Wie een onderneming leidt, weet dat een begroting meer is dan een optelsom. Ze toont waar je naartoe wilt, waarin je gelooft en welke keuzes je durft te maken. Kosten beheersen is noodzakelijk. Maar wie alleen schrapt en nooit investeert, bespaart uiteindelijk ook zijn toekomst weg. Die gedachte mis ik voorlopig in het politieke begrotingsdebat.
Op federaal niveau heeft premier Bart De Wever de onderhandelingen geopend met een inmiddels berucht ‘wit kaftje’: een bundel met mogelijke maatregelen die samen ruim 10 miljard euro moeten opleveren. Op Vlaams niveau zoekt de regering naar een uitweg uit een tekort van ruim 2 miljard euro. Nog vóór de gesprekken goed en wel begonnen zijn, vliegen de veto’s, taboes en proefballonnen ons alweer om de oren.
Nochtans is de kern eenvoudig: België heeft geen tekort aan inkomsten. We hebben een overheid die structureel meer uitgeeft dan onze economie kan dragen. Na jaren van uitstel kan niemand nog geloofwaardig beweren dat een kleine taks hier en een symbolische besparing daar zullen volstaan. Er bestaat geen mirakelrecept. Wel zijn de noodzakelijke ingrediënten bekend.
Begin bij een overheid die efficiënter werkt. De publieke tewerkstelling is in 30 jaar gestegen van ongeveer één miljoen naar ruim anderhalf miljoen mensen. Tegelijk wachten burgers en ondernemingen nog altijd te lang op vergunningen, dossiers en beslissingen. Digitalisering en artificiële intelligentie bieden enorme kansen om administraties, justitie en vergunningverlening sneller en productiever te maken. Niet door mensen blind te vervangen, wel door middelen en talent veel slimmer in te zetten.
Ook in de gezondheidszorg moeten we de moed hebben om te hervormen. België levert goede zorg, maar tegen een hoge kostprijs. Meer preventie, een betere organisatie van het ziekenhuislandschap en een financiering die kwaliteit en resultaten beloont, kunnen tegelijk onze zorg verbeteren en de factuur beheersbaar houden. Efficiënter betekent niet noodzakelijk minder zorg. Het kan net méér en betere zorg betekenen met dezelfde middelen. Vervolgens moeten we kritisch naar subsidies kijken. Niet met de botte bijl, maar met een scalpel. Steun die geen aantoonbaar resultaat oplevert, moet ter discussie kunnen staan. Maar maatregelen die innovatie, onderzoek en ontwikkeling, export of industriële activiteit versterken zomaar afbouwen zou bijzonder kortzichtig zijn. Wie bespaart op zijn groeimotor, rijdt morgen trager.
Ons land heeft nood aan een begrotingsstrategie.
Bert Mons, Gedelegeerd bestuurder
Ook aan de inkomstenzijde zijn slimmere keuzes mogelijk. Ons btw-stelsel is uitgegroeid tot een kluwen van tarieven en uitzonderingen. Daarin meer lijn brengen kan, op voorwaarde dat de opbrengst wordt gebruikt om de lasten op arbeid te verlagen én dat wordt vermeden dat hogere btw via de automatische indexering opnieuw volledig bij onze ondernemingen terechtkomt. Onze concurrentiepositie staat vandaag al zwaar genoeg onder druk.
En ja, ook de regio’s moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. De snelst stijgende uitgaven voor pensioenen, gezondheidszorg, defensie en rentelasten zitten vooral op het federale niveau. Die uitdaging kan onmogelijk door de federale regering alleen worden gedragen. Dat zelfs de premier nu openlijk erkent dat een hervorming van de financieringswet en uiteindelijk een nieuwe staatshervorming noodzakelijk worden, is dan ook geen communautair vuurwerk. Het is budgettaire logica. Wie bevoegd is om uit te geven, moet ook voldoende verantwoordelijkheid dragen voor de financiering ervan. Dat geldt evenzeer voor Vlaanderen. Een Vlaamse begroting in evenwicht is belangrijk, maar het jaartal waarop dat evenwicht wordt bereikt, mag geen fetisj worden. De echte vraag is welke keuzes onze economie sterker maken. Besparen op infrastructuur, innovatie, onderwijs, onderzoek of ruimte voor bedrijvigheid levert misschien een mooier begrotingstabelletje op, maar verarmt ons op langere termijn. Dat brengt mij bij het belangrijkste ingrediënt: economische groei. Zonder groei wordt elke begrotingsronde een gevecht om een kleiner wordende taart. Met meer groei stijgen de inkomsten, ontstaan banen en krijgen we opnieuw ruimte om te investeren in zorg, veiligheid, defensie en klimaat. Eén procentpunt extra jaarlijkse groei kan Vlaanderen tegen 2035 bijna 50 miljard euro bijkomende toegevoegde waarde opleveren. Dat is geen detail in de marge. Dat is het verschil tussen voortdurend verdelen en opnieuw vooruitgaan.
Het witte kaftje van de premier kan het begin van een oplossing zijn. Maar een verzameling besparingsopties is nog geen toekomstplan. Ons land heeft nood aan een begrotingsstrategie die hervormt waar het moet, investeert waar het rendeert en groei opnieuw centraal stelt. Ondernemers maken elke dag keuzes onder druk. Ze verwachten van hun regeringen dezelfde ernst, dezelfde moed en vooral dezelfde blik vooruit.







