De Vlaamse regering heeft op 17 juli 2026 principieel ingestemd met nieuwe regels die de Europese energie-efficiëntierichtlijn verder omzetten in Vlaamse regelgeving. De drempel voor een verplichte energieaudit daalt, grotere verbruikers krijgen een verplicht energiebeheersysteem en ondernemingen moeten meer energiegegevens rapporteren. Tegelijk ligt een nieuwe energiebeleidsovereenkomst voor 2027-2030 op tafel.
Hoewel de teksten nog niet definitief zijn, bevat het ontwerp verschillende deadlines in 2027. Ondernemingen bereiden zich daarom best tijdig voor.
Niet langer de grootte van de onderneming, maar het energiegebruik per vestiging bepaalt of de audit- of energieplanplicht van toepassing is. De toekomstige verplichtingen worden bepaald per vestiging op basis van het gemiddeld jaarlijks finaal energiegebruik over de voorbije drie jaar. De verbruiksgrens daalt ook ten opzichte van de regels vandaag, waardoor meer ondernemingen gevat worden door verplichtingen.
Het ontwerp maakt drie belangrijke verbruikscategorieën:
- Van 10 TJ tot minder dan 50 TJ: de vestiging moet een energieaudit hebben. Alle maatregelen met een terugverdientijd van minder dan drie jaar moeten binnen drie jaar na indiening van de audit worden uitgevoerd
- Van 50 TJ tot minder dan 100 TJ: ook hier geldt een energieaudit. Maatregelen met een interne rentevoet of IRR van minstens 13% na belastingen moeten binnen drie jaar worden uitgevoerd
- Vanaf 100 TJ: de vestiging moet over een conform verklaard energieplan beschikken. Ook hier blijft een IRR-drempel van minstens 13% na belastingen gelden voor de verplichte maatregelen
Daarnaast komt er een afzonderlijke verplichting over energiebeheer. Vestigingen met meer dan 85 TJ gemiddeld jaarlijks energiegebruik moeten uiterlijk op 11 oktober 2027 een gecertificeerd energiebeheersysteem implementeren. Die verplichting komt boven op de audit- of energieplanverplichting. Een vestiging met meer dan 85 TJ en minder dan 100 TJ zal volgens het ontwerp zowel een energieaudit als een energiebeheersysteem nodig hebben; vanaf 100 TJ gaat het om een energieplan én een energiebeheersysteem.
Voor de energieaudit, het energieplan en het energiebeheersysteem wordt gekeken naar het gemiddeld jaarlijks finaal energiegebruik van de vestiging over de voorbije drie jaar. Voor de nieuwe gegevensrapporteringen hanteert het ontwerp een drempel op basis van het finale energiegebruik per jaar.
Deadlines en overgangsregels
Vestigingen die bij de inwerkingtreding al binnen het toepassingsgebied vallen, moeten rekening houden met drie data:
- 1 juli 2027: geldige energieaudit voor vestigingen tussen 10 en 100 TJ
- 1 oktober 2027: geldig conform verklaard energieplan voor vestigingen vanaf 100 TJ
- 11 oktober 2027: energiebeheersysteem voor vestigingen boven 85 TJ
Een vestiging die pas later een drempel overschrijdt, krijgt een aangepaste termijn. Na overschrijding van 10 TJ moet ze in de eerste zes maanden van het volgende kalenderjaar aan de auditverplichting voldoen. Voor een nieuw energieplan vanaf 100 TJ geldt een termijn van negen maanden in het volgende kalenderjaar. Voor het energiebeheersysteem geldt eveneens de eerste helft van het kalenderjaar volgend op de overschrijding van 85 TJ.
Bestaande energieaudits, energiebalansen en conform verklaarde energieplannen blijven geldig gedurende hun resterende geldigheidsduur en blijven zolang onderworpen aan de voorwaarden die golden bij hun indiening of conformverklaring. Bij de volgende actualisatie gelden de nieuwe regels.
