Vorige week stond volledig in het teken van competitiviteit en industrie. Na maanden waarin ondernemers alarm sloegen over de afkalvende positie van Europa, lijkt het besef er nu echt wel te zijn. Wat al geruime tijd op directietafels circuleert, weerklinkt vandaag steeds nadrukkelijker in regeringsverklaringen en Europese vergaderzalen. Dat komt niet uit het niets: ook Belgische politici hebben dat dossier hardnekkig op de agenda gehouden, hier en in Europa. Het is nu zaak om de druk hoog te houden.
Alden-Biesen als breekpunt
De informele top in Alden-Biesen voelde als een kantelmoment. Na lange maanden van waarschuwingen met als orgelpunt de derde Europese Industrietop in Antwerpen, klinkt er eindelijk een brede erkenning dat de Europese Unie terrein verliest: de energieprijs knijpt, investeringen wijken uit en besluitvorming sleept. Die vaststelling werd bovendien expliciet gekoppeld aan de roadmap van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, die de komende maanden richtinggevend moet zijn.
Die roadmap schuift een aantal duidelijke prioriteiten naar voren:
- Administratieve vereenvoudiging
- One single market
- Lagere energieprijzen
- AI-gedreven transformatie
- Sterk handelsbeleid
De kalender is strak. Tegen de Europese top van 19-20 maart worden de eerste concrete voorstellen verwacht. Tegen de top in juni moet duidelijk zijn hoe die maatregelen worden verankerd en uitgerold. Dat laat weinig ruimte voor vertraging. Als deze roadmap geloofwaardig wil zijn, moet ze binnen die twee momenten tastbare vooruitgang tonen.
Ook de hernieuwde focus op de interne markt, expliciet geïnspireerd door de ambitie van de Delors-jaren, is meer dan symbolisch. Europa heeft zijn welvaart gebouwd door barrières weg te nemen, niet door er nieuwe bij te zetten. Als de ‘one market’-aanpak die logica opnieuw centraal zet, kan dat het begin zijn van een echte ommezwaai. Alleen: alles staat of valt met de uitwerking.
Europa heeft zijn welvaart gebouwd door barrières weg te nemen, niet door er nieuwe bij te zetten.
De druk hoog houden
Daar ligt nu de opdracht. Het verhaal klopt, de toon is juist. Alleen verandert de realiteit niet door haar correct te benoemen. De komende Europese toppen in maart en juni moeten tastbare stappen opleveren. Roadmaps met concrete tijdslijnen zijn welkom, maar bedrijven kijken vooral naar wat effectief wordt uitgevoerd tegen de zomer. Voor Voka blijven de prioriteiten dezelfde:
- Snelle energie-ondersteuning: voor energie-intensieve bedrijven is de energiefactuur vandaag de grootste competitieve handicap. CISAF bestaat, maar goedkeuring en uitvoering gaan te traag, ook de Belgische energienorm blijft aanslepen en botst op de bevoegdheidsverdeling. Europa moet sneller duidelijke steunpistes openen. De piste om het electricity market design te herbekijken kan zeker ook zoden aan de dijk zetten.
- ETS: de ETS-prijs schommelt rond 90 euro/ton CO₂, veel hoger dan eerdere aannames (EC-scenario 2020: 26,5 euro/ton in 2026; impactstudie 2021: ±50 euro/ton). Klimaatbeleid blijft nodig, maar vraagt tijdelijke correcties of flankerende maatregelen om investeringen hier te houden.
- Een gelijk speelveld: nieuwe handels-en investeringsbeschermingsakkoorden zijn een must, maar open handel werkt alleen met een gelijk speelveld en kordate handhaving. Antidumpingprocedures die langer dan een jaar duren, komen te laat. Instrumenten moeten sneller, eenvoudiger en slagkrachtiger.
- 'Made with Europe'-aanpak: de verleiding is groot om overal een Europees label op te kleven, maar een brede “Made in Europe”-reflex kan snel uitdraaien op protectionisme, hogere prijzen, extra regels en extra papierwerk. Beter is een ‘Made with Europe’-aanpak: open blijven, samenwerken met betrouwbare partners en tegelijk strategische ketens versterken.
- Bundel middelen om projecten te steunen: dat kan bijvoorbeeld via een Industrial Decarbonisation Bank. In investeringsbeslissingen tellen snelheid, schaal en zekerheid.


