Bij de start van het nieuwe politieke werkjaar werpen we een blik op de lopende omgevingsdossiers. Naast het tekort aan ruimte voor ondernemen en de uitdagingen bij het verkrijgen van vergunningen, wordt volop gewerkt aan het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en het Vlaamse Natuurherstelplan. Diverse dossiers met één rode draad: hoe verdeelt Vlaanderen zijn schaarse ruimte tussen wonen, natuur, landbouw en ondernemen, en worden bedrijven daarin voldoende gehoord?
Beleidsplan Ruimte Vlaanderen
Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) moet de krijtlijnen uitzetten voor het toekomstige ruimtelijk beleid in Vlaanderen. Na de goedkeuring van de strategische visie in 2018 keurde de Vlaamse Regering vorig jaar de conceptnota goed, waarmee het proces een nieuwe doorstart kreeg. Daarin bevestigt de Vlaamse Regering de ambitie om tegen 2040 het bijkomend ruimtebeslag tot nul terug te dringen. Op basis van talrijke reacties op de conceptnota, onder meer vanuit Voka, werkt de Vlaamse Regering momenteel aan een voorontwerp van het BRV. Daarbij wordt ook werk gemaakt van een ruimtelijk-economische hoofdstructuur. Die volgen we vanuit West-Vlaanderen met argusogen op, want ze moet de basis vormen voor het toekomstige locatiebeleid voor bedrijventerreinen, voorzieningen en infrastructuur.
Het is belangrijk om daarbij voldoende toekomstgericht te werk te gaan en niet uitsluitend te vertrekken vanuit de bestaande economische concentraties. Er moet in voldoende ruimte worden voorzien voor nieuwe economische ontwikkelingen en groeipolen, ook buiten de regio’s die vandaag al sterk ontwikkeld zijn. Alleen zo kunnen we voldoende ruimte bieden aan toekomstige groei en tegelijk werk maken van een evenwichtige ruimtelijke ontwikkeling.
Vlaams Natuurherstelplan
Tegen september moet Vlaanderen een concreet en bindend natuurherstelplan indienen bij Europa, als uitvoering van de Europese Natuurherstelverordening. Dat plan dreigt uit te groeien tot een nieuwe systeemcrisis voor de vergunningverlening in Vlaanderen. Vrijwel alle industriële en infrastructuurprojecten dreigen te worden geconfronteerd met bijkomende herstelverplichtingen, compensatiesystemen en natuurtoetsen. Dat betekent meer procedures, meer rechtsonzekerheid en een stevige rem op investeringen en maatschappelijke ontwikkelingen. Het ontwerp van het natuurherstelplan moet daarom on hold worden geplaatst. Vlaanderen moet de dialoog aangaan met de Europese Commissie over de significante impact van de Natuurherstelverordening op onze regio. Daarnaast moet het ontwerp grondig worden herzien en moet er een socio-economische impactanalyse worden uitgevoerd die de gevolgen voor industrie, vergunningverlening, woningbouw, energie-infrastructuur en investeringszekerheid duidelijk in kaart brengt. Pas wanneer die analyse is afgerond en de resultaten ervan in het plan zijn verwerkt, kan Vlaanderen overgaan tot indiening bij Europa.
Actieprogramma vergunningen
Efficiëntere en rechtszekere vergunningen moeten het eindresultaat zijn van het actieprogramma gelanceerd door de Vlaamse Regering eind 2025. Na een uitgebreid advies van de Gemengde Commissie Vergunningen keurde de Vlaamse Regering op 29 mei 2026 een eerste decretale hervorming goed die verschillende maatregelen uit het Actieprogramma Vergunningen verankert. Die decretale hervorming bevat onder meer: recht op vooroverleg, een hervorming van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek, het schrappen van bindende adviezen, een bijzondere bewijswaarde van wetenschappelijk studiewerk en een nieuwe herzieningsprocedure.
Net voor het zomerreces hechtte de Vlaamse Regering een tweede principiële goedkeuring aan het voorontwerp. Het werk is echter nog niet af. De volgende stappen zijn een definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering en vervolgens de behandeling in het Vlaams Parlement.
Daarnaast moeten ook verschillende andere decreten en uitvoeringsbesluiten worden uitgewerkt en goedgekeurd. Het is dan ook een werk van lange adem. De volledige uitvoering van het Actieprogramma Vergunningen zal daarom tijd vragen. Het is van belang dat de Vlaamse Regering het hervormingstempo aanhoudt, zonder vertraging.
Nieuwe ruimte voor bedrijventerreinen
Tot slot zijn er de provinciale planprocessen voor de economische subregio’s Roeselare, Brugge en Waregem. Het PRUP ‘Bedrijvigheid economische subregio Roeselare’ bevindt zich momenteel in de voorontwerpfase. Als het tempo wordt aangehouden, kan het plan dit najaar voorlopig worden vastgesteld, waarna het openbaar onderzoek kan starten. Voor het PRUP ‘Bedrijvigheid economische subregio Waregem’ wachten we nog op de goedkeuring van de voorgestelde terreinlocaties door de bevoegde minister, Jo Brouns. Terwijl de terreinlocaties van het PRUP ‘Bedrijvigheid economische subregio Brugge’ nog moeten worden voorgesteld aan de bevoegde minister. Een snellere besluitvorming op beide beleidsniveaus is nodig om ook die planprocessen te kunnen voortzetten.
Voldoende werk op de plank
Kortom: voldoende werk op de plank wat betreft omgevingsdossiers. Voor ondernemers is het cruciaal dat Vlaanderen niet alleen plannen maakt, maar ook tempo maakt. Ruimte om te ondernemen, rechtszekere vergunningen en een evenwichtige afweging tussen economie, natuur en andere ruimteclaims zijn van belang om onze Vlaamse economie ook in de toekomst alle groeikansen te geven.
80% koopt liever gebouw dan te huren
Uit een bevraging van Voka West- Vlaanderen en WVI blijkt dat zo’n 80% van de bedrijven hun bedrijfsgebouw liever koopt dan huurt. Huren wordt vooral gezien als tijdelijke of flexibele oplossing, niet als structureel alternatief. Bedrijven die wél huren doen dat vooral om kapitaal vrij te houden voor hun kernactiviteiten. Tot slot lopen ondernemers niet warm voor niettraditionele eigendomsvormen zoals erfpacht of concessie. Twee derde van de bedrijven houdt vast aan een klassieke huur- of koopformule.







