Met een investering van 2 miljard euro over tien jaar verankert de Vlaamse regering een transitie-instrument voor de industriële klimaattransitie. Via dit pakket, het grootste industriële klimaatsteunprogramma ooit in Vlaanderen, krijgen bedrijven financiële zekerheid en ruimte om versneld te vergroenen zonder in te boeten aan concurrentiekracht.
Historiek: pilootproject Klimaatsprong legt basis
De beslissing om transitiecontracten in te zetten voor industriële CO₂-reductie vloeit voort uit het Klimaatsprong-programma van de Vlaamse overheid, waarin Voka een prominente rol speelt. In 2024 werd een eerste pilootoproep “Transitiecontract Klimaatsprong” gelanceerd met een budget van 70 miljoen euro gespreid over tien jaar. Deze eerste oproep richtte zich specifiek op investeringen in elektrische boilers en industriële warmtepompen, belangrijke technieken om industriële proceswarmte te verduurzamen.
Het bijzondere aan dit steunkader was dat het meerjarige, resultaatgebonden ondersteuning bood, dus geen eenmalige premie, maar spreiding van steun over meerdere jaren, en dat ook operationele kosten (OPEX) kon worden gefinancierd. Aanvragen gebeurden via een biedprocedure: ondernemingen dienden een bod in uitgedrukt als de gewenste steun per vermeden ton CO₂, waarna de meest kostenefficiënte projecten als eerste geselecteerd werden.
Negen projecten werden uiteindelijk geselecteerd via deze pilootoproep, samen goed voor een geschatte jaarlijkse CO₂-besparing van circa 82.000 ton. Dit succesvolle proefproject legde de basis voor een structureel programma waarmee Vlaanderen de industriële klimaattransitie schaal wil geven. Voka was hier sterk vragende partij voor, gelet op de initiatieven die de buurlanden ondernemen om hun industrie te ondersteunen.
Opschaling naar structureel instrument van 2 miljard
Om de industriële concurrentiekracht te vrijwaren in een context van hoge energieprijzen en ambitieuze klimaatdoelstellingen heeft de Vlaamse regering besloten het transitie-instrument significant uit te breiden. Op 3 februari 2026 werd aangekondigd dat de komende tien jaar 2 miljard euro uit het Vlaams Klimaatfonds wordt vrijgemaakt voor decarbonisatie-investeringen in de industrie. Dit transitie-instrument wordt daarmee structureel verankerd als een nieuwe steunmaatregel: bedrijven zullen aanspraak kunnen maken op transitiecontracten die decarbonisatieprojecten over meerdere jaren ondersteunen, met een gedeelde risicodracht voor overheid en privé en steun via een veilingsysteem.
Concreet neemt de overheid via tweezijdige ‘contracts for difference’ (CfD) een deel van het investeringsrisico over door de subsidie te koppelen aan marktparameters, zoals de CO₂-prijs. Daalt de extra kost van de klimaatvriendelijke technologie gaandeweg, dan kan de publieke steun afgebouwd of zelfs gedeeltelijk teruggevorderd worden. Stijgt de kost of blijft de marktprijs laag, dan compenseert het contract mee het verschil. Dit innovatieve steunmechanisme wijkt af van klassieke subsidies doordat ook werkingskosten kunnen worden gedekt tijdens de gebruiksfase van de installatie. Zo helpt Vlaanderen de industrie de kloof in operationele kosten tussen fossiele en klimaatneutrale technologieën te overbruggen en versnelt het tegelijkertijd de uitstootvermindering.
