Welke impact heeft de Septemberverklaring op de Vlaamse ondernemingen? Met die bril lezen we bij Voka de Septemberverklaring die de Vlaams minister-president uitsprak. Onze experten bundelen hun analyses.
Hoe beoordelen we de aandacht voor talent?
Werk als kind van de rekening
Het begrotingsakkoord vrijwaart Onderwijs, maar Werk is het kind van de rekening. Boven op de besparingen die bij de start van deze Vlaamse regering al werden doorgevoerd, komt nu een bijkomende forse besparingsronde. Dat het onderwijs buiten besparing bleef, lijkt in eerste instantie een begrijpelijke keuze gezien de dalende kwaliteit van het onderwijs met de dalende PISA-rangschikking. Tegelijk behoren de uitgaven voor het secundair onderwijs tot de hoogste in Europa, net als het gemiddeld aantal leerkrachten per leerling. Dat wijst erop dat er geen gebrek is aan middelen, wel aan de efficiënte inzet ervan.
Inzetten op een hogere onderwijskwaliteit hoeft efficiëntiewinsten dan ook niet uit te sluiten. Integendeel, een verdere professionalisering van de schoolbesturen, een doorlichting en rationalisering van het onderwijsaanbod kunnen ruimte creëren om middelen doelgerichter in te zetten. Dit was overigens ook het opzet van de lopende Spending Review of Uitgavetoets voor Onderwijs die in het bijzonder focust op het secundair onderwijs (naast het levenslang leren, zie verder). Het onderwijsdomein vertegenwoordigt quasi 30% van de totale Vlaamse begroting waardoor een volledige uitsluiting van besparing de impact elders des te groter maakt, zo blijkt.
Binnen het beleidsdomein Werk sneuvelt er één en ander.
De sectorconvenanten verdwijnen volledig. Via deze convenanten kregen sectoren middelen om onder meer te werken aan inclusie en diversiteit, competentiemanagement en duaal leren. Nu deze middelen verdwijnen rijst de vraag wat hiervan de impact zal zijn op de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Dat geldt in het bijzonder voor de verdere uitbouw van duaal leren, de opleiding van praktijkleerkrachten en de ondersteuning en opleiding van mentoren op de werkvloer. Welk alternatief komt hiervoor in de plaats? Meer dan ooit moet de brug tussen onderwijs en arbeidsmarkt verder worden versterkt samen met de ambitie om meer in te zetten op STEM en de herwaardering van technisch, beroeps- en arbeidsmarktgericht onderwijs.
De RSZ-kortingen verdwijnen eveneens volledig. De 6de staatshervorming maakte Vlaanderen in 2014 bevoegd voor het doelgroepenbeleid met een toenmalig corresponderende uitgave van meer dan 600 miljoen euro. Daarin werd al stevig bespaard met het schrappen van de korting voor ouderen en jongeren. De laatste 45 miljoen euro, die bestemd was voor onder andere langdurig werklozen en bepaalde sectoren, verdwijnt nu ook. Het schrappen van deze hefboom maakt het onmogelijk om de RSZ-korting te hertekenen in de richting van het activeren van langdurig zieken, een groep die in omvang de werklozen ver voorbij is gegaan. De forse uitgaven voor Sociale Economie blijven vooralsnog onaangetast.
Ook het stelsel van de dienstencheques wordt hervormd door het aantal cheques te beperken en de prijs te verhogen. De eerste schijf van 175 cheques kan aangekocht worden aan 12 in plaats van 10 euro, de volgende 125 cheques aan 13 euro. Een terechte uitzondering wordt voorzien voor éénoudergezinnen en personen met een handicap. Na jaren zonder prijsaanpassing was een bijsturing van het systeem verdedigbaar wat eerder al gebeurde door het schrappen van het fiscaal voordeel. Maar een forse verhoging van de prijs had vermeden kunnen worden mocht de prijs eerder stapsgewijs aangepast zijn, samen met de evolutie van de index. Het wordt nu dus zaak om de impact op het terrein nauwgezet op te volgen, in het bijzonder op de tewerkstelling van laaggeschoolde vrouwen, voor wie de dienstenchequesector een belangrijke toegang tot de arbeidsmarkt vormt.
