Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 16/03/2026

De forse communicatie van Vlaams minister Caroline Gennez deed zondag de wenkbrauwen fronsen. De minister kondigde aan dat werkgevers beboet zouden worden als ze weigeren om inzage te geven in loontransparantie en als ze doelbewust discrimineren. Voka heeft twee problemen met deze uitspraken: de minister is niet bevoegd om private werkgevers te sanctioneren en de loonkloof in België is bij de allerkleinste in Europa. 

“De Vlaamse minister van Gelijke Kansen heeft de kans laten liggen om te benadrukken hoe goed we het in Vlaanderen doen op het vlak van loongelijkheid. De omzetting van de Richtlijn binnen de beperkte Vlaamse bevoegdheden voorstellen als spierballengerol naar Vlaamse werkgevers is niet correct en totaal misplaatst”, zegt Frank Beckx.

Vlaamse overheid als werkgever

De minister kadert haar uitspraken in de Europese Loontransparantierichtlijn, die ons land moet omzetten. Die omzetting moet door verschillende overheden gebeuren, dus ook door Vlaanderen. Wat er echter niet werd bij verteld, is dat Vlaanderen de loontransparantierichtlijn enkel kan toepassen op het Vlaams overheidspersoneel en het personeel van de lokale besturen. Dit is een relatief beperkte groep in verhouding tot de werknemers die onder de federale bevoegdheid vallen. De “werkgever” waar de minister naar verwijst, is dus niemand minder dan de Vlaamse overheid zelf.  

De omzetting van de Richtlijn binnen de beperkte Vlaamse bevoegdheden voorstellen als spierballengerol naar Vlaamse werkgevers is niet correct en totaal misplaatst.

Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder Voka

7% of 0,7%

Laat ons bovendien naar de kern van het verhaal kijken. Gelijk loon voor gelijk werk, wie kan daar nu tegen zijn? Niemand, zo blijkt ook uit de cijfers. In België bedraagt de loonkloof tussen mannen en vrouwen volgens Eurostat en Statbel 0,7%. Dat is het kleinste verschil in heel Europa. Het cijfer van 7% waar de minister naar verwijst, houdt rekening met elementen waar er wel nog een wezenlijke verandering mogelijk is (al is België ook daar best in class), zoals in het beter spreiden van zorgtaken en het doorbreken van loopbaandrempels. Dat los je echter niet op met loontransparantie. Of zoals professor Ive Marx het stelt: ‘Het verschil kennen tussen een bruto-loonkloof en een loonkloof gecorrigeerd voor werktijd en andere objectieve kenmerken zoals functieniveau is essentieel om bij ons een examen te passeren en een diploma te halen.’

Hoewel de Europese Loontransparantierichtlijn ogenschijnlijk een nobel doel nastreeft, is de omvang en het ongemak ervan een zeer onaangename verrassing. Het resultaat van de Richtlijn dreigt negatief uit te vallen. Werkgevers zien het eigenaarschap over hun loonbeleid onder druk komen, werknemers vrezen voor aantasting van hun privacy en beide partijen zijn beducht hun individuele onderhandelingsvrijheid te verliezen. Bovendien zijn administratieve overlast en rechtsonzekerheid nooit ver weg en tasten ze het concurrentievermogen van onze ondernemingen aan. Ook het risico op ‘levelling-up’ en bijkomende kosten en toenemende sociale spanningen binnen de onderneming loeren om de hoek.

Een draconische oplossing voor een fictief probleem, wie kan daar nu voor zijn? Voka nam dan ook het initiatief om samen met andere werkgeversfederaties te pleiten bij de Europese Commissie om de deadline van 7 juni 2026 voor de omzetting uit te stellen (“stop the clock”) en bovendien de richtlijn zelf serieus te vereenvoudigen. Omdat de klok intussen wel verder tikt en de overheden in eigen land zich voorbereiden, blijven we parallel hameren op een werkbare omzetting met rechtszekerheid en zonder goldplating

Contactpersoon

Eric Laureys

Woordvoerder

imu - vzw - automotive
ING
Orange
SDWorx