Nu komt het erop aan om ook de randvoorwaarden op orde te krijgen: betaalbare energie, sterke infrastructuur en een vergunningenbeleid dat investeringen ondersteunt
Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka
Concrete invulling: CCS-oproep, open technologieoproepen en Kairos@C
De transitiecontracten zullen hun beslag krijgen in een aantal gerichte oproepen. Een grote oproep voor CO₂-afvang en -opslag (CCS) in energie-intensieve sectoren wordt in 2028 voorzien. Deze CCS-oproep mikt op enkele grootschalige projecten met hoge absolute emissiereductie, die traditioneel moeilijk te realiseren zijn met alternatieven zoals elektrificatie of alternatieve brandstoffen. Voor deze CCS-oproep wordt indicatief ongeveer 1 miljard euro gereserveerd, gespreid over tien jaar (circa 100 miljoen euro per jaar als jaarlijks maximum). Over de precieze modaliteiten van deze oproep wordt nog verder nagedacht, zo wordt bijvoorbeeld gekeken naar buitenlandse voorbeelden waarbij eerst een voorselectie werd gemaakt van rijpe projecten via een onderhandelingsprocedure, gevolgd door een veiling.
Daarnaast komt er een reeks open, technologieneutrale oproepen voor diverse industriële klimaatprojecten buiten CCS. Zowel ETS-bedrijven (onderhevig aan het Europese emissiehandelssysteem) als ESR-industrie (industriële niet-ETS-sectoren) zullen hieraan kunnen deelnemen. Deze open calls laten toe dat uiteenlopende technologieën voor decarbonisatie meedingen, bijvoorbeeld projecten rond vergroening van proceswarmte (elektrische boilers, warmtepompen) of het gebruik van waterstof. Projecten zullen beoordeeld worden op basis van hun gevraagde steun per vermeden ton CO₂, zodat de meest kosteneffectieve voorstellen voorrang krijgen. Over 2027-2029 zijn naar schatting twee tot drie van zulke open oproepen gepland, met samen een totaalbudget van ongeveer 800 miljoen euro (circa 80 miljoen per jaar over tien jaar).
Het Kairos@C-project krijgt in dit kader bovendien bijzondere ondersteuning. Kairos@C omvat een grootschalige samenwerking tussen BASF en Air Liquide voor grootschalige CO2-afvang in de Antwerpse haven, als onderdeel van het ruimere Antwerp@C met meerdere emittoren en een terminal om de CO2 af te voeren. De Vlaamse overheid had de financiering van Kairos@C al toegezegd via een intentieverklaring in 2025, en de Europese Commissie keurde ook een Europees innovatiefonds-steun voor het project goed. Tot 200 miljoen euro (max. 20 miljoen per jaar) wordt voorzien als cofinanciering voor de realisatie van Kairos@C binnen het transitie-instrument.
Voka verwelkomt maatregel en waakt over vervolg
Voka was intensief betrokken bij de uitwerking van de transitiecontracten, onder meer via het Klimaatsprong-initiatief, en verwelkomt de beslissing. Tegelijk stipuleert Voka dat enkele aandachtspunten zullen worden opgevolgd. Zo is het onzeker of 100 miljoen euro per jaar voor CCS zal volstaan om een voldoende kritisch volume aan CO2 te aggregeren, zodat er ook de noodzakelijke infrastructuur op geënt kan worden. Voor CCS-ondersteuning is ook een contractduur van 15 jaar aan de orde. Wat betreft de technologieneutrale oproepen zal Voka waken over een effectief technologieneutrale opzet, bijvoorbeeld door te werken met hekjes op basis van kostprijs of technologie, zodat alle oplossingen een eerlijke kans krijgen, ook voor kleinere bedrijven.
“Wie een sterke industrie wil behouden, moet ook bereid zijn erin te investeren. Deze beslissing is dan ook een belangrijke stap vooruit. De klimaattransitie vraagt grote investeringen in technologieën zoals elektrificatie en CO₂-opslag, maar voor veel bedrijven zijn dat geen keuzes, wel noodzakelijke bouwstenen om competitief te blijven én de klimaatdoelstellingen te halen. Het is logisch dat middelen uit het ETS – die de industrie zelf heeft opgebracht – opnieuw worden ingezet om die transitie mogelijk te maken. De duurste keuze zou zijn om níét te investeren en onze industrie, innovatie en jobs elders te zien verdwijnen. Nu komt het erop aan om ook de randvoorwaarden op orde te krijgen: betaalbare energie, sterke infrastructuur en een vergunningenbeleid dat investeringen ondersteunt. Alleen zo versterken we tegelijk onze industrie en onze klimaatambities", zegt Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van Voka.