Tot slot wordt ook een besparing doorgevoerd in het Vlaams Opleidingsverlof (VOV), dat krimpt tot 30 miljoen euro en zou worden hervormd naar een omscholingsmaatregel/leerkrediet. Ook dit betreft één van de nieuwe bevoegdheden die Vlaanderen verwierf met de 6de Staatshervorming (voorheen gekend als Betaald Educatief Verlof). Het blijft afwachten hoe de juiste modaliteiten eruit zullen zien maar de quasi halvering van dit budget op enkele jaren tijd, valt moeilijk te rijmen met de ambitie om een Vlaams Talentoffensief uit te bouwen.
In het verleden werd al stevig gesnoeid in de opleidingen die recht gaven op het VOV en ook voor ondernemingen een belangrijk vehikel vormde om mensen goed opgeleid en inzetbaar aan het werk te houden. Nog maar dit voorjaar werd de maatregel grondig hervormd met onder andere een decretale verankering van het gemeenschappelijk initiatiefrecht, een verhoging van het werkgeversforfait en het schrappen van diverse opleidingen. De vraag is wat hiervan over blijft?
Meer nog: Voor Voka is een ambitieus opleidingsbeleid voor de beroepsbevolking onontbeerlijk om Vlaanderen door de vele technologische en andere transities (AI) te loodsen en de productiviteitsgroei te versterken en dit in een context van meer mensen langer aan het werk. Ook hier is een uitgavetoetsing lopende die de arbeidsmarktgerichte opleidingen van Syntra, VDAB en Volwassenonderwijs in het vizier neemt. Daarbij rijst de vraag hoe publiek-private samenwerking kan worden georganiseerd richting opleidingen die beter aansluiten bij de economische en innovatieve ecosystemen.
Wanneer maatregelen onvoldoende doelmatig blijken, is het terecht om ze bij te sturen of stop te zetten. Maar schrappen alleen volstaat niet. De vraag is weerom welk alternatief in de plaats komt om mensen langer inzetbaar te houden in een economie die onder invloed van AI en andere technologische ontwikkelingen snel verandert. Besparen kan, op voorwaarde dat daar een duidelijke beleidsvisie tegenover staat en de onderliggende uitdagingen daadwerkelijk worden aangepakt.
Wat is de impact op zorg en welzijn?
Op Vlaams niveau groeit het budget in welzijn en gezondheid sneller dan de economische draagkracht. De uitgaven binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) stegen van 10,39 miljard euro (in 2015) naar 17,97 miljard euro (in 2026). Dat is een stijging met ongeveer 7,58 miljard euro, of +73% inclusief inflatie (27% boven reële economische groei en 13% meer dan de consumptieprijsindex). De Vlaamse regering besliste om de eerder vooropgestelde bijkomende investeringen te halveren.
De Vlaamse regering sprak bij het begin van deze legislatuur een groeitraject af van meer dan 1 miljard over de gehele legislatuur. Het gros van die maatregelen diende nog uitgevoerd worden: zowat 655 miljoen euro. In het begrotingsakkoord 2027-2029 werd afgesproken om dat groeitraject te halveren tot 330 miljoen. De sectoren van personen met een beperking, kinderopvang, ouderenzorg, jeugdhulp en geestelijke gezondheidszorg zullen minder sterk groeien dan eerder beloofd. Het is uiteraard mogelijk dat er nog verschuivingen zullen plaatsvinden binnen de Welzijnsbegroting.
