Bij de voorstelling van de Voka Paper ‘Leren om te groeien’ beloofde Vlaams minister van Werk Zuhal Demir in te gaan op onze oproep tot een gerichte Vlaamse talentstrategie. Enkele weken geleden volgde het antwoord daarop in de vorm van de conceptnota ‘Vlaanderen Leert!’: het arbeidsmarktgericht opleidingsoffensief van de Vlaamse regering met 31 actiepunten. Zoals dat gaat met goede voornemens, kijken we nu vooral uit naar het doorzettingsvermogen in 2026: worden deze intenties ook omgezet in een beleid met scherpe keuzes?
Belastinggeld gericht inzetten
Een opvallend en positief vertrekpunt van het offensief zijn de huidige en toekomstige competentienoden. Dat lijkt een vanzelfsprekendheid, maar dat is het allerminst. Beleid vertrekt zelden van een wit blad en is vaak het resultaat van vele historische keuzes en structuren. Macrocompetentieprognoses en een verbeterde knelpuntberoepenlijst moeten de noden zowel voor het invullen van jobs als voor het opkrikken van de productiviteit objectiveren. Cruciaal daarbij is dat ook de vraagzijde voldoende wordt gehoord: ondernemingen hebben namelijk de beste voeling met de skills die de arbeidsmarkt nodig heeft.
Ondernemingen hebben de beste voeling met de skills die de arbeidsmarkt nodig heeft.
Vanuit die analyse kan een strategie opgezet worden, best een die niet gefnuikt wordt door de grote versnippering binnen het Vlaamse opleidingslandschap en -instrumenten. Gelukkig werd de federale interferentie al deels opgelost door het schrappen van de Federal Learning Account (FLA), maar ook op Vlaams niveau blijven opleidingsbeleid en -middelen verspreid over de bevoegdheden Onderwijs, Werk en Economie. Het offensief toont alvast ministens de ambitie om te rationaliseren. Een opleidingscockpit die de domeinen overspant en een uitgaventoetsing van het publieke opleidingsaanbod (onder andere VDAB, Syntra en CVO) moeten leiden tot meer coherente keuzes. Voka dringt erop aan deze ambitie ook effectief waar te maken: vereenvoudig het publiek aanbod, vermijd dubbelfinanciering en zet in op meer vraaggerichtheid zodat overheidsinvesteringen beter beantwoorden aan wat de arbeidsmarkt en de economie echt nodig hebben.
Erkenning van ondernemingen en sectoren als cruciale partners
Onboarding en werkplekleren, omscholing en doorgroei: werkgevers nemen vandaag vele opleidingsrollen op, elk met hun eigen uitdagingen. Het is essentieel dat de overheid deze inspanningen erkent, deelt in de uitdagingen en mee investeert, zodat de opleidingskracht van ondernemingen maximaal kan renderen voor economie en samenleving.
De hervorming van de Individuele Beroepsopleiding (IBO), die op 1 januari ingaat, maakt het alvast opnieuw aantrekkelijker om potentiële nieuwe werknemers op de werkvloer op te leiden. We pleiten ervoor om dit elan aan te houden, maar maken ons tegelijk zorgen over het voorlopig uitblijven van een duidelijke strategie voor beroepsopleiding bij de VDAB en over de aangekondigde besparing op de sectorconvenanten. De publiek-private samenwerkingen en de aangekondigde ‘groeivacatures’ in het offensief bieden mogelijk nieuwe perspectieven, maar vragen verdere concretisering.
Een belangrijke valkuil die vermeden moet worden, is het opleggen van omslachtige administratieve verplichtingen die samenwerking net afremmen.
Co-creatie is hierbij noodzakelijk. De opleidingsnoden zijn vele malen groter dan wat het publieke of private aanbod afzonderlijk aankan, terwijl de middelen overal beperkt zijn. In plaats van naast elkaar kan beter samengewerkt worden. Daarbij denken we bijvoorbeeld ook aan de rol van het hoger onderwijs en niet in het minst aan die van de private opleidingsverstrekkers, die vaak onderbelicht blijft. Een belangrijke valkuil die vermeden moet worden, is het opleggen van omslachtige administratieve verplichtingen die samenwerking net afremmen.
Een vooruitblik op het nieuwe Vlaamse opleidingsverlof
De conceptnota kondigt ook een grondige hervorming aan van de Vlaamse opleidingsincentives. Het Vlaams opleidingsverlof (VOV) evolueert vanaf volgend schooljaar van arbeidsmarktgericht naar knelpuntgericht. De concrete uitwerking in regelgeving zal duidelijk maken welke opleidingen hierdoor uit het VOV verdwijnen.
Wel staat vast dat het gemeenschappelijk initiatiefrecht wordt verankerd en het werkgeversforfait eindelijk stijgt naar 24,50 euro per uur VOV. Dat forfait stond al tien jaar vast op 21,30 euro en zakte dit schooljaar, door bewarende maatregelen, zelfs tot amper 14,91 euro. Dat leidde tot een aanzienlijke kostenverhoging voor werkgevers. Voka blijft daarom pleiten voor een structurele indexering van het forfait, zodat het gelijke tred houdt met het referteloon. Daarnaast maakt de conceptnota aanpassingen aan aanwezigheidsvereisten in de opleiding en modaliteiten voor weekendwerkers om oneigenlijk gebruik van VOV te voorkomen.
De opleidingscheques en het Vlaams opleidingskrediet maken plaats voor een nieuwe omscholingsmaatregel. Voka pleitte al langer voor een kader dat werk-naar-werktransities en grondige reskilling mogelijk maakt. Vandaag bestaat er geen beleidsmatig antwoord voor langlopende opleidingen die zo een transitie vanuit tewerkstelling ondersteunen. Dat geldt zowel voor werknemers in krimp- of transitiesectoren als voor wie omwille van interesse, gezondheid of leeftijd een overstap wil maken. De fundamentele vraag wie de kost, vooral in termen van inkomensverlies, van dergelijke omscholingen draagt, wordt alleen maar urgenter nu werkloosheidsuitkeringen in de tijd beperkt zijn.
Het opleidingsoffensief ‘Vlaanderen Leert!’ bevat zonder twijfel een aantal juiste uitgangspunten en belangrijke beloftes. De erkenning van competentienoden, de ambitie tot meer samenhang en de expliciete rol voor ondernemingen en sectoren zijn stappen in de goede richting. Maar de echte test volgt in de uitvoering. De visie moet worden vertaald in duidelijke keuzes, vereenvoudiging en een consequente inzet van middelen. Alleen met een volgehouden, vraaggerichte en partnerschapsgerichte aanpak kan het opleidingsoffensief bijdragen aan een sterkere productiviteit, duurzame loopbanen en een competitieve Vlaamse economie. Voka blijft daarom aandringen op ambitie en doorzettingsvermogen, ook wanneer dat betekent dat bestaande structuren en vanzelfsprekendheden in vraag moeten worden gesteld.