Meer flexibiliteit bij de keuze van een energiebeheersysteem
ISO 50001 wordt uitdrukkelijk erkend als gecertificeerd energiebeheersysteem. Daarnaast voorziet het ontwerp ook alternatieven, mede op vraag van Voka. Een gecertificeerd milieubeheersysteem volgens ISO 14001 of EMAS kan een vrijstelling opleveren, op voorwaarde dat het – afhankelijk van het verbruik – een geldige energieaudit of een conform verklaard energieplan omvat. Ook energiebeheermaatregelen die in het kader van een EBO zijn goedgekeurd, gelden als energiebeheersysteem.
Ook een energieprestatiecontract kan onder strikte voorwaarden een vrijstelling opleveren. Het contract moet onder meer gegarandeerde besparingen, referentiegegevens, mijlpalen en meet- en verificatieafspraken bevatten. Daarnaast moet het, naargelang de verplichting waarvoor de vrijstelling wordt ingeroepen, de vereiste energieaudit, het conform verklaarde energieplan of het vereiste energie- of milieubeheersysteem omvatten.
Nieuwe rapportering vanaf 10 TJ
De nieuwe regelgeving brengt bijkomende dataverplichtingen mee.
Vanaf 10 TJ finaal energiegebruik moet een vestiging jaarlijks informatie aan het VEKA bezorgen over:
- Het energiegebruik per energiedrager en toepassingsgebied
- De aangekochte en geleverde hoeveelheid per energiedrager
- De elektriciteitsproductie van installaties in eigen beheer
De minister bepaalt de precieze rapporteringsdatum, die vóór 1 april moet liggen. De regeling vervangt op termijn de energierapportering via het Integraal Milieujaarverslag. Vestigingen die uitsluitend bestaan uit niet-residentiële gebouweenheden met een geldig EPC en zonder bijkomend industrieel deel, en vestigingen met hoofdzakelijk landbouwactiviteiten, zijn in het ontwerp vrijgesteld.
Vanaf 85 TJ komt daar een vijfjaarlijkse rapportering van de warmtevraag en het restwarmtepotentieel bij. De eerste rapportering moet volgens het ontwerp vóór 1 april 2027 gebeuren en heeft betrekking op gegevens van het voorafgaande kalenderjaar. De gegevens dienen onder meer voor de Vlaamse verwarmings- en koelingsbeoordeling en de verdere uitbouw van het lokale warmtebeleid.
De nieuwe regels bevatten ook bijkomende transparantieverplichtingen. Ondernemingen met een energieaudit of energieplan moeten in hun jaarverslag rapporteren over de voortgang van de uitvoering van de energiebesparende maatregelen en het gerealiseerde uitvoeringspercentage.
Wanneer een verplichte maatregel een nieuwe of zwaardere netaansluiting vereist, moet de aanvraag bij de betrokken netbeheerder uiterlijk drie maanden na indiening van de audit of conformverklaring van het energieplan gebeuren. Een gebrek aan netcapaciteit kan, na een gemotiveerd verzoek aan het VEKA en mits de aansluiting tijdig werd aangevraagd, aanleiding geven tot uitstel of vrijstelling.
EBO3: nieuwe overeenkomst vanaf 2027
Naast de wettelijke verplichtingen werkt Vlaanderen aan een nieuwe vrijwillige energiebeleidsovereenkomst voor energie-intensieve vestigingen. De ontwerptekst van EBO3 richt zich op zowel ETS- als niet-ETS-vestigingen met minstens 85 TJ gemiddeld jaarlijks finaal energiegebruik over drie jaar. De overeenkomst zou op 1 januari 2027 starten, vier jaar lopen en na een evaluatie in 2030 met vier jaar kunnen worden verlengd. Uiterlijk 1 april 2027 moet het toegetreden bedrijf een plan van aanpak en een energiedeskundige kunnen voorleggen.
Ondernemingen kunnen volgens de ontwerptekst vanaf de definitieve goedkeuring tot en met 31 maart 2027 toetreden. Latere instapmomenten zijn voorzien in januari 2028 en januari 2029, maar daaraan zijn kortere termijnen gekoppeld voor het opstellen van de energieaudit, het energieplan en de klimaatroadmap.
Lagere IRR-drempel, maar ruimere verbintenissen
Binnen EBO3 wordt een maatregel als rendabel beschouwd vanaf een IRR van 11% na belastingen, een verscherping tegenover de 13% in het algemene wettelijke kader. Toegetreden ondernemingen verbinden zich ertoe die rendabele maatregelen in hun energieplan op te nemen en gefaseerd uit te voeren.
