Deze week lagen in de Commissie Financiën en Begroting van het federaal parlement niet één, niet twee, maar liefst drie wetsvoorstellen voor een nieuwe vermogensbelasting op tafel. Een van de PS (voor vermogen vanaf 5 miljoen euro), een van PTB/PVDA (vanaf 5 miljoen euro) en een van Groen/Ecolo (vanaf 2,5 miljoen euro). De argumentatie is telkens dezelfde: we zitten met een enorm begrotingstekort en er is een ‘eerlijke’ – lees: grotere -bijdrage nodig van de sterkste schouders. De rijken dragen vandaag niet genoeg bij en we kunnen daar ‘makkelijk’ miljarden aan extra belastinginkomsten halen.
Voor de duidelijkheid, in deze legislatuur hebben deze voorstellen geen kans om erdoor te komen. Maar de recente peilingen tonen een ander beeld. In Vlaanderen staan de indieners van deze voorstellen in de recentste peiling van HLN op 16%. Met Vooruit, die op dit moment geen voorstel heeft in die richting, maar wel duidelijk voorstander is van extra belastingen op vermogen, erbij, klimt dat richting 30%. In Brussel en Wallonië komen de indieners van deze wetsvoorstellen uit op bijna 60%. En met Les Engagés, dat zich al uitsprak voor een vermogensbelasting (vanaf 500.000 euro), erbij, gaat dat naar respectievelijk 68% en 74%. De verkiezingen zijn natuurlijk nog ver weg (in normale omstandigheden) en dit soort voorstellen zijn nog lang geen beleid, maar het onderwerp zal allicht niet meer verdwijnen.
We halen al veel inkomsten uit allerlei belastingen op vermogen
Dit soort voorstellen gaat telkens weer voorbij aan het feit dat we in België al veel belastingen op vermogen hebben. Dat gaat om belastingen op inkomsten uit vermogen (zoals de roerende voorheffing), op transacties in vermogen (registratie- en successierechten) en op het bezit van vermogen (effectentaks). Alles samen haalt onze overheid al zo’n 25 miljard aan inkomsten uit allerlei belastingen op vermogen. In verhouding tot het bbp is dat het meeste van heel Europa. Dat zegt niets over de effectieve belastingdruk op vermogen of over de verdeling van die druk, maar geeft eenvoudigweg aan dat we in internationaal perspectief al veel inkomsten uit belastingen op vermogen halen. Het feit dat geen enkel ander land in Europa daar nog meer haalt, is al een indicatie dat het potentieel op dat vlak beperkt is.
Indicatoren van de effectieve belastingdruk op vermogen liggen moeilijker gezien de complexiteit van de vermogensfiscaliteit en het feit dat de belastbare basis niet makkelijk te bepalen is. Analyses van de Europese Commissie geven aan dat we qua belastingdruk op vermogen ook bij de hoogste van Europa zitten.
Daarnaast negeren dit soort voorstellen ook de ervaringen in andere landen. Begin jaren ‘90 hadden twaalf industrielanden een vermogensbelasting. Vandaag zijn dat er nog drie. Die andere landen zijn er allicht niet mee gestopt omdat het zo’n groot succes was. Nog belangrijker is stil te staan bij wat de vermogensbelasting in die landen effectief opleverde. Gemiddeld kwam dat op 0,18% van het bbp. Vertaald naar de Belgische situatie zou dat overeenkomen met zo’n 1 miljard euro. Dat staat in schril contrast met bijvoorbeeld de 8 miljard die de PVDA daar denkt te halen. De kans dat dat zou kunnen zonder economische schade is nagenoeg onbestaande.
Geen ernstige inschatting van de economische schade
De enige vraag die er echt toe doet in dit debat is welke impact een vermogensbelasting zou hebben op onze economie. Die impact zou zeker negatief zijn, hogere belastingen zijn altijd negatief voor de economische activiteit, de vraag is hoe negatief. De indieners van de wetsvoorstellen voor vermogensbelastingen wimpelen die vraag opmerkelijk vlot af met ‘het zal wel meevallen’. Academische analyses geven aan dat 1% vermogensbelasting de belastbare basis met 7 tot 17% zou doen verminderen. Naarmate die impact zich vervolgens ook zou doorzetten in de investeringen, zou de uiteindelijke economische impact helemaal niet meevallen.
Bovendien zou de impact ook afhangen van de bredere economische context en is die allicht niet lineair (hogere tarieven leiden allicht tot een proportioneel nog grotere impact). Vertrekkend van een al zware totale belastingdruk met al een belangrijke component van allerlei belastingen op vermogen, en een sowieso al moeilijk ondernemingsklimaat (we hebben al bij het laagste aantal scale-ups van Europa), lijken de risico’s van zo’n vermogensbelasting voor onze economie toch wel heel relevant. Er moeten niet heel veel ondernemers/investeerders vertrekken, of beslissen om minder te investeren, om de economische schade snel te zien oplopen. Nog eens een extra laag erbovenop om ondernemen moeilijker te maken, kunnen we missen. Zeker ook gezien het lagegroeiklimaat waarin we nu al een tijdje vasthangen.
Nog eens een extra laag erbovenop om ondernemen moeilijker te maken, kunnen we missen.
Bredere hervorming
Er valt heel wat te zeggen voor een grondige hervorming van onze vermogensfiscaliteit, en bij uitbreiding van onze hele fiscaliteit. Die is vandaag te complex, te veel geconcentreerd op transacties en bezit, niet neutraal en te verstorend. Het potentieel om met extra belastingen op vermogen miljarden aan extra belastinginkomsten op te halen zonder belangrijke economische schade is evenwel beperkt. Sowieso is het bij elke fiscale hervorming essentieel om ernstig rekening te houden met de potentiële impact op het ondernemingsklimaat, de investeringen en uiteindelijk de algemene welvaart. Met de voorstellen voor vermogensbelastingen gebeurt dat veel te weinig.






