wat nodig is – ook als dat ongemakkelijk is.
Ondernemers weten het al lang: wie altijd kiest voor het compromis, kiest uiteindelijk voor stilstand. Misschien wordt het tijd dat de politiek datzelfde lef aan de dag legt. Want zonder durf geen vooruitgang. En zonder duidelijke keuzes blijft enkel onzekerheid over.