Voor maatregelen met een IRR van minstens 11% en een terugverdientijd van meer dan drie jaar biedt EBO3 bijkomende flexibiliteit. Ze kunnen onder voorwaarden worden vervangen door:
- Een minder rendabele energie-efficiëntiemaatregel met dezelfde energiebesparing
- Uitkoppeling van restwarmte met een gelijke energie-inhoud
- Een CO₂-reducerende maatregel of CCUS-oplossing met een dubbele CO₂-besparing
Deze alternatieven moeten kwantificeerbaar, robuust en controleerbaar zijn en mogen niet tot dubbeltelling leiden.
Klimaatroadmap en jaarlijkse opvolging
ETS-vestigingen moeten binnen 24 maanden een klimaatroadmap opstellen. Een bestaande roadmap uit EBO2 of het energie- en klimaathoofdstuk van een gevalideerd transformatieplan kan worden hergebruikt. Niet-ETS-vestigingen kunnen vrijwillig een roadmap laten valideren. De ontwerptekst vermeldt daarnaast 31 december 2028 als uiterste datum voor de roadmaps van toegetreden ondernemingen.
Deelnemers rapporteren jaarlijks uiterlijk op 1 mei aan het Verificatiebureau over uitgevoerde maatregelen, studies, energiebeheer, energiegebruik en CO₂-emissies. Het stappenplan en het uitvoeringspercentage moeten ook in het publieke jaarverslag worden opgenomen.
Voordelen
Naast de wettelijke verplichtingen biedt EBO3 ondernemingen ook een aantal belangrijke voordelen. Deelnemende ondernemingen die hun engagementen naleven, worden geacht te voldoen aan de Vlaamse verplichtingen rond energieaudits, energieplannen en energiebeheer, waardoor dubbele verplichtingen en rapporteringen maximaal worden vermeden. Bovendien voorziet EBO3 meer flexibiliteit dan het algemene wettelijke kader: rendabele maatregelen met een terugverdientijd van meer dan drie jaar kunnen onder voorwaarden worden vervangen door alternatieve maatregelen met een gelijkwaardig energiebesparend effect, restwarmte-uitkoppeling of een grotere CO₂-reductie.
Voor ETS-bedrijven biedt de klimaatroadmap daarnaast een erkend instrument dat ook kan worden ingezet binnen andere beleids- en steunkaders, zoals steun voor indirecte emissiekosten en bepaalde innovatieprogramma’s. Tot slot engageert de Vlaamse overheid zich om, zolang ondernemingen hun EBO-verplichtingen nakomen, geen bijkomende Vlaamse energie- of klimaatverplichtingen op te leggen bovenop wat reeds principieel is goedgekeurd, behoudens bestaande regelgeving, Europese verplichtingen en enkele expliciet omschreven uitzonderingen.
Vlaanderen zal de overeenkomst bovendien blijven verdedigen als basis voor het behoud van de bestaande aardgasaccijnskorting en pleit voor een uitbreiding van dat voordeel naar elektriciteit. Dat federale voordeel is evenwel niet door de EBO zelf gegarandeerd. Voka pleit hier sterk voor en volgt dit van nabij op.
Conclusie
De principieel goedgekeurde regels breiden het Vlaamse energie-efficiëntiebeleid uit naar een aanzienlijk ruimere groep vestigingen. Vooral ondernemingen tussen 10 en 100 TJ krijgen nieuwe of zwaardere verplichtingen. Tegelijk maken de erkenning van ISO 14001, EMAS, energieprestatiecontracten en EBO-energiebeheer het mogelijk om bestaande systemen zoveel mogelijk te benutten.
Voor ondernemingen is het nu vooral zaak om hun verbruik per vestiging correct af te bakenen, bestaande systemen te toetsen en de deadlines van 2027 in de planning op te nemen.
Voka volgt de definitieve regelgeving en de verdere uitwerking van EBO3 op, met aandacht voor werkbare rapportering, voldoende uitvoeringsflexibiliteit en het vermijden van dubbele administratieve lasten.