Het Groeipakket is met 5 miljard euro de grootste uitgavenpost binnen Welzijn. Gerekend aan een consumptieprijs van zowat 4%, stijgen de dotaties in 2027 met 200 miljoen euro. Vanaf 2027 wil de Vlaamse regering 350 miljoen besparen in het Groeipakket. In eerste instantie gebeurt dat door het recht op het Groeipakket met 2 jaar te beperken tot 23 jaar in plaats van eerder 25 jaar. Het startbedrag van 1.300 euro bij de geboorte van elke nieuw kind wordt dan weer beperkt tot het eerste kind. Er zou tot slot ook een rem komen op de groei van het Groeipakket voor kinderen geboren voor 2019: deze kinderen zullen net als de kinderen geboren na 2019 steeds hetzelfde basisbedrag ontvangen. Voka beschouwt de begrotingsmaatregelen rond het groeipakket als weinig gericht: meer dan 80% van het groeipakket, omgerekend zowat 4 miljard euro wordt uitgegeven aan het basisbedrag. Die middelen kunnen meer gericht ingezet worden.
De Vlaamse regering vond in dit begrotingsakkoord 150 miljoen euro voor een zevende Vlaams Interprofessioneel Akkoord vanaf 2029. Dat akkoord werd al lang aangekondigd, maar bleef tot hiertoe een dode letter bij gebrek aan middelen. Voka ziet geen heil in een loonsverhoging of verder vastleggen van loonvoorwaarden. De verloning van ons zorgpersoneel is – terecht – al hoog. Onderzoek wees uit dat extra loon in ons land niet leidt tot meer prestaties noch meer werkbaar werk. In tegendeel: we zien een verlies aan productiviteit omdat zorgverleners kiezen om voor hetzelfde loon … minder te werken. Voka ziet meer heil in het aanboren van een ruimere arbeidsmarkt. Zorg dat het mogelijk wordt om zorgpersoneel met een veel bredere achtergrond dan enkel zorgberoepen aan te werven. Versterk de productiviteit door in te zetten op levenslang leren, digitale vaardigheden, artificiële intelligentie en innovatie.
Er diende bijna 60 miljoen gevonden te worden in subsidies binnen de welzijnsbegroting. Het is nog niet helemaal duidelijk welke subsidies in welzijn en zorg geschrapt zouden worden. De subsidies aan zorgondernemingen lijken buiten schot te blijven. Wel zou gedacht worden aan de lange lijst subsidies die naar tussen- en koepelstructuren gaan. Voka ziet ruimte om te schrappen in de tussenstructuren: er is veel overlap en velen van hen voegen slechts zeer beperkt waarde toe voor patiënten. Zo zijn met name de zorgraden voor vele patiënten een nobele onbekende ook al ontvangen deze samen met hun koepel zowat 15 miljoen euro. Voka maakt een uitzondering voor preventie en kwaliteit en drong aan op extra investeringen.
Het verbod op winst op zorg staat niet in de begrotingstabellen, maar dreigt de Vlaamse regering met een financiële kater op te zadelen. Het regeerakkoord vermeldt een decretale verankering van het verbod op winst. Een dergelijk verbod wordt in 2027 binnen de Vlaamse regering uitgewerkt. Het lijkt alsof winst en zorg elkaars tegenpolen zijn. Dat zijn ze niet. De eerste winst van zorg is uiteraard gezondheidswinst. De tweede winst kan gevonden worden in meer transparantie en een gelijk speelveld waar dezelfde regels gelden voor openbare besturen, non-profit en profit. Een derde winst zit in de winst die zorgondernemingen maken. We hebben zorgondernemingen nodig die kunnen investeren, die talent aantrekken, die nieuwe businessmodellen ontwikkelen en die meer doen met schaarse middelen. Zonder financieel gezonde ondernemingen krijg je ook geen duurzame zorg. Geen investeringen, geen innovatie. Een verbod op winst in de zorg is een te betreuren initiatief. Voka roept de Vlaamse regering dan ook op om dit initiatief van tafel te halen. Het zal helpen om de begroting in evenwicht te houden en de investeringen voor een vergrijzende bevolking helpen dragen.
Hoe kijken we naar de maatregelen over competitiviteit?
