De federale begroting is al lang geen technisch document meer. Ze is uitgegroeid tot een stresstest voor ons land in een wereld die razendsnel verandert. En op die stresstest haalt België vandaag een zware onvoldoende. De recente ratingverlagingen zijn geen detail voor financiële specialisten. Ze zijn een alarmsignaal. Internationale markten kijken steeds kritischer naar een land dat zijn begroting niet onder controle krijgt en structurele hervormingen blijft uitstellen.
De toestand van de Belgische begroting is ernstig, hopeloos en onhoudbaar. De huidige inspanningen volstaan niet om het tekort tegen 2028 te stabiliseren. Volgens simulaties van de Nationale Bank van België dreigt het begrotingstekort bij ongewijzigd beleid tegen 2035 op te lopen tot bijna 8% van het bbp. De staatsschuld zou richting 133% van het bbp evolueren.
Onze begroting bezwijkt onder een gevaarlijke rentesneeuwbal, een combinatie van hoge en stijgende schulden, relatief hoge rentevoeten, zwakke economische groei, oplopende vergrijzingskosten, extra defensie-uitgaven en een bijzonder instabiel internationaal klimaat. Op die cocktail heeft het Belgische bestel vandaag geen afdoend antwoord meer.
Terwijl geopolitieke spanningen toenemen, artificiële intelligentie volledige sectoren hertekent en de energietransitie versnelt, blijft België vooral met zichzelf bezig. Maar de wereld wacht niet op ons. Economieën die hun productiviteit verhogen én hun overheidsfinanciën op orde houden, nemen de leiding. Wie dat niet doet, dreigt naar de Europese marge af te glijden.
Nochtans is België geen verloren zaak. Maar dan moeten we eindelijk keuzes maken. Meer dan ooit hebben we nood aan een economie die groeit. Niet door de lasten verder te verhogen in een land dat nu al tot de zwaarst belaste economieën van Europa behoort, maar door ondernemerschap, innovatie en investeringen alle ruimte te geven. De essentie is simpel: hoe maken we de taart opnieuw groter?
De productiviteitsfilter als reddingsboei voor onze economie.
Bert Mons, Gedelegeerd bestuurder
Daarom pleit Voka voor een productiviteitsfilter. Elke nieuwe maatregel, elk beleidsvoorstel en elke extra uitgave moet voortaan worden getoetst aan één fundamentele vraag: versterkt dit onze productiviteit en concurrentiekracht? Die filter moet in de eerste plaats innovatie stimuleren. Ons land beschikt over sterke kennisinstellingen, innovatieve bedrijven en een unieke combinatie van technologische en wetenschappelijke expertise. De combinatie met artificiële intelligentie biedt enorme kansen om opnieuw tot de economische top van Europa te behoren. Maar dat vraagt een beleid dat ondernemerschap ondersteunt in plaats van afremt.
Daarnaast moeten we veel slimmer omgaan met talent. Onze arbeidsmarkt blijft kampen met grote tekorten, terwijl tegelijk te veel talent onvoldoende wordt ingezet. Omscholing, levenslang leren en een flexibelere arbeidsmarkt moeten vanzelfsprekend worden. Tegelijk mogen we arbeid niet verder uit de markt prijzen. Onze automatische loonindexering zet de concurrentiekracht steeds meer onder druk.
Ten slotte moeten we opnieuw ambitie tonen voor onze industrie en export. Vandaag staat de Europese industrie onder zware druk. Toegang tot betaalbare en zekere energie wordt cruciaal. Net daarom moet België opnieuw kiezen voor een industrieel project dat productie, innovatie en export centraal zet.
De productiviteitsfilter moet het kompas worden van de federale regering, als reddingsboei voor onze economie. Want hogere productiviteit maakt ook andere uitdagingen beheersbaar: de financiering van pensioenen, investeringen in defensie, klimaat en zorg. Zonder economische groei blijft elk debat over extra middelen vooral wensdenken. Ondernemers zijn bereid te investeren, risico’s te nemen en mensen kansen te geven. Maar zij hebben recht op een overheid die haar financiën op orde brengt, duidelijke keuzes maakt en opnieuw een geloofwaardig groeiverhaal schrijft.
De keuze is helder: ofwel versterken we vandaag onze productiviteit en concurrentiekracht, ofwel dreigt België definitief weg te zakken in de Europese middenmoot.





