Ondernemen is vooruitkijken. Dat geldt ook voor de manier waarop je jezelf als bedrijfsleider vergoedt. Vanaf aanslagjaar 2027 wijzigen namelijk de voorwaarden om als kleine vennootschap te genieten van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting. Een van de belangrijkste wijzigingen? De minimale bedrijfsleidersbezoldiging wordt opgetrokken. Maar wat houdt die wijziging precies in? En moet je jouw bezoldiging nu verhogen? We zetten de belangrijkste aandachtspunten op een rij.
Wat verandert er?
Vandaag moet minstens één bedrijfsleider van een kleine vennootschap een jaarlijkse bezoldiging van 45.000 euro ontvangen om aanspraak te kunnen maken op het verlaagd tarief van 20% in de vennootschapsbelasting op de eerste schijf van 100.000 euro belastbare winst.
In het kader van de fiscale hervormingen van de regering-De Wever wordt deze grens verhoogd naar 50.000 euro. Bovendien wordt dit bedrag voortaan jaarlijks geïndexeerd, waardoor de drempel de komende jaren geleidelijk verder zal stijgen. Voor aanslagjaar 2027 bedraagt de vereiste minimale bezoldiging volgens de aangekondigde indexatie in de praktijk al 51.000 euro.
Geen algemene verplichting voor elke bedrijfsleider
De aangekondigde verhoging betekent niet dat elke bedrijfsleider zichzelf voortaan minstens 50.000 euro moet uitkeren. De minimumbedrijfsleidersbezoldiging is geen algemene wettelijke verplichting. Ze is enkel relevant voor vennootschappen die het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting willen behouden. Daarnaast geldt er een belangrijke uitzondering voor startende vennootschappen. Tijdens de eerste vier belastbare tijdperken is deze voorwaarde namelijk niet van toepassing.
Ook voordelen van alle aard worden beperkt
De hervorming beperkt zich niet tot de hoogte van de bezoldiging.
Voortaan mogen forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard maximaal 20% van de totale jaarlijkse brutobezoldiging uitmaken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan:
- een bedrijfswagen;
- een smartphone;
- een laptop;
- een woning die door de vennootschap ter beschikking wordt gesteld aan de bedrijfsleider;
Wanneer deze grens wordt overschreden, vervalt eveneens het recht op het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting.
Moet je nu jouw bezoldiging verhogen?
Op het eerste gezicht lijkt het logisch om een lagere bezoldiging onmiddellijk op te trekken tot het nieuwe minimum. Toch is dat niet altijd de meest interessante keuze.
Een hogere bezoldiging kan ervoor zorgen dat jouw vennootschap het verlaagd tarief behoudt, maar leidt tegelijk tot bijkomende personenbelasting en sociale bijdragen in privé. Het fiscale voordeel voor de vennootschap kan daardoor gedeeltelijk of zelfs volledig teniet worden gedaan.
De optimale bezoldiging hangt af van verschillende factoren, zoals:
- de winstgevendheid van de vennootschap;
- jouw huidige verloningspakket;
- de verhouding tussen loon en dividend;
- jouw persoonlijke en familiale situatie;
- de samenstelling van jouw voordelenpakket.
Daarom bestaat er geen standaardoplossing die zomaar voor elke ondernemer werkt.
Waarom deze wijziging vandaag al relevant is
Hoewel de nieuwe regels pas van toepassing zijn vanaf aanslagjaar 2027, wordt het belangrijk om vandaag al na te gaan welke impact ze op jouw situatie kunnen hebben. Zo krijg je tijdig inzicht in de mogelijke gevolgen en kan je jouw verloningspakket eventueel nu nog bijsturen.
De optimale mix van loon, voordelen van alle aard, dividenduitkeringen en andere vergoedingen hangt af van jouw vennootschap, jouw persoonlijke situatie en jouw toekomstplannen. Wat voor de ene ondernemer een interessante keuze is, hoeft dat voor de andere niet te zijn. Laat je daarom tijdig begeleiden om een doordachte verloningsstrategie uit te werken.
Maarten Vandamme, Business partner
Titeca Pro Accountants & Experts