Een begroting op koers
Voka is tevreden dat de Vlaamse regering de ambitie behoudt om vanaf 2027 een structureel begrotingsevenwicht te realiseren en dat evenwicht ook in de daaropvolgende jaren wil aanhouden. Een gezonde begroting is geen doel op zich, maar wel een noodzakelijke randvoorwaarde voor duurzame economische groei. Ze voorkomt dat steeds grotere delen van het overheidsbudget naar rentelasten gaan en creëert ruimte om te investeren in de beleidsdomeinen die onze welvaart ondersteunen.
Familiebedrijven vormen een pijler van onze economie: zij vertegenwoordigen naar schatting 84% van de ondernemingen met personeel, 39% van de werkgelegenheid en ongeveer 34% van het bbp. De komende tien jaar verwacht meer dan één op drie familiebedrijven een overdracht. Dat komt neer op meer dan 60.000 ondernemingen in België en indicatief 28.000 tot 37.000 in Vlaanderen.
Voka verwelkomt dan ook de beslissing van de Vlaamse regering om de fiscale vrijstelling bij schenking van een familiale onderneming of vennootschap te vrijwaren. De rechtsonzekerheid die daarover was ontstaan in de dagen voor de besluitvorming werd bijzonder slecht onthaald bij familiale ondernemers. Bedrijfsopvolging vraagt een voorbereiding over meerdere jaren. Ondernemers en hun families moeten daarbij kunnen rekenen op stabiele regels.
Een hogere schenkbelasting op familiale ondernemingen zou de prikkel om het bedrijf bij leven over te dragen gefnuikt hebben. Dit zou ook haaks gestaan hebben op de hervorming uit 2012 die terecht net een tijdige en goed voorbereide bedrijfsopvolging ambieert. Een hogere belasting zou ook liquiditeitsproblemen veroorzaken. Een schenking van aandelen brengt immers geen geld op waarmee de belasting kan worden betaald. De familie had dan moeten lenen of middelen aan de onderneming onttrekken om een schenkbelasting te betalen, fnuikend voor ondernemerschap. Dit stelsel is bovendien niet langer dan één jaar geleden al aangescherpt. Woningen en bouwgronden zijn sindsdien in beginsel uitgesloten waardoor het voordeel strikt werd beperkt tot enkel het ondernemingsvermogen.
Op basis van voorlopige informatie zou ongeveer 180 miljoen van de sanering binnen het overheidsapparaat worden gerealiseerd (via een inperking van de personeelskredieten binnen de Vlaamse overheid strictu sensu). Bij een vorige begrotingsronde was sprake van een besparing van 120 miljoen in 2026, onder meer via een tijdelijke beperking van de vervangingsratio tot 1 op 3. Ook de werkingskredieten zouden opnieuw worden geviseerd. Hoe dit vorm wordt gegeven is echter nog onduidelijk. Ook onduidelijk op dit ogenblik is wat de impact van de besparingen is op de overheidstewerkstelling in de bredere overheid (inclusief gesubsidieerde entiteiten zoals bijvoorbeeld De Lijn en VRT, het onderwijs en welzijnsvoorzieningen).
Aangekondigde maatregelen, zoals een kerntakenanalyse, een lagere vervangingsratio van ambtenaren, een kritischere blik op werkingsmiddelen, besparingen op subsidies en een grotere inzet van digitalisering en artificiële intelligentie, gaan in de juiste richting. Maar ze moeten nu wel concreet worden gemaakt en mogen geen eindstation vormen. De overheid moet net zoals ondernemingen voortdurend zoeken naar manieren om aantoonbaar productiever en efficiënter te werken. Voor Voka is een grondig kerntakendebat prioritair om verdere besparingen op het overheidsapparaat ook in de toekomst blijvend mogelijk te maken.
Een ander positief element is dat de Vlaamse regering de kern van haar innovatiebeleid overeind houdt. Uitgaven voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I) voor ondernemingen blijven grotendeels behouden. Voor een kleine en open economie als Vlaanderen zijn innovatie en productiviteitsgroei immers cruciaal. Onze toekomstige welvaart zal niet voortkomen uit meer mensen of meer ruimte, maar uit slimmer werken, nieuwe technologieën en meer toegevoegde waarde. In het licht van de oorlog op het Europese continent verwelkomt Voka in het bijzonder dat de innovatiemiddelen voor defensie worden gevrijwaard.
Vanuit dat perspectief betreurt Voka echter dat het afgesproken groeipad verlaten wordt: de voorziene verhoging van de O&O-middelen in deze legislatuur wordt gehalveerd. Dit betekent dat Vlaanderen in verhouding tot het bruto binnenlands product minder zal uitgeven aan O&O in 2029 dan aan het begin van de legislatuur en nog verder verwijderd geraakt van de 1%-overheidsinvesteringen in innovatie.
Aandachtspunten voor de toekomst
De Vlaamse regering lanceerde eerder in deze legislatuur een productiviteits- en competitiviteitsagenda. Het is positief dat investeringen in innovatie, onderzoek en infrastructuur grotendeels gevrijwaard blijven. Tegelijk stelt Voka vast dat de Septemberverklaring vandaag vooral een verhaal van sanering en begrotingsherstel is.
Minder zichtbaar zijn nieuwe beleidsinitiatieven die expliciet gericht zijn op economische groei en productiviteitsverhoging. Vlaanderen heeft nood aan een sterk groeiverhaal dat verder gaat dan enkel begrotingsdiscipline. Een gezonde begroting is immers een noodzakelijke voorwaarde voor groei, maar geen garantie op groei.
Voka pleit ervoor om bij alle nieuwe beleidsmaatregelen systematisch een groeitoets toe te passen. Die toets moet duidelijk maken welke impact beslissingen hebben op de concurrentiekracht van ondernemingen en de productiviteit van onze economie. Te vaak wordt beleid beoordeeld vanuit budgettaire of administratieve overwegingen, zonder expliciet stil te staan bij de economische gevolgen op langere termijn. Een groeitoets kan helpen om beleidskeuzes beter af te wegen en ervoor te zorgen dat Vlaanderen zijn concurrentiekracht verder versterkt.
Tot slot vormen talent en competenties ook essentiële groeifactoren voor competitiviteit. Voka begrijpt de noodzaak van een begrotingsinspanning, maar stelt tegelijk vast dat verschillende beleidsinstrumenten rond opleiding, competentieontwikkeling en arbeidsmarkt onder druk komen te staan. Instrumenten die werknemers en ondernemingen helpen om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen worden geraakt, in het bijzonder het Vlaams Opleidingsverlof (VOV).
Nochtans zullen de Vlaamse economie en arbeidsmarkt de komende jaren geconfronteerd worden met een dubbele uitdaging: een toenemende krapte en een versnellende technologische transformatie. Een sterk opleidings- en activeringsbeleid blijft daarom een belangrijk onderdeel van een competitieve economie.
De Septemberverklaring zet een belangrijke stap richting een structureel begrotingsevenwicht en bevat een aantal positieve keuzes voor de Vlaamse competitiviteit, zoals het behoud van het gunstregime voor familiale ondernemingen, de bescherming van innovatie-uitgaven en de inspanningen binnen het overheidsapparaat zelf.
De volgende stap moet echter zijn om het begrotingsherstel te koppelen aan een duidelijke groeistrategie. Uiteindelijk zal Vlaanderen zijn welvaart niet alleen veiligstellen door te besparen, maar vooral door ondernemingen meer ruimte te geven om te investeren, te innoveren en talent te ontwikkelen. Dat is de echte groeitoets voor de komende jaren.
Bij de besparingen binnen het overheidsapparaat moeten Vlaamse internationaal gerichte diensten voldoende slagkracht behouden. De geopolitieke spanningen en verschuivingen in de wereldhandel vragen dat Vlaanderen sterkere economische banden uitbouwt met nieuwe partnerlanden en ondernemingen ondersteunt bij het benutten van nieuwe handelsakkoorden. Een actief diversificatiebeleid helpt ondernemingen om hun afhankelijkheid van een beperkt aantal afzetmarkten en leveranciers te verminderen. Dat vereist blijvende investeringen in economische diplomatie, internationale vertegenwoordiging en gerichte begeleiding van Vlaamse ondernemingen op nieuwe groeimarkten.
Hoe beoordelen we de maatregelen rond mobiliteit, omgeving en energie?
Het voorstel om de heffing voor lozingen op oppervlaktewater op te trekken tot het huidige tarief voor lozingen op de riolering, zou vooral grootgebruikers treffen. De heffing voor lozingen op oppervlaktewater is al geruime tijd niet aangepast. Bedrijven die rechtstreeks op oppervlaktewater lozen, gebruiken daarnaast de riolering niet en hebben vaak zelf zwaar geïnvesteerd in waterzuivering. Volgens de voorliggende raming zou 80% van de bijkomende heffing worden gedragen door acht grote lozers. De overige 20% komt ten laste van de andere lozers, in totaal zou het vermoedelijk gaan over 19 miljoen euro. Dit is alweer een lastenverhoging voor de industrie die vandaag al in zwaar weer zit.
Omdat de heffing jaarlijks terugkeert, vraagt Voka om de impact te milderen en te onderzoeken of er beter uitgewerkte beleidsbeslissingen kunnen genomen worden. Voor ondernemingen, die vandaag al onder zware concurrentiedruk staan, waaronder bedrijven in de chemische sector, kan deze bijkomende kost de ruimte voor investeringen, waaronder ook in circulair watergebruik of het minimaliseren van emissies, verkleinen.
De bestaande vormen van energiesteun aan bedrijven blijven grotendeels buiten schot, wat positief is. Wel heeft de regering besloten om een beperkte ingreep toe te passen op de indirecte emissiecompensatie door raffinaderijen uit de doelgroep te halen. Voka heeft altijd gepleit voor een maximale invulling van de compensatie van indirecte CO₂-kosten voor energie-intensieve ondernemingen over de volledige waardeketen. We betreuren dan ook dat er gemorreld wordt aan de compensatie, wat de rechtszekerheid voor begunstigde bedrijven ondermijnt.
De geplande investeringen in vervoersinfrastructuur blijven overeind. Gelet op de grote onderhoudsuitdagingen is dat volgens Voka een logische en noodzakelijke keuze. Naar schatting is er 14,55 miljard euro nodig om de bestaande onderhoudsachterstand bij onze Vlaamse vervoersinfrastructuur weg te werken. De beschikbare middelen komen vandaag zelfs niet in de buurt van dat bedrag.
Dit is dan ook niet het moment om te snoeien in de infrastructuurbudgetten. Vlaanderen moet de komende jaren net structureel meer investeren in het onderhoud en de vernieuwing van wegen, bruggen en andere infrastructuur. Alleen zo vermijden we Nederlandse toestanden, waarbij bruggen wegens hun slechte staat moeten worden afgesloten voor het vrachtverkeer, met aanzienlijke economische gevolgen voor ondernemingen en logistieke ketens.
De Vlaamse regering kondigde aan het verlaagde verkooprecht voor de aankoop van de enige eigen woning opnieuw op te trekken van 2% naar 3%. Voor kopers betekent dat een hogere instapkost, amper twee jaar na de verlaging van het tarief. Wie een woning koopt maar ook bouwt of verkoopt, moet kunnen rekenen op voorspelbare regels. Na deze koerswijziging is fiscale stabiliteit en uniformiteit dan ook nodig. Tegelijk vraagt de woonproblematiek om meer dan aanpassingen aan de registratierechten: Vlaanderen moet werk maken van een groter en betaalbaarder woningaanbod, met voldoende ruimte voor nieuwe woningen en vlottere vergunningen.